← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:15336

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.36684 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. G.A. Dorsman), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft op 10 april 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 24 september 2024 gesloten. Overwegingen

  1. Eiser stelt de Algerijnse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum]
  2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
  3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al meermalen heeft getoetst. Uit de laatste uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 19 augustus 2024 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 16 augustus
  4. Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn naar Algerije, omdat er aan eiser is medegedeeld dat er een vlucht is geboekt voor 16 oktober 2024, terwijl uit het voortgangsrapport blijkt dat er een vlucht is geboekt voor 2 oktober
  5. Daarnaast is niet gebleken dat er een LP is afgegeven. Verder had de belangenafweging in het voordeel van eiser moeten uitvallen. De rechtbank oordeelt als volgt.
  6. Uit het voortgangsrapport en het vertrekgesprek van 12 september 2024 volgt dat er op 2 oktober 2024 een vlucht staat gepland voor eiser. Ook is gebleken dat eisers nationaliteit is bevestigd en dat er een toezegging is gedaan door de Algerijnse autoriteiten voor afgifte van een LP aan eiser. Dat deze LP nog niet daadwerkelijk is afgegeven geeft geen aanleiding voor het vermoeden dat dit niet alsnog kan worden afgegeven voordat het geplande vertrek zal plaatsvinden. Gelet hierop is er geen aanleiding voor de conclusie dat zicht op uitzetting binnen redelijke termijn ontbreekt. De stelling dat aan eiser zou zijn medegedeeld dat de vlucht is gepland op 16 oktober 2024 maakt dit niet anders. Allereerst is deze stelling niet onderbouwd. Bovendien blijkt uit het vertrekgesprek van 23 september 2024 dat aan eiser is medegedeeld dat de vlucht is gepland op 2 oktober
  7. De enkele stelling dat eisers belang zwaarder weegt dan het belang van verweerder is niet nader toegelicht en leidt dan ook niet tot een gegrond beroep.
  8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan op 25 september 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. ECLI:NL:RBDHA:2024:
  10. Laissez-passer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.