RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.24076 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. G.J. Dijkman), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal). Procesverloop In het besluit van 31 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder meegedeeld dat verzoekster niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn).1 Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 mei 2023 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen S. Jochijms. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Vrijstelling griffierecht 1. Verzoekster heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Verzoekster is daarom geen griffierecht verschuldigd in deze procedure. 1. Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen. Het bestreden besluit 2. In het bestreden besluit is bepaald dat verzoekster niet voor tijdelijke bescherming in aanmerking komt zoals bedoeld in de Richtlijn, omdat niet kan worden vastgesteld dat zij tot één van de doelgroepen behoort waarvoor tijdelijke bescherming is bedoeld. Standpunt van verzoekster 3. Verzoekster is van mening dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende gemotiveerd is. Ten tijde van het uitbreken van de oorlog verbleef verzoekster in Rusland. Verzoekster valt weliswaar strikt genomen niet onder de tekst van het Uitvoeringsbesluit 2, maar zij valt wel onder de doelstelling daarvan. Ze kan niet meer in Rusland verblijven, omdat het de agressor van de oorlog in Oekraïne is. Verzoekster lijkt te vallen onder een vergeten groep, omdat zij niet terug kan naar Rusland, dan wel Oekraïne. Ze is daardoor feitelijk ontheemd geraakt en daarom zou zij ook onder de doelstelling van het Uitvoeringsbesluit moeten vallen. Haar belang om onder de doelstelling van het Uitvoeringsbesluit te vallen is groot, omdat zij dan een nuttige invulling kan geven aan haar verblijf in Nederland, bijvoorbeeld door te werken en mogelijk te studeren. Verder moet verzoekster ook gezien de gezinsband met haar ouders en haar broertje in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming. Haar gezinsleden vallen namelijk wel onder de regeling, maar verzoekster als enige niet. Verzoekster wil bij haar familie verblijven. Daarnaast verwijst verzoekster naar een aantal uitspraken van rechtbanken die volgens verzoekster ook in haar procedure van belang zijn.3 Standpunt van verweerder 4. Verweerder stelt dat geen sprake is van een spoedeisend belang omdat verzoekster wel rechtmatig verblijf heeft in Nederland en bij haar ouders in huis kan blijven wonen. Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat verzoekster niet valt onder de doelgroep als genoemd in het Uitvoeringsbesluit en artikel 3.9a van het Voorschrift Vreemdelingen (VV) die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming. Uit het paspoort van verzoekster blijkt dat zij in het bezit is van een Russisch visum en tijdens het gehoor bij het loket heeft zij verklaard dat zij vóór 27 november 2021 Oekraïne al is uitgereisd. Het is ook niet in geschil dat verzoekster voor het besluit al lange tijd niet meer in Oekraïne woonde. Verder is volgens verweerder in dit kader niet van belang dat verzoekster niet terug kan keren naar Rusland, omdat thans sprake is van rechtmatig verblijf. Met de aanvraag om tijdelijke bescherming is een (onvolledige) asielaanvraag ingediend, door de afwijzing is deze aanvraag niet komen te vervallen. Verzoekster heeft daarom nog steeds rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 onder f, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Het is dan aan verzoekster om zich te melden bij het asielzoekerscentrum in Ter Apel en aldaar haar aanvraag formeel in te dienen. Daarnaast kan verzoekster niet in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming als gezinslid. In artikel 2, eerste lid, onder c en het vierde lid van het 2 Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van de Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan. 3 De uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Bosch van 2 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:1008; zittingsplaats Amsterdam van 23 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3815 en, zittingsplaats Roermond, ECLI:NL:RBDHA:2023:4638. Uitvoeringsbesluit staat dat is vereist dat het gezin vóór 24 februari 2022 in Oekraïne een gezin was en in Oekraïne verbleef. Verzoekster verbleef echter al jaren niet meer met haar gezin in Oekraïne, maar zelfstandig in Rusland, waar zij studeerde en werkte. Verweerder hoeft in dit geval ook geen belangenafweging te maken. Het is volgens verweerder namelijk niet zo dat verzoekster door de belangenafweging opeens wel valt onder de doelgroep. Oordeel van de voorzieningenrechter 5. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. Spoedeisend belang 6. Als tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen.4 Dit mag alleen als onverwijlde spoed, gelet op alle betrokken belangen, dat vereist. De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, mag die voorziening dan treffen. 7. De voorzieningenrechter stelt vast dat het bestreden besluit inhoudt dat verzoekster geen aanspraak kan maken op de rechten die verbonden zijn aan tijdelijke bescherming. Het bezwaar tegen het niet ontvangen van een verblijfssticker heeft geen schorsende werking. Dit betekent dat verzoekster in onzekerheid verkeert of zij hangende de behandeling van haar bezwaar aanspraak kan maken op de rechten die zijn verbonden aan de status als tijdelijk beschermde, zoals toegang tot de arbeidsmarkt en gemeentelijke voorzieningen. Dit alleen al levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende spoedeisend belang op bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Doelgroep tijdelijke bescherming 8. De rechtbank stelt voorop dat de doelgroep die volgens artikel 2, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit onder de reikwijdte van de Richtlijn valt, de volgende categorieën personen zijn die sinds 24 februari 2022 ontheemd zijn geraakt als gevolg van de militaire invasie door de Russische strijdkrachten die op die datum begon:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.