RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25779 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.C. de Klerk), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop In het besluit van 15 december 2022 heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [familielid] ’ afgewezen. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De partijen hebben, nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, verklaard dat zij hiervan geen gebruik willen maken. Vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Het onderzoek is gesloten. Overwegingen
- Verzoeker heeft verzocht hem vrij te stellen van de verplichting om griffierecht te betalen vanwege betalingsonmacht. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vrijstelling van het griffierecht toe.
- Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
- Bij bericht van 2 mei 2023 heeft verweerder medegedeeld dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van hetgeen verzoeker heeft verzocht. Dat betekent dat verweerder verzoeker niet zal uitzetten, totdat verweerder een beslissing heeft genomen op het bezwaarschrift.
- Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter verbiedt verweerder om verzoeker uit te zetten, tot verweerder de beslissing op het bezwaar aan verzoeker bekend heeft gemaakt.
- Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op voor het indienen van het verzoekschrift. Die punt heeft een waarde van € 837,- bij een wegingsfactor
- Toegekend wordt € 837,
- Beslissing De voorzieningenrechter: schorst het primaire besluit tot na bekendmaking van de beslissing op bezwaar; veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,
- Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 17 mei 2023 Documentcode: [documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.