RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: AWB 24/12969 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 augustus 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [naam], verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.F. Wijngaarden), en het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) (gemachtigde: mr. L.A. van Els - van den Berg). Inleiding
- In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening van verzoeker. Dit in verband met het besluit van 15 augustus 2024 van het COa. In dit besluit gaat het COa uit van de meerderjarigheid van verzoeker en heeft het COa besloten dat verzoeker zal worden overgeplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen. 1.
- Verzoeker heeft tegen het besluit van 15 augustus 2024 bezwaar gemaakt. Het COa heeft ingestemd met het, op grond van artikel 7:1a van de Awb gedane verzoek tot rechtstreeks beroep tegen dat besluit bij de rechtbank. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer AWB 24/
- 1.
- De rechtbank en de voorzieningenrechter hebben het beroep en het onderhavige verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening op 20 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van het COa. 1.
- Na afloop van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting in de bodemzaak geschorst en heeft de voorzieningenrechter op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening onmiddellijk uitspraak gedaan. Van die mondelinge uitspraak is dit proces-verbaal opgemaakt. Beoordeling door de voorzieningenrechter
- De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 2.
- Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
- Verzoeker stelt dat hij minderjarig is en dat hij daarom niet kan worden overgeplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen. Volgens verzoeker bestaat er gelet op de stukken die hij heeft overgelegd reden voor twijfel over zijn in Nederland geregistreerde geboortedatum, [geboortedatum]. Verzoeker betoogt dat het COa hierin aanleiding had moeten zien om te wachten met het overplaatsen van verzoeker. Voorts heeft verzoeker ter zitting om aanhouding van het onderzoek in de bodemprocedure verzocht, vanwege de door hem naar voren gebrachte omstandigheid dat de IND nader onderzoek doet naar de door eiser opgegeven leeftijd in Roemenië. Verzoeker heeft in dit verband op 13 augustus 2024 een toestemmingsverklaring ondertekend. Ook hierin ligt een omstandigheid voor reden voor twijfel over de leeftijd van verzoeker, aldus verzoeker.
- Nu het onderzoek naar de leeftijd van verzoeker nog lopende is en dit gevolgen zou kunnen hebben voor het besluit van 15 augustus 2024, ziet de rechtbank aanleiding voor schorsing van dat besluit, opdat verzoeker nog niet kan worden overgeplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen. De gemachtigde van het COa heeft desgevraagd op zitting naar voren gebracht zich niet te verzetten tegen de schorsing van het onderzoek in de bodemzaak, noch tegen het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende dat het besluit van 15 augustus 2024 wordt geschorst tot de dag waarop de rechtbank uitspraak doet in de hoofdzaak. Conclusie en gevolgen
- De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 15 augustus 2024 is geschorst tot de dag waarop de rechtbank uitspraak doet in de hoofdzaak met zaaknummer AWB 24/
- Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, krijgt verzoeker een vergoeding voor zijn proceskosten. Het COa moet dit betalen. Deze vergoeding bedraagt in totaal € 1750,- (2 punten), omdat de gemachtigde van de vreemdeling een verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.
- Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat. Beslissing De voorzieningenrechter: - schorst het besluit van 15 augustus 2024 tot de dag waarop de rechtbank uitspraak doet in de hoofdzaak. - veroordeelt het COa tot het betalen van de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1750,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2024 door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.