RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.2855 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Eiser heeft op 31 januari 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 9 juli
- Bij besluit van 13 april 2023 heeft verweerder de asielaanvraag ingewilligd. Eiser heeft daarop gereageerd dat hij bereid is het beroep in te trekken indien verweerder akkoord gaat met een veroordeling in de proceskosten. Van de gelegenheid om hierop te reageren heeft verweerder geen gebruik gemaakt. Hieruit leidt de rechtbank af dat het beroep gehandhaafd blijft. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen
- Nu de aanvraag van eiser is ingewilligd, kan eiser met het beroep niet in een betere positie komen te verkeren. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de beoordeling van het beroep. Anders dan eiser stelt, kan een dergelijk belang niet gevonden worden in het verzoek om het bestuursorgaan te veroordelen in de proceskosten.
- Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
- Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser heeft op 9 juli 2022 een asielaanvraag ingediend. Gelet op de WBV 2022/22 is de termijn van zes maanden om op de aanvraag te beslissen verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 9 oktober 2023 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023 geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Dat betekent dat de beslistermijn op het moment van de ingebrekestelling nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 13 januari 2023 te vroeg is ingediend. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht. Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op 27 september
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3698, ECLI:NL:RBDHA:2023:3697 en ECLI:NL:RBDHA:2023:
- Vreemdelingenwet 2000.