← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:13888

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.22817 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.S. Frickus), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. P.M.W. Jans). Inleiding Bij besluit van 8 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. De rechtbank heeft het beroep op 29 augustus 2024 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiseres is met voorafgaand bericht niet verschenen. Eiseres is ook niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen

  1. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiseres nog procesbelang heeft bij haar beroep.
  2. Bij brief van 21 augustus 2024 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. Daarbij heeft verweerder een schermafdruk overgelegd van zijn interne systeem. Hieruit blijkt dat eiseres met ingang van 14 augustus 2024 door het COa is gemeld als zijnde met onbekende bestemming vertrokken. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiseres bij bericht van 28 augustus 2024 meegedeeld dat zij de afgelopen maand geen contact meer heeft gehad met eiseres.
  3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.
  4. Nu eiseres op 14 augustus 2024 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met haar gemachtigde, moet ervan uit worden gegaan dat eiseres geen prijs meer stelt op de door haar verzochte bescherming en op een beoordeling van haar beroep. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiseres geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het door haar ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.
  5. Het beroep is niet-ontvankelijk
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2024 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.