RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.3051 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. K. Bruin). Procesverloop Bij besluit van 10 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 mei 2023 op zitting behandeld in Breda. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen C. Shaljan. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Feiten en omstandigheden 1. Verzoeker heeft de Oekraïense nationaliteit en is op 9 november 2022 Nederland binnengekomen. Hij heeft zich in december 2022 ingeschreven in de BRP van de gemeente [Gemeente]. Sindsdien verblijft verzoeker in de gemeentelijke opvang. Vervolgens heeft hij bij verweerder kenbaar gemaakt aanspraak te willen maken op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn en het Uitvoeringsbesluit. Standpunten van verweerder en verzoeker 2. Verweerder heeft in het bestreden besluit overwogen dat verzoeker niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. In deze brief is aangekruist dat verzoeker daarvoor niet in aanmerking komt omdat hij al vóór 27 november 2021 is vertrokken uit Oekraïne en hij voor die datum niet in Nederland verbleef. Verweerder heeft hieraan een handgeschreven toelichting toegevoegd: “U hebt verklaard uit Oekraïne te zijn vertrokken op 23-10-2020. U hebt verklaard in China gewoond en gewerkt te hebben van 23-10-2020 tot 08-11-2022. U hebt verklaard sindsdien niet meer naar Oekraïne te zijn gegaan. Dit is voor de peildatum. U bent niet ontheemd geraakt door het conflict. U valt niet onder de richtlijn.”. Verweerder plaatst daarom bij verzoeker geen verblijfssticker in zijn paspoort of verstrekt geen O-document als bewijs van verblijf. 3. Ook heeft verweerder medegedeeld dat de gemeente zal worden bericht dat verzoeker niet als tijdelijk beschermde wordt aangemerkt, waarbij de gemeente verzoeker nader zal informeren over de consequenties daarvan voor het recht op opvang en voorzieningen. Tot slot heeft verweerder medegedeeld dat verzoekers inschrijving bij de gemeente een onvolledige asielaanvraag is. Dit heeft als gevolg dat verzoeker rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Indien hij asiel wil aanvragen zal de IND die aanvraag in behandeling nemen en gedurende de behandeling van die aanvraag heeft hij ook recht op opvang bij het COa. Als hij besluit om geen asielaanvraag in te dienen, moet verzoeker Nederland in beginsel verlaten en hij ontvangt dan ook geen opvang en voorzieningen. 4. Verzoeker vraagt de voorzieningenrechter te bepalen om verweerder te verbieden tot uitzetting van verzoeker over te gaan. Hij verzoekt ook om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten tot verweerder op het bezwaarschrift heeft beslist. 5. In zijn verzoek voert hij aan dat hij een spoedeisend belang heeft omdat hij volgens het bestreden besluit Nederland dient te verlaten. Indien hij dit niet doet, dreigt hij te worden uitgezet naar Oekraïne. Ook stelt verzoeker een spoedeisend belang te hebben omdat hij wil werken en inkomen wil verwerven. Sinds verweerder het bestreden besluit heeft genomen is het voor verzoeker niet langer mogelijk om te werken. Verder voert verzoeker aan dat hij wel onder de Richtlijn tijdelijke bescherming valt. In het Uitvoeringsbesluit staat namelijk dat Oekraïense onderdanen die vóór 24 februari 2022 in Oekraïne verbleven in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming en verzoeker verbleef voor deze datum in Oekraïne. Daarnaast wijst verzoeker erop dat verweerder een brief met vragen naar verzoeker heeft verzonden naar aanleiding van zijn bezwaar. Daar blijkt volgens verzoeker uit dat verweerder een onderzoeksbelang in het bezwaar ziet. Verder heeft verzoeker ter zitting aangevoerd dat niet op voorhand kan worden gezegd dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft, nu verweerder niet kan verklaren wanneer hij op het bezwaarschrift beslist en ook niet kan uitsluiten dat verzoeker alsnog wordt gehoord. Verzoeker stelt tot slot dat verweerder de persoonlijke omstandigheden van verzoeker diende te betrekken bij zijn besluitvorming. Spoedeisend belang 6. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 7. De voorzieningenrechter volgt verzoeker niet in zijn stelling dat uit het besluit volgt dat hij Nederland dient te verlaten en dat uitzetting naar Oekraïne dreigt wanneer hij Nederland niet verlaat. De voorzieningenrechter stelt vast dat in het bestreden besluit wordt vermeld dat verzoeker een onvolledige asielaanvraag heeft ingediend en hij om die reden rechtmatig verblijf heeft in Nederland. In het bestreden besluit staat ook dat verzoeker naar het aanmeldcentrum te Ter Apel dient te gaan om zijn asielprocedure te doorlopen. Daarnaast wordt uitdrukkelijk benoemd dat het bestreden besluit geen terugkeerbesluit is. Uitzetting naar Oekraïne is daarom niet aan de orde. Verzoeker wordt ook niet gevolgd in zijn stelling dat hij een spoedeisend belang heeft omdat hij wil werken en inkomen wil verwerven. Op zitting is gebleken dat verzoeker momenteel via internet werkt en op die manier inkomen verwerft. Daarnaast is het ook voor asielzoekers mogelijk om onder bepaalde voorwaarden te werken. De door verzoeker gestelde omstandigheden leveren dus geen spoedeisend belang op. 8. De voorzieningenrechter moet ook zelf (ambtshalve) toetsen of sprake is van een spoedeisend belang. Vastgesteld wordt dat in het bestreden besluit staat dat het maken van bezwaar geen opschortende werking heeft. Het bestreden besluit heeft als gevolg dat verzoeker geen aanspraak meer kan maken op de rechten die verbonden zijn aan de status tijdelijk beschermde. Dit betekent dat verzoeker in onzekerheid verkeert of en hoelang hij nog in de gemeentelijke opvang kan verblijven. Deze onzekerheid levert wel een spoedeisend belang op bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Beoordelingskader 9. De voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels en beleidsregels zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. 10. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 11. De groepen vreemdelingen die volgens het Uitvoeringsbesluit onder de reikwijdte van de Richtlijn tijdelijke bescherming vallen, zijn de volgende categorieën personen die sinds 24 februari 2022 ontheemd zijn geraakt als gevolg van de militaire invasie door de Russische strijdkrachten die op die datum begon: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.