← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:10343

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.13629 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.R. Verdoner), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd had beslist op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: de aanvraag). Op 2 april 2024 heeft verweerder hangende het beroep alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft tegen het inmiddels genomen besluit apart beroep ingesteld. Dit beroep tegen dat besluit heeft zaaknummer NL24.

  1. Verzoeker heeft het beroep tegen het niet-tijdig beslissen ingetrokken en vraagt nu om een veroordeling van verweerder in de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder heeft niet op dit verzoek gereageerd. De rechtbank doet nu een afzonderlijke uitspraak over de proceskostenveroordeling. Overwegingen De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.¹ De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank verweerder bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
  2. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  3. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit op de aanvraag te nemen. De rechtbank veroordeelt verweerder daarom in de door verzoeker gemaakte proceskosten.
  4. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5). Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verweerder moet ook het door verzoeker betaalde griffierecht vergoeden.² Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 437,
  5. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Kampschuur, griffier. 2 Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 26 juni 2024 Documentcode: [documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.