RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.15388 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1] V-nummer: [V-nummer 1] [eiser 2] V-nummer: [V-nummer 2] [eiser 3] V-nummer: [V-nummer 3] [eiser 4] V-nummer: [V-nummer 4] [eiser 5] V-nummer: [V-nummer 5] [eiser 6] V-nummer: [V-nummer 6] samen: eisers (gemachtigde: mr. F.A. van den Berg), de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: [naam]). Procesverloop Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op de aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf met het verblijfsdoel ‘familie- of gezinslid’ voor verblijf bij [eiser 1] (referent). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen
- Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
- Bij de beantwoording van de vraag wanneer de beslistermijn van verweerder is gestart, stelt de rechtbank vast dat partijen de datum van indiening van de aanvragen verschillend weergeven. Eisers stellen in de beroepsgronden dat de aanvragen zijn ingediend op 22 augustus
- In de ontvangstbevestigingen en andere stukken van verweerder staat daarentegen dat eisers de aanvragen op 28 augustus 2023 hebben ingediend. In de ingebrekestelling van 24 februari 2024 noemen eisers op hun beurt als indieningsdatum 23 september
- Nu eisers niet hebben aangetoond dat de aanvragen op 22 augustus 2023 zijn verzonden aan verweerder en er geen reden is om te twijfelen aan de door verweerder genoemde ontvangstdatum, zal de rechtbank deze laatste datum aanhouden als datum van indiening. Dit betekent dat de beslistermijn is gaan lopen op 28 augustus
- Verweerder moet op grond van artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen beslissen. Onder verwijzing naar de laatste volzin van dit artikellid heeft verweerder de beslistermijn verlengd met drie maanden. Verweerder had dus uiterlijk op 26 februari 2024 een besluit moeten nemen. Dit betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 24 februari 2024 te vroeg is ingediend. Daarom is het beroep van eisers tegen het uitblijven van besluiten op hun aanvragen kennelijk niet-ontvankelijk.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 19 juli 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.