RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.27205, NL24.27206, NL24.27208 en NL24.27209 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1], V-nummer: [V-nummer 1], eiser I [eiser 2] , V-nummer: [V-nummer 2], eiser II [eiseres 1] , V-nummer: [V-nummer 3], eiseres I [eiseres 2] , V-nummer [V-nummer 4], eiseres II (gemachtigde: mr. O. Sarac), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eisers hebben op 4 juli 2024 afzonderlijk beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 17 maart
- De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen
- De rechtbank merkt de beroepen van eisers aan als samenhangende zaken, omdat zij tot dezelfde familie behoren, gelijktijdig hun asielaanvragen hebben ingediend en nagenoeg gelijktijdig beroep in hebben gesteld.
- Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
- Eisers hebben op 17 maart 2023 asielaanvragen ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eisers op 17 september
- Verweerder heeft met de inwerkingtreding van WBV 2023/3 de beslistermijn verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eisers pas op 17 juni 2024 is geëindigd. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 19 april 2024 geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2023/3 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig.
- Eisers hebben op 17 juni 2024 afzonderlijke ingebrekestellingen verzonden. Deze zijn door verweerder ontvangen op 17 juni
- Op het moment van het ontvangen van de ingebrekestellingen was de beslistermijn nog niet verstreken, waardoor de ingebrekestellingen te vroeg zijn ingediend. De beroepen van eisers tegen het uitblijven van een besluit op hun asielaanvraag zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 2 oktober 2024 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht. Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr.
- Zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:RBDHA:2024:5735 en ECLI:NL:RBDHA:2024:
- Vreemdelingenwet 2000.