← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:12395

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/2715 uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 april 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde mr. J.C. Herrewijnen), tegen de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. V.N. Chaudron). Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een Verklaring omtrent gedrag (VOG). 1.
  2. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag van 10 januari 2024 (SGR 24/2236). Voorts heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.
  3. Verweerder heeft stukken en een reactie ingediend. 1.
  4. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  5. Bij uitspraak van heden heeft de rechtbank het beroep van verzoeker onder meer kennelijk gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen op zijn VOG-aanvraag vernietigd en bepaald dat verweerder uiterlijk op 30 april 2024 een besluit moet nemen op de VOG-aanvraag. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek vanwege het ontbreken van connexiteit niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
  6. Nu het verzoek om een voorlopige voorziening er wel aan heeft bijgedragen dat verweerder op korte termijn zal (moeten) beslissen op de VOG-aanvraag, zal de voorzieningenrechter verweerder veroordelen in de proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het verzoek met een waarde per punt van € 875, en een wegingsfactor 0,5 (licht). Voorts dient verweerder het betaalde griffierecht van € 187,- aan verzoeker te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk; veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 437,50; draagt verweerder op het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing wordt in het openbaar uitgesproken op 29 april
  7. De uitspraak is vanwege de daarmee gediende spoed eerder al aan partijen gezonden op 26 april
  8. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.