RECHTBANK Den Haag Team handel - voorzieningenrechter Zaaknummer: C/09/670061 / KG ZA 24-699 Vonnis in kort geding van 23 augustus 2024 in de zaak van 1 [eiseres sub 1] te [woonplaats 1] , gemeente [gemeente] ,2. [eiseres sub 2] te [woonplaats 2] , eiseressen, hierna samen te noemen: [eiseressen] c.s., advocaten: mr. B.J. Meruma en mr. R. de Leeuw te Amsterdam, tegen 3VE OG B.V. te Katwijk, gedaagde, hierna te noemen: 3VE, advocaat: mr. D.G. Lasschuit te Leiden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 6 augustus 2024, met producties en aanvullende producties; - de producties van 3VE. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2024. De advocaten van partijen hebben ter zitting gepleit aan de hand van spreekaantekeningen. Deze spreekaantekeningen zijn in het dossier zijn gevoegd. Vonnis is nader bepaald op vandaag. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. [eiseressen] c.s. zijn de dochters en enig erfgenamen van mevrouw [naam 1] (hierna: [naam 1] ). Op 1 december 1997 heeft [naam 1] een woonboot genaamd “ [naam woonboot] ” (hierna: de woonboot) in eigendom verkregen. Na het overlijden van [naam 1] op 31 december 2022 zijn [eiseressen] c.s. door vererving gezamenlijk eigenaar van de woonboot geworden. 2.2. De woonboot ligt sinds de jaren ’50, samen met twee andere woonboten, afgemeerd aan de [adres] te [plaatsnaam] . In 2009 heeft [naam 1] voor de ligplaats van de woonboot een meerjarige huurovereenkomst gesloten met [naam 2] , de eigenaar van het perceel aan de [adres] . De woonboot ligt deels in water dat deel uitmaakt van het perceel [adres] en deels in water dat deel uitmaakt van het perceel dat sinds 2013 eigendom is van 3VE. De kadastrale grens tussen de percelen loopt in het water over de lengte van de woonboot. Vanaf 2016 heeft 3VE jaarlijks aan [naam 1] een gedoogbrief verzonden, waarin zij zich kort gezegd op het standpunt stelde dat de woonboot zonder toestemming op haar perceel lag afgemeerd, dat zij de onrechtmatige situatie gedoogde, maar dat zij zich het recht voorbehield om deze gedoogsituatie te beëindigen. 2.3. Bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van deze rechtbank van 24 april 2024 (hierna: het Vonnis) zijn [eiseressen] c.s. veroordeeld om de woonboot binnen vier maanden na het vonnis van het perceel van 3VE te verwijderen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 10.000,00. In het Vonnis is met betrekking tot de ontruimingstermijn en de uitvoerbaarheid bij voorraad het volgende overwogen: “4.11. 3VE vordert de ontruiming van het perceelgedeelte binnen een termijn van 30 dagen. Volgens [eiseressen] c.s. is deze termijn onrealistisch. Nu tussen partijen niet in geschil is dat de woonark zal moeten worden gesloopt, en [eiseressen] c.s. daarvoor een aannemer zal moet inschakelen, acht ook de rechtbank een termijn van 30 dagen niet haalbaar. 3VE heeft in dit verband op de mondelinge behandeling aangegeven dat de woonark er nog wel enkele maanden kan blijven liggen. De rechtbank zal de termijn voor de ontruiming van de ligplaats daarom naar redelijkheid vaststellen op vier maanden na datum van dit vonnis. (...) 4.12. [eiseressen] c.s. heeft ten slotte verweer gevoerd tegen de door 3VE gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring. Zij voert daartoe aan dat 3VE geen belang heeft bij een ontruiming op korte termijn omdat er in ieder geval nog voor geruime tijd twee woonarken in de sloot zullen blijven liggen. De rechtbank overweegt dat uit de brief 13 maart 2023 volgt dat [eiseressen] c.s. voornemens is om de woonark te verkopen aan een derde. Het belang van [eiseressen] c.s. dat in deze procedure aan de orde is, is dus een zuiver financieel belang. Mocht dit vonnis in hoger beroep worden vernietigd, en [eiseressen] c.s. de woonark reeds van het perceelgedeelte hebben verwijderd, dan is 3VE gehouden om alle schade die [eiseressen] c.s. door de onrechtmatige executie heeft geleden te vergoeden. De schadevergoeding komt dan in de plaats voor de misgelopen verkoopopbrengsten, zodat [eiseressen] c.s. dan op deze wijze kan worden gecompenseerd. Het belang van 3VE om de inbreuk op haar eigendomsrecht zo spoedig te beëindigen weegt in deze omstandigheden daarom zwaarder dan het belang van [eiseressen] c.s. om de uitkomst van een mogelijke procedure in hoger beroep af te wachten.” 2.4. 3 VE hebben het Vonnis op 1 mei 2024 aan [eiseressen] c.s. doen betekenen. 2.5. [eiseressen] c.s. hebben tegen het Vonnis hoger beroep ingesteld. 2.6. Bij e-mailbericht van 7 mei 2024 heeft een medewerker van [bedrijfsnaam] aan [eiseressen] c.s. meegedeeld dat alle nutsvoorzieningenafgesloten dienen te worden voordat een bouwwerk gesloopt kan worden. [bedrijfsnaam] heeft hierbij erop gewezen dat nutsbedrijven doorgaans lange wachttijden hebben. 2.7. [eiseressen] c.s. hebben 3VE verzocht akkoord te gaan met opschorting van de tenuitvoerlegging van het Vonnis totdat het hof in hoger beroep arrest heeft gewezen. 3VE heeft hier niet mee ingestemd. 3Het geschil 3.1. [eiseressen] c.s. vorderen schorsing van de tenuitvoerlegging van het Vonnis, met veroordeling van 3VE in de proceskosten. 3.2. [eiseressen] c.s. leggen aan de vordering het volgende ten grondslag. Het is onmogelijk om binnen de in het Vonnis gegeven termijn van vier maanden aan de veroordeling te voldoen. In verband met het verwijderen van de nutsvoorzieningen, het verkrijgen van een sloopvergunning en het benodigd onderzoek naar de gevolgen van de verwijdering van de woonboot voor de naastgelegen woonboten, gaat het minimaal een tot anderhalf jaar duren voordat de woonboot verwijderd kan worden. De kosten van verwijdering bedragen zo’n € 60.000,00, terwijl de woonboot (inclusief ligplaats) getaxeerd is op € 260.000,00. [eiseressen] c.s. achten het niet redelijk dat zij alle benodigde inspanningen verrichten en daarvoor kosten maken (nog afgezien van de omstandigheid dat zij de benodigde bedragen niet voorhanden hebben), terwijl het hof tot een ander oordeel kan komen. De belangen van [eiseressen] c.s. om de sloop uit te stellen tot aan het oordeel van het hof wegen zwaarder dan de belangen van 3VE bij tenuitvoerlegging van het Vonnis. 3.3. 3 VE voert verweer. 3VE concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseressen] c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseressen] c.s. in de kosten van deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar moet zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. 4.2. Bij de toepassing van deze maatstaf in kort geding moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel blijft buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.