← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:11704

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.11448 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, geboren op [geboortedatum], van Syrische nationaliteit, v-nummer: [nummer], mede namens zijn minderjarige kinderen: [naam], geboren op [geboortedatum], van Syrische nationaliteit, v-nummer: [nummer], [naam], geboren op [geboortedatum], van Syrische nationaliteit, v-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. H.A. Limonard), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister. Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 1 augustus

  1. Eiser heeft op 1 augustus 2023 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] in het kader van nareis. Bij brief van 6 februari 2024 heeft eiser de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Eiser heeft vervolgens op 15 maart 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Beoordeling door de rechtbank
  2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
  3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In dit geval is het griffierecht € 187,-.
  4. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
  5. Op 14 juni 2024 heeft de griffier een brief naar eiser verstuurd omtrent een beroep op betalingsonmacht. Eiser is in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na de datum van verzending van de betreffende brief te reageren. Eiser heeft niet van zich laten horen. De griffier heeft eiser daarom in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen.
  6. De rechtbank stelt vast dat eiser het griffierecht niet (op tijd) heeft betaald. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
  7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr.B.A. Smit, griffier. Een afschrift van deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.