← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:12788

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.20122 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. D. van Elp), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Op 23 juni 2023 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, het door verzoeker ingestelde beroep inzake NL23.9636 tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag gegrond verklaard. Verweerder is opgedragen om binnen twee weken na bekendmaking van de uitspraak op de aanvraag van verzoeker te beslissen. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat verweerder een dwangsom van € 100 verbeurt voor elke dag waarmee verweerder de genoemde termijnen overschrijdt, met een maximum van € 7.

  1. Op 11 juli 2023 heeft verzoeker (nogmaals) beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Bij besluit van 18 december 2023 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker ingewilligd. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen
  2. Uit het beleid van de rechtbank volgt dat in het geval er een opvolgend beroep niet tijdig wordt ingesteld voordat de maximale dwangsom is volgelopen, het (opvolgende) beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het opleggen van een tweede dwangsom nog voordat de eerste dwangsom is volgelopen, is in strijd met het systeem van dit soort beroepen. Een nieuw beroep tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag doet namelijk af aan de rechtskracht van de eerste uitspraak. De rechtbank ziet geen aanleiding om in dit geval anders te oordelen.
  3. De rechtbank stelt vast dat ten tijde van het instellen van het onderhavige beroep de rechterlijke dwangsom van de eerste uitspraak nog niet was volgelopen. De prikkel om een besluit te nemen was ten tijde van de indiening van het onderhavige beroep dus nog steeds aanwezig.
  4. Dat betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is.
  5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 12 augustus 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht. Beleid ten aanzien van de beroepen niet tijdig in het vreemdelingenrecht, vastgesteld op 25 maart 2020 (gepubliceerd op rechtspraak.nl).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.