RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.6694 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Akkas), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils). Procesverloop Verweerder heeft op 1 november 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. Overwegingen
- Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum]
- Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
- De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 4 januari 2023 (in de zaak NL22.26401) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
- Eiser stelt dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is naar Marokko. Hij voert daartoe aan dat zijn nationaliteit op 10 januari 2023 is bevestigd, maar dat de Marokkaanse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de aanvraag voor een laissez passer (lp). Verder stelt eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, omdat het onduidelijk is waarom er nog geen lp is verstrekt ondanks dat verweerder wel heeft gerappelleerd. Volgens eiser moet verweerder nader inzicht hierin geven door aan te geven waar naar wordt gevraagd in de rappels.
- De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 14 november 20221 geoordeeld dat er ten aanzien van Marokko in zijn algemeenheid sprake is van zicht op uitzetting. Verder hebben de Marokkaanse autoriteiten niet te kennen gegeven dat ze op voorhand geen lp aan eiser zullen verstrekken. Verweerder is afhankelijk van de Marokkaanse autoriteiten en rappelleert regelmatig bij hen. Daarnaast voert verweerder vertrekgesprekken met eiser, laatstelijk op 8 maart
- Eiser heeft geweigerd mee te werken aan de presentatie in persoon op 15 februari
- De presentatie in persoon is een vereiste voor de afgifte van een lp. De rechtbank volgt eiser dan ook niet in zijn stelling dat het onduidelijk is waarom er nog geen lp is verstrekt. Uit het dossier volgt dat er een nieuwe presentatie is gepland op 22 maart
- De rechtbank oordeelt dat er zicht is op uitzetting en dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan eisers uitzetting. Dat verweerder op dit moment geen datum kan geven waarop eiser zal worden uitgezet, is onvoldoende voor een ander oordeel.
- Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank niet van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
- Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van N.J.R. Kalaykhan, griffier.
- ECLI:NL:RVS:2022:
- De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 20 maart 2023 Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.