← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:14192

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.29694 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M. Terpstra), en de Minister van Migratie en Asiel (voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid), de minister (gemachtigde: S.H.F. Pols). Procesverloop Bij besluit van 18 november 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris van justitie en veiligheid aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser heeft op 25 juli 2024 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 5 augustus 2024, gelijktijdig met het beroep van eiser in de bewaringszaak met kenmerk NL24.29619, op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Tribak. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het terugkeerbesluit. Overwegingen

  1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]
  2. Eiser stelt dat het bestreden besluit nog niet in rechte vast staat, omdat het niet duidelijk is of het terugkeerbesluit is uitgereikt aan eiser.
  3. De rechtbank oordeelt dat, anders dan eiser stelt, het bestreden besluit in rechte vast staat. In het bestreden besluit staat opgenomen dat een afschrift van het besluit onmiddellijk aan de vreemdeling is uitgereikt. Het gaat om een ambtsedig opgemaakt stuk en er is geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid hiervan. Het feit dat er destijds geen beroep is ingesteld tegen het terugkeerbesluit, maakt op zichzelf niet dat getwijfeld moet worden aan de rechtmatige uitreiking van het besluit. Op de zitting heeft de gemachtigde van de minister verder toegelicht dat het terugkeerbesluit destijds gelijktijdig met de toen opgelegde maatregel van bewaring is uitgereikt. Tegen beide besluiten is toen geen beroep ingesteld. De beroepstermijn van vier weken is al lang verstreken.
  4. Het voorgaande betekent dat het beroep tegen het terugkeerbesluit niet- ontvankelijk is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. R.A. Oelen, griffier. 12 augustus 2024 Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.