← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:10662

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.26445 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H.K. Westerhof), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols). Procesverloop Bij besluit van 26 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Eiser heeft zich akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Eiser heeft op 2 juli 2024 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 4 juli 2024 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft op 4 juli 2024 het onderzoek gesloten. Overwegingen

  1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1994 en zowel de Marokkaanse als Syrische nationaliteit te hebben.
  2. Eiser stelt dat in de maatregel ten onrechte is opgenomen dat hij dient terug te keren naar Marokko. Hij stelt zowel de Marokkaanse als de Syrische nationaliteit te hebben, en de Marokkaanse nationaliteit staat niet vast. In het dossier bevinden zich geen stukken om de Marokkaanse nationaliteit te onderbouwen. Ook het proces-verbaal van de wijziging van zijn persoonsgegevens van 28 mei 2024 is niet onderbouwd. Nu de aanzegging om naar Marokko te vertrekken onrechtmatig is, is de maatregel van bewaring ook onrechtmatig.
  3. De rechtbank stelt voorop dat eiser zelf heeft verklaard de Marokkaanse nationaliteit te hebben, waardoor verweerder zich terecht richt op uitzetting naar Marokko. Eiser heeft op geen enkele wijze onderbouwd dat hij de Marokkaanse nationaliteit niet heeft. Ook heeft hij geen stukken overgelegd om juist een andere nationaliteit aan te tonen. De maatregel van bewaring is dan ook niet onrechtmatig omdat daarin is opgenomen dat eiser dient terug te keren naar Marokko.
  4. Verder weegt de rechtbank mee dat eiser geen invulling wil geven aan zijn meewerkplicht. Zo heeft hij al twee keer geweigerd om mee te werken aan de afname van zijn vingerafdrukken. Gelet op het feit dat op eiser een plicht rust om in het kader van zijn terugkeer zijn volledige en actieve medewerking te verlenen, is de rechtbank van oordeel dat eventuele vertraging in het proces door zijn passieve houding voor rekening en risico van eiser zelf is. Door niet mee te werken kan ook zijn nationaliteit aan de hand van verifieerbare gegevens niet vastgesteld worden.
  5. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
  6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan op 9 juli 2024 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Vreemdelingenwet 2000.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.