Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-2199 Zaaknummer: C/09/663699 Datum beschikking: 28 juni 2024 Procedure gezamenlijke toegang ouders Beschikking op het op 26 maart 2024 ingekomen deelnameformulier van: [de man] , de man, wonende in [woonplaats 1] , gemeente [gemeente] , advocaat: mr. Th. Kremers te Breda, en [de vrouw] , de vrouw, wonende in [woonplaats 2] , advocaat: mr. R.W. van den Hoek te Leiden. Procedure De ouders hebben zich tot de rechtbank gewend door het indienen van een door beide ouders ingevuld en ondertekend deelnameformulier ‘pilot procedure gezamenlijke toegang ouders’, met bijlagen. De ouders hebben ermee ingestemd dat de procedure wordt gevoerd volgens de ‘procesregels gezamenlijke toegang ouders’. De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: voornoemd deelnameformulier; de brief van 4 juni 2024 van de man, met bijlagen; het e-mailbericht van 4 juni 2024 van de vrouw, met bijlagen; het e-mailbericht van 12 juni 2024 van de man, met bijlagen; het e-mailbericht van 12 juni 2024 van de vrouw, met bijlage. Op 14 juni 2024 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Feiten Partijen zijn een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan op 6 juli 2020 te Leiden. Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2020 te [geboorteplaats] . De moeder is daarnaast moeder van de nu nog minderjarige [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2011 te Leiden. Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] uit. [minderjarige 1] verblijft bij de vrouw. Deze rechtbank heeft op 22 december 2023 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover hier van belang inhoudende dat: de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning; [minderjarige 1] aan de vrouw zal worden toevertrouwd; de man voorlopig gerechtigd is om [minderjarige 1] bij zich te hebben: - in de oneven weken van woensdag om 12.00 uur tot vrijdag om 19.00 uur, waarbij de man [minderjarige 1] op woensdag uit het kinderdagverblijf ophaalt en op vrijdag weer bij de vrouw terugbrengt; - in de even weken van donderdag 08.30 uur tot zaterdag 19.00 uur, waarbij de man [minderjarige 1] bij de vrouw ophaalt en terugbrengt; de man aan de vrouw, met ingang van 22 december 2023 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] van € 285,- per maand zal betalen; de man aan de vrouw met ingang van 22 december 2023 voorlopig een partneralimentatie van € 470,- per maand zal betalen. - Het door de vrouw ingediende verzoek tot ontbinding geregistreerd partnerschap in de reguliere procedure (met zaak- en rekestnummer C/09/660113 / FA RK 24-426) is bij de rechtbank binnengekomen op 19 januari 2024. Verzoek en verweer Partijen hebben in het deelnameformulier verzocht de ontbinding van het geregistreerd partnerschap uit te spreken en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de vrouw te bepalen. Partijen waren het niet eens over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling), de informatie- en consultatieregeling, de kinderalimentatie, de partneralimentatie, de woning en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De man verzocht het volgende: - vaststelling van een zorgregeling waarbij [minderjarige 1] bij de man zal zijn: - zodra de man woonruimte heeft in/vlakbij [woonplaats 2] : - in de even weken: van woensdag 12.00 uur tot zaterdag 19.30 uur; - in de oneven weken: van woensdag 12.00 uur tot zaterdag 08.30 uur; - totdat voormelde definitieve regeling gaat gelden: - in de even weken: van woensdag 12.00 uur tot zaterdag 19.30 uur; - in de oneven weken: van woensdag 12.00 uur tot vrijdag 19.30 uur; - de helft van alle vakanties en feestdagen (volgens bijlage); vaststelling van een informatie- en consultatieregeling; vaststelling van kinderalimentatie van € 248,- per maand; vaststelling van partneralimentatie van € 0,- per maand; vaststelling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap conform het voorstel van de man. De vrouw verzocht het volgende: - vaststelling van een zorgregeling waarbij [minderjarige 1] bij de man zal zijn: - indien de man binnen een kwartier van de basisschool van [minderjarige 1] komt te wonen: - in de even weken: van donderdag uit school 14.45 uur tot zaterdag (uiterlijk) 18.30 uur; - in de oneven weken: van woensdag uit school 12.00 uur tot vrijdag naar school 08.30 uur; - totdat de man binnen een kwartier van de school van [minderjarige 1] woont: - als [minderjarige 1] nog niet naar school gaat: elke donderdag 08.30 uur tot vrijdag 18.30 uur; - als [minderjarige 1] wel naar school gaat: in de even weken van vrijdag uit school 12.00 uur tot zaterdag 18.30 uur; vaststelling van een informatie- en consultatieregeling conform het vFAS model; vaststelling van kinderalimentatie van € 271,- per maand; vaststelling van partneralimentatie van € 563,- bruto per maand; vaststelling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap conform het voorstel van de vrouw. Beoordeling Ontbinding geregistreerd partnerschap Ontvankelijkheid Door beide ouders is geen ouderschapsplan overgelegd overeenkomstig artikel 815 tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Nu het ouderschapsplan in de wet geformuleerd is als een processuele eis bij een verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, heeft de rechtbank de bevoegdheid beide ouders niet-ontvankelijk te verklaren in de over en weer gedane verzoeken tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, zesde lid, Rv). De ouders hebben zich door middel van de ‘procedure gezamenlijke toegang ouders’ tot de rechtbank gewend. De rechtbank meent dat hieruit hun intentie naar voren komt om samen en in het belang van hun kind te handelen. Daarbij overweegt de rechtbank ook dat de ouders op de zitting overeenstemming hebben bereikt over de regeling voor [minderjarige 1] . Gelet hierop zal de rechtbank de ouders ontvangen in hun verzoek tot ontbinding van hun geregistreerd partnerschap, ondanks het ontbreken van een ondertekend ouderschapsplan. Inhoudelijke beoordeling De man en de vrouw hebben gesteld dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht. De rechtbank zal daarom de over en weer gedane verzoeken tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap als op de wet gegrond toewijzen. Omdat de rechtbank in deze procedure de ontbinding van het geregistreerd partnerschap uitspreekt en beslist op de nevenvoorzieningen, beschouwt de rechtbank de reguliere procedure (met zaak- en rekestnummer C/09/660113 / FA RK 24-426) als ingetrokken. Hoofdverblijfplaats De ouders zijn het erover eens dat [minderjarige 1] op het adres bij de vrouw zal zijn ingeschreven. De rechtbank zal daarom de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de vrouw bepalen. Zorgregeling Op de zitting is lang met de ouders gesproken over de zorgregeling. Waar het voor de man belangrijk was dat hij een nachtje extra met [minderjarige 1] kreeg ten opzichte van de huidige (voorlopige) zorgregeling, was het voor de vrouw belangrijk dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zoveel mogelijk samen zijn. Uiteindelijk hebben de ouders op de zitting overeenstemming bereikt over de reguliere zorgregeling. De ouders hebben een zorgregeling afgesproken waarbij [minderjarige 1] bij de man zal zijn in de oneven weken van woensdag uit school tot vrijdag 17.30 uur en in de even weken van woensdag uit school tot zaterdag 19.00 uur. De rechtbank zal deze overeengekomen zorgregeling vaststellen en complimenteert de ouders dat zij – in het belang van [minderjarige 1] – samen afspraken hebben kunnen maken. Vakanties en feestdagen Ook wat betreft de vakanties en feestdagen hebben de ouders uiteindelijk op de zitting overeenstemming weten te bereiken. Uitgangspunt is verdelen bij helfte en aansluiten bij de vakantie- en feestdagenverdeling die voor [minderjarige 2] geldt, zodat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zoveel mogelijk samen zijn. De rechtbank zal de overeengekomen vakantie- en feestdagenregeling vastleggen zoals weergegeven onder ‘Beslissing’. Informatie en consultatie Op de zitting hebben de ouders aangegeven het erover eens te zijn dat er een informatie- en consultatieregeling zal gelden conform artikel 6 van het vFAS model, overgelegd door partijen onder bijlage A bij het deelnameformulier. De rechtbank zal deze regeling vastleggen. Doorverwijzing ouderschapsbemiddeling Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio. De rechtbank zal de zaak niet aanhouden in afwachting van het verloop van dit traject. De ouders hebben op alle geschilpunten overeenstemming bereikt. Het verbeteren van de communicatie en het onderling bespreken van de invulling van het ouderschap ligt in de handen van de ouders. De rechtbank geeft daarom een eindbeschikking af. Kinderalimentatie Op de zitting zijn de ouders overeengekomen dat de man een bedrag van € 285,- per maand aan kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] zal blijven betalen. Bij de vaststelling van dat bedrag is er rekening mee gehouden dat de moeder de volledige kinderbijslag en het kindgebonden budget zal ontvangen. Volledigheidshalve zal de rechtbank vaststellen dat de ingangsdatum van de kinderalimentatie de datum van inschrijving van deze beschikking tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap in de registers van de burgerlijke stand zal zijn. Tot dat moment geldt de voorlopige voorziening die eveneens betaling van een kinderalimentatie van € 285,- per maand inhoudt. Partneralimentatie Partijen zijn overeengekomen dat zij over en weer afzien van partneralimentatie. De rechtbank zal daarom de te betalen partneralimentatie op nihil bepalen. Deze afspraak kan alleen worden gewijzigd indien een situatie zoals omschreven in artikel 1:159 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) zich voordoet. Verdeling partnerschapsgoederengemeenschap Partijen zijn een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan op 6 juli 2020 te Leiden. Niet gesteld of gebleken is dat de partners een geregistreerd partnerschap onder voorwaarden zijn aangegaan. Partijen zijn na 1 januari 2018 met elkaar een geregistreerd partnerschap aangegaan, zodat gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 BW moet worden aangenomen dat tussen hen een beperkte gemeenschap van goederen bestaat. Een wettelijke beperkte gemeenschap van goederen betreft alle goederen die reeds vóór de aanvang van de gemeenschap aan de partners gezamenlijk toebehoorden, en alle overige goederen van de partners, door ieder van hen afzonderlijk of door hen tezamen vanaf de aanvang van de gemeenschap tot haar ontbinding verkregen, en verder alle gemeenschappelijke schulden die de partners bij aanvang van het geregistreerd partnerschap al hadden en alle tijdens het geregistreerd partnerschap ontstane schulden. Bij de verdeling van de gemeenschap van goederen moet als uitgangspunt worden genomen dat partijen in gelijke mate delen in de baten van de gemeenschap, terwijl ieder de lasten van de gemeenschap voor de helft moet dragen. Peildatum De peildatum voor de bepaling van de omvang van de te verdelen ontbonden partnerschapsgoederengemeenschap is 19 januari 2024, zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen bestanddelen geldt in beginsel de datum van feitelijke verdeling, tenzij partijen anders overeenkomen of tenzij daarvan op basis van redelijkheid en billijkheid moet worden afgeweken. Omvang van de partnerschapsgoederengemeenschap Door partijen zijn de volgende bestanddelen en schulden van de partnerschapsgoederengemeenschap naar voren gebracht: de echtelijke woning aan het adres [adres 2] ( [postcode 2] ) te [woonplaats 2] en de daaraan verbonden hypothecaire geldlening bij de Rabobank; ankrekeningen; schenkingen vrouw; inboedel; verschuldigde belasting en verdeling kindgebonden budget. Ad. a, b en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.