← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2023:965

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.24731 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam] , eiseres v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. R. Akkaya), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 2 december 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen

  1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift tenminste de gronden van beroep. Indien niet aan dit vereiste is voldaan, kan op grond van artikel 6:6 Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits eiseres de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een haar daartoe gestelde termijn.
  2. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift van eiseres geen gronden bevat. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 5 december 2022 hierop gewezen en haar in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen binnen vijf werkdagen na de verzending van de brief, dus uiterlijk op 12 december
  3. Daarbij is eiseres erop gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als de gronden niet binnen de gestelde termijn worden ingediend.
  4. Eiseres heeft op 13 december 2022 gronden van beroep ingediend. De rechtbank stelt vast dat dit buiten de gegeven termijn is. Bij brief van 19 december 2022 is eiseres gevraagd om een toelichting te geven op de termijnoverschrijding. Eiseres stelt zich blijkens haar reactie van 22 december 2022 op het standpunt dat er geen sprake is van een verzuim. Hierbij verwijst zij naar het inleidende beroepschrift. Onder het kopje ‘Wat zijn de gronden van het beroep?’ is vermeld: ‘eiseres is het niet eens met de afwijzing van de IND’.
  5. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Het inleidende beroepschrift bevat geen informatie over de reden(en) waarom eiseres het niet eens is met het bestreden besluit, zodat terecht is vastgesteld dat eiseres in verzuim was. De gronden van beroep zijn vervolgens niet tijdig kenbaar gemaakt aan de rechtbank. Niet is gebleken dat dit niet aan eiseres kan worden toegerekend, zodat er geen aanleiding is om niet-ontvankelijkverklaring van het beroep achterwege te laten.1
  6. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. 1 Zie artikel 2.4, derde lid, aanhef en onder b, van de Procesregeling bestuursrecht
  8. De uitspraak is bekendgemaakt op: Documentcode: DSR24324801 Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.