RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL23.24789 V en NL23.39150 uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet en de voorzieningenrechter in de zaken van [opposant] , opposant V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. J.J. Eizenga). Procesverloop Opposant heeft tegen de beslissing van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 28 augustus 2023 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Bij uitspraak van 10 november 2023 heeft de rechtbank dat beroep ongegrond verklaard. Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet (met zaaknummer NL23.24789) ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening (met zaaknummer NL23.39150). Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. Overwegingen De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk ongegrond geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat verweerder de aanvraag van opposant terecht niet in behandeling heeft genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), omdat op grond van Verordening (EU) 604/2013 (de Dublinverordening) Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de buiten-zittinguitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep ongegrond is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat dat ten aanzien van Kroatië niet van het interstatelijke vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Opposant is dan ook verbaasd met de recente uitspraak van de hoogste bestuursrechter. Zo blijkt de brief van 15 november 2022, waarin de Kroatische autoriteiten beweren dat zij nog nooit asielzoekers hebben uitgezet naar derde landen zonder dat hun aanvraag is beoordeeld of voordat hun procedure is beëindigd, aantoonbaar onjuist te zijn. De Kroatische autoriteiten melden bovendien dat zij geen verschil hanteren in de behandeling tussen Dublinclaimanten en asielzoekers die vanuit een derde land binnenkomen. Aangezien er sprake is van (gedocumenteerde) pushbacks door de Kroatische autoriteiten bij asielzoekers die vanuit een derde land binnenkomen, kan eiser hieruit concluderen dat een Dublinclaimant eenzelfde vernederende behandeling te beurt kan vallen. Opposant zal in Kroatië als Dublinclaimant dan ook een reëel risico lopen op pushbacks. Hij wijst erop dat een aantal rechtbanken bepaald niet onder de indruk was van de recente uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 13 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.