← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:12837

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.19846 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, geboren op [geboortedatum], van Turkse nationaliteit, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. B.A. Palm), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister Procesverloop Eiser heeft op 7 mei 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 juni

  1. Bij besluit van 15 juli 2024 heeft de minister de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank heeft bij bericht van 17 juli 2024 eiser verzocht binnen twee weken de rechtbank te informeren of de beslissing aanleiding is om het beroep in te trekken. Eiser heeft desgevraagd geen reactie gegeven op het alsnog genomen besluit. Overwegingen
  2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
  3. Op 15 juli 2024 heeft de minister alsnog een besluit genomen op de aanvraag van eiser. Gelet hierop is er voor de rechtbank geen aanleiding om conform artikel 8:55d, van de Awb te bepalen dat de minister alsnog een besluit op het verzoek dient te nemen. Het beroep is daarom, voor zover het zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ook betrekking op het alsnog genomen besluit. Dit volgt uit artikel 6:20, derde lid van de Awb. Eiser heeft geen inhoudelijke gronden ingediend tegen het alsnog genomen besluit. Het beroep is daarom, voor zover gericht tegen het besluit van 23 april 2024, ongegrond.
  4. Eiser krijgt wel een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Niet in geschil is namelijk dat de minister niet tijdig op de asielaanvraag van eiser heeft beslist, dat eiser vervolgens een geldige ingebrekestelling heeft verstuurd en dat de minister pas na het instellen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit een besluit heeft genomen. De minister moet de proceskostenvergoeding betalen. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,-, bij een wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet- ontvankelijk; - verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 15 juli 2024, ongegrond; - veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,
  5. Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.