RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/4224 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2023 in de zaak tussen [eiser], uit Ghana, eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: [A]), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Inleiding
- In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 17 juni
- 1.
- Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eiser geen machtiging heeft ingediend en hij dat verzuim niet heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader
- Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Is een machtiging overgelegd?
- Het beroepschrift is ingediend door de heer [A]. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van eiser. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit het beroep in te stellen namens eiser. De rechtbank heeft hem bij brief van 11 juli 2022 verzocht om dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Eiser heeft binnen die termijn geen machtiging ingediend. De rechtbank heeft voorts op 22 september 2022 en 24 november 2022 nogmaals verzocht het verzuim te herstellen. Ook hierop heeft eiser niet gereageerd. Is het niet indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
- Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat eiser niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. de Graaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 mei
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.