← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:7204

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL22.11765 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser geboren op [geboortedatum] V-nummer: [nummer] van Soedanese nationaliteit (gemachtigde: mr. A. Szirmai), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 15 februari 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij brief van 6 mei 2022 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Eiser heeft vervolgens op 22 juni 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft op 16 januari 2023 een besluit genomen op de aanvraag van eiser. Overwegingen

  1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
  3. De rechtbank stelt vast dat verweerder inmiddels bij besluit van 16 januari 2023 heeft beslist op de aanvraag van eiser. Nu verweerder een beslissing heeft genomen op de aanvraag van eiser heeft hij geen belang meer bij zijn beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag. De rechtbank zal daarom het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag niet-ontvankelijk verklaren.
  4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,
  5. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van P.W. Karsowidjojo, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.