← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:8647

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.14988 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser], eiser, V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. P.H. Hillen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. G. Cambier). Procesverloop Bij besluit van 19 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Verweerder heeft op 24 mei 2023 de maatregel van bewaring opgeheven. De rechtbank heeft het beroep op 31 mei 2023 op zitting behandeld in Breda. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Overwegingen

  1. De rechtbank stelt vast dat de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd niet zijn betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen.
  2. Eiser voert aan dat verweerder eerder had moeten onderkennen dat eiser nog een gevangenisstraf van 150 dagen uit moest zitten. Hierdoor heeft de vreemdelingrechtelijke bewaring van eiser langer geduurd dan noodzakelijk. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij zo spoedig mogelijk heeft gehandeld door, nadat hij van de openstaande gevangenisstraf van eiser op de hoogte was gesteld, de bewaring alsnog op te heffen.
  3. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt. Op grond van het beleid van verweerder zoals neergelegd in paragraaf A5/6.13 van de Vreemdelingencirculaire 2000 wordt, als tijdens de bewaring bekend wordt dat een strafrechtelijk vonnis of arrest nog niet ten uitvoer is gelegd, voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, het vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet (in dit geval) de Dienst Terugkeer en Vertrek zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis, contact opnemen met het CJIB over de executie van het vonnis.
  4. In het dossier bevindt zich een brief van 23 mei 2023 van het CJIB aan detentiecentrum Rotterdam waarin mededeling wordt gedaan van een openstaande gevangenisstraf van eiser van 150 dagen. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder daarvan eerder dan 23 mei 2023 op de hoogte was, dan wel had moeten zijn. Nadat verweerder op 23 mei 2023 op de hoogte was gesteld, heeft hij naar het oordeel van de rechtbank voldoende voortvarend en in overeenstemming met zijn beleid gehandeld door de bewaring met ingang 24 mei 2023 op te heffen.
  5. Nu ook ambtshalve niet is gebleken dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is, is het beroep daartegen ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2023 door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en het proces-verbaal ervan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Centraal Justitieel Incassobureau.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.