Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/2715 uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 april 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde mr. J.C. Herrewijnen), tegen de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. V.N. Chaudron). Inleiding
- In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een Verklaring omtrent gedrag (VOG). 1.
- Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag van 10 januari 2024 (SGR 24/2236). Voorts heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.
- Verweerder heeft stukken en een reactie ingediend. 1.
- De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de voorzieningenrechter
- Bij uitspraak van heden heeft de rechtbank het beroep van verzoeker onder meer kennelijk gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen op zijn VOG-aanvraag vernietigd en bepaald dat verweerder uiterlijk op 30 april 2024 een besluit moet nemen op de VOG-aanvraag. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek vanwege het ontbreken van connexiteit niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
- Nu het verzoek om een voorlopige voorziening er wel aan heeft bijgedragen dat verweerder op korte termijn zal (moeten) beslissen op de VOG-aanvraag, zal de voorzieningenrechter verweerder veroordelen in de proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het verzoek met een waarde per punt van € 875, en een wegingsfactor 0,5 (licht). Voorts dient verweerder het betaalde griffierecht van € 187,- aan verzoeker te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 437,50; draagt verweerder op het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing wordt in het openbaar uitgesproken op 29 april
- De uitspraak is vanwege de daarmee gediende spoed eerder al aan partijen gezonden op 26 april
- griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.