← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:10098

Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 23/546 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2024 in de zaak tussen 3 [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres(gemachtigde: A.F.M.J. Verhoeven), en de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 20 december 2022 op het bezwaar van eiseres tegen de aan eiseres opgelegde naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm). Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni

  1. Namens eiseres zijn gemachtigde en [naam 1] verschenen. Namens verweerder zijn mr. [naam 2] en mr. [naam 3] verschenen. Overwegingen
  2. De naheffingsaanslag heeft dagtekening 11 maart
  3. Gemachtigde van eiseres heeft met dagtekening 9 augustus 2022 een bezwaarschrift ingediend. Dit bezwaarschrift is op 10 augustus 2022 door verweerder ontvangen.
  4. Bij de bestreden uitspraak op bezwaar is het bezwaarschrift van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.
  5. In geschil is of het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
  6. Eiseres heeft op 9 augustus 2022 haar bezwaarschrift ingediend tegen de naheffingsaanslag. In dit bezwaarschrift maakt zij geen melding van het niet ontvangen van de naheffingsaanslag. Verweerder heeft alvorens uitspraak op bezwaar te doen op 10 november 2022 een voorlopige uitspraak op bezwaar aan eiseres verzonden waarin verweerder concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift. Eiseres heeft daarop niet gereageerd. Ook in haar beroepschrift aan de rechtbank maakt zij geen melding van het niet ontvangen van de naheffingsaanslag. Eerst in haar pleitnota ontkent zij de ontvangst van de naheffingsaanslag.
  7. Gelet op de onder 5 geschetste omstandigheden acht de rechtbank de ontkenning door eiseres van de ontvangst van de naheffingsaanslag ongeloofwaardig. De ontvangst daarvan wordt daarom – zonder nader bewijs – genoegzaam aannemelijk geacht. Gemachtigde van eiseres heeft met dagtekening 9 augustus 2022 te laat bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag en er zijn geen omstandigheden die deze termijnoverschrijding verontschuldigen. Verweerder heeft het bezwaar dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
  8. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van mr. B. van Eeuwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juni
  10. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht). Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: 1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend. Verder vermeldt u ten minste het volgende: a. de naam en het adres van de indiener; b. de datum van verzending; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Vgl. ECLI:NL:GHAMS:2024:1501, r.o. 5.8

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.