vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/625450 / HA ZA 22-181 Vonnis van 5 juli 2023 in de zaak van STICHTING NAMAAKBESTRIJDING REACT, te Amsterdam, eiseres, advocaat mr. T. Brohm te Amsterdam, tegen 1de vennootschap naar Chinees rechtSHLC TECHNOLOGY CO., LIMITED, te Hong Kong, Volksrepubliek China, 2. de vennootschap naar Frans rechtZC (FR) LIMITED, te Parijs, Frankrijk, gedaagden, niet verschenen. Partijen zullen hierna Stichting React, SHLC en ZC genoemd worden Met SHLC c.s. worden gedaagden hierna gezamenlijk aangeduid. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaardingen van 18 februari 2022; de akte overlegging producties van 31 augustus 2022, met producties 1 tot en met 20; de rolbeslissing van 7 september 2022; de herstelexploten van 22 en 23 september 2022; de akte overlegging producties 21 t/m 22, tevens houdende toelichting op de herstelexploten; de rolbeslissing van 5 april 2023, waarbij tegen SHLC verstek is verleend en de zaak tegen ZC is verwezen naar de rolzitting van 19 april 2023 voor het overleggen van het certificaat van betekening; het B16 formulier van mr. Brohm met roldatum 19 april 2023; het ter rolzitting van 26 april 2023 tegen gedaagde ZC verleende verstek. 1.2. Stichting React heeft SHLC c.s. gedagvaard tegen 31 augustus 2022. Het gaat hierbij om een vordering waarop de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (hierna: WAMCA) van toepassing is. 1.3. Stichting React heeft voldaan aan de vereisten van artikel 1018c lid 2 Rv, namelijk het binnen twee dagen na dagvaarding indienen van de dagvaarding ter griffie van de rechtbank en het doen aantekenen van de vordering in het centraal register voor collectieve vorderingen. 1.4. Vervolgens is de zaak overeenkomstig het bepaalde in artikel 1018c lid 3 Rv aangehouden voor de duur van drie maanden om andere belangenorganisaties als bedoeld in artikel 3:305a Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) gelegenheid te geven ook een collectieve vordering in te stellen voor dezelfde gebeurtenis(sen) waarop de onderhavige collectieve actie is gebaseerd en over gelijksoortige feitelijke en rechtsvragen. 1.5. Tijdens de aanhoudingsperiode heeft geen andere belangenorganisatie een collectieve vordering ingesteld voor dezelfde gebeurtenis(sen). 1.6. Vervolgens is een datum voor dit vonnis bepaald. 2Waar gaat deze zaak over? 2.1. Stichting React maakt deel uit van een groep van rechtspersonen, die valt onder de coöperatie SNB-REACT u.a. (hierna: Coöperatie React). Coöperatie React behartigt sinds 1991 de belangen van haar leden (hierna: de leden) in het handhaven van intellectuele eigendomsrechten, waaronder met name de bestrijding van namaak. 2.2. Artikel 2.1 van de statuten van Stichting React luidt als volgt: “Doelstelling van de Stichting is het bestrijden van het onrechtmatig gebruik van merken, handelsnamen en andere intellectuele eigendomsrechten in de ruimste van het woord en het te dien einde behartigen van belangen van ondernemingen, met name zijnde leden van coöperatieve vereniging SNB-REACT uitgesloten aansprakelijkheid of anderzijds gelieerd aan de Stichting, en de vertegenwoordiging van de gezamenlijke belangen met betrekking tot het bestrijden van namaak en piraterij van genoemde rechten en producten en bovendien al hetgeen daar direct en indirect mee verband houdt.” 2.3. De leden van Coöperatie React bestaan uit een breed scala van houders van intellectuele eigendomsrechten, waaronder veel merkhouders. Dit zijn voornamelijk internationale, maar ook nationale bedrijven uit allerlei sectoren zoals de kleding-, auto-, elektronica, verzorgingsmiddelen- en farmaceutische industrie. 2.4. Stichting React stelt dat op het e-commerce platform Vova van ZLHC c.s. goederen worden aangeboden, veelal in combinatie met advertenties die gebruik maken van de merken en/of de officiële productafbeeldingen van de leden, die inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten van de leden. De vorderingen van Stichting React zijn erop gericht om deze inbreuken te bestrijden en onder meer te kunnen beschikken over informatie om de hoogte van de schade van de leden te bepalen. 3De beoordeling Bevoegdheid 3.1. De rechtbank stelt voorop dat Stichting React SHLC c.s. niet aanspreekt op een door hen (zelfstandig) gepleegde inbreuk op Uniemerken dan wel Benelux-merken. Haar vorderingen betreffen, kort gezegd, inzage in informatie over personen die via het e-commerce platform van SHLC c.s. (beweerdelijk) inbreuk maken, alsmede een aan hen op te leggen gebod tot het voeren van een deugdelijk beleid ter voorkoming van (verdere) inbreuken door derden via het e-commerce platform van gedaagden. Nu die vorderingen enkel (kunnen) worden ingesteld naar aanleiding van de daaraan ten grondslag gelegde (beweerdelijke) inbreuken op Uniemerken en Benelux-merken, zijn de op die inbreuken toepasselijke bevoegdheidsregels van overeenkomstige toepassing. 3.2. Voor zover Stichting React haar vorderingen stoelt op inbreuken op verscheidene Uniemerken, volgt de internationale bevoegdheid van de rechtbank ten aanzien van SHLC uit de artikelen 123 lid 1, 124 onder a en 125 lid 2 UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk. Die bevoegdheid strekt zich op grond van artikel 126 lid 1 UMVo uit tot het grondgebied van de gehele Europese Unie. Ten aanzien van ZC volgt de internationale bevoegdheid van de rechtbank uit de artikelen 123 lid 1, 124 onder a en 125 lid 5 UMVo. Die bevoegdheid is op grond van artikel 126 lid 2 UMVo territoriaal beperkt tot Nederland. 3.3. Voor zover aan de vorderingen inbreuken op diverse Benelux-merken ten grondslag worden gelegd, geldt – zowel ten aanzien van SHLC als ten aanzien van ZC – dat de internationale en relatieve bevoegdheid van de rechtbank voortvloeit uit artikel 4.6 lid 1 BVIE nu de gestelde inbreukmakende handelingen mede zijn gericht op klanten in het arrondissement Den Haag. Die bevoegdheid strekt zich uit over de gehele Benelux. Collectieve actie 3.4. De dagvaarding bevat een vordering in een collectieve actie op grond van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek (BW), die is ingesteld na 1 januari 2020 en betrekking heeft betrekking op gebeurtenissen die (mede) hebben plaatsgevonden op of na 15 november 2016. De vordering valt daarmee onder het regime van Titel 14A van Boek 3 Rv. Voor de ontvankelijkheid van deze vordering geldt een aantal, ambtshalve te beoordelen, vereisten. De voorwaarden voor ontvankelijkheid 3.5. Op grond van artikel 1018c lid 5 Rv vindt inhoudelijke behandeling van de collectieve vordering van Stichting React slechts plaats indien en nadat de rechtbank heeft beslist: dat Stichting React voldoet aan de ontvankelijkheidseisen van artikel 3:305a lid 1 tot en met 3 BW (Stichting React doet geen beroep op het lichte regime van lid 6); dat Stichting React voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voeren van deze collectieve vordering efficiënter en effectiever is dan het instellen van een individuele vordering, doordat de te beantwoorden feitelijke en rechtsvragen in voldoende mate gemeenschappelijk zijn, het aantal personen tot bescherming van wier belangen de vordering strekt voldoende is en, indien de vordering strekt tot schadevergoeding, dat zij alleen dan wel gezamenlijk een voldoende groot financieel belang hebben; dat niet summierlijk van de ondeugdelijkheid van de collectieve vordering blijkt op het moment waarop het geding aanhangig wordt. 3.6. De vordering van Stichting React voldoet aan het vereiste van artikel 3:305a lid 1 BW. De vordering past binnen het statutaire doel van Stichting React en strekt tot bescherming van de gelijksoortige belangen van andere personen, met name de leden van de Coöperatie React. 3.7. De vordering van Stichting React voldoet ook aan het vereiste van artikel 3:305a lid 2 dat de behartigde belangen voldoende zijn gewaarborgd, gelet op het volgende. Stichting React is voldoende representatief; dat kan worden opgemaakt uit het feit dat Stichting React opkomt voor leden die bekende grote merken voeren. Stichting React heeft verder gesteld dat: zij een toezichthoudend orgaan heeft, te weten React B.V. dat een Supervisory Counsel heeft bestaande uit vertegenwoordigers van de leden. Het bestuur van React B.V. wordt benoemd door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, tevens zijnde de leden; de leden in voldoende mate worden betrokken bij de besluitvorming omtrent de wijze waarop de belangen beschermd moeten worden. Coöperatie React houdt een jaarlijkse ledenvergadering en informeert haar leden doorlopend over relevante ontwikkelingen; zij over voldoende middelen beschikt om de kosten voor het instellen van de onderhavige procedure te dragen, die zij genereert middels contributie van de leden aan Coöperatie React, waarbij de zeggenschap over de onderhavige rechtsvorderingen bij (het bestuur van) Stichting React ligt;
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.