vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/660269 / HA ZA 24-76 Vonnis van 16 oktober 2024 in de zaak van MEESTERWERK B.V., te Zwolle, eiseres, advocaat mr. J. Duijzings, te Zeist, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid, Dienst Justitiële Inrichtingen), te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. B.M. Vijverberg, te Diessen. Partijen zullen hierna Meesterwerk en DJI genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het procesdossier bestaat uit: de dagvaarding van 12 januari 2024, met de producties 1-31; de conclusie van antwoord, met de producties 1-19; het tussenvonnis van 22 mei 2024, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen; de brief van 23 augustus 2024 aan de zijde van Meesterwerk, met de producties 32-34. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 september 2024. Daarbij waren (vertegenwoordigers van) partijen en hun advocaten – en namens Meesterwerk tevens mr. D.J.C. Post – aanwezig. Tijdens de mondelinge behandeling zijn vragen van de rechtbank beantwoord en hebben partijen hun standpunten verder toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Deze aantekeningen zijn aan het griffiedossier toegevoegd. 1.3. Ten slotte is de datum bepaald waarop dit vonnis wordt gewezen. 2De feiten 2.1. Meesterwerk is een organisatie die zorg biedt aan cliënten met een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), een forensische titel op grond van de Wet forensische zorg (Wfz) of een indicatie op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 2.2. De dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: DJI), in het bijzonder Divisie Forensische Zorg en Justitiële Inrichtingen (hierna: ForZo/JJI), is een overheidsorganisatie die onder meer verantwoordelijk is voor de inkoop en financiering van forensische zorg voor mensen met een forensische zorgtitel. Ingevolge de Wfz moet de zorg ingekocht worden bij zorgaanbieders. 2.3. Eind 2019 heeft DJI met Meesterwerk een raamovereenkomst gesloten voor het verlenen van ambulante begeleiding (dagbesteding) en verblijfszorg aan patiënten met een forensische zorgtitel (hierna: justitiabelen of cliënten). Deze raamovereenkomst is in werking getreden op 1 januari 2020 en is per eind december 2023 geëindigd. Op grond van de raamovereenkomst kon Meesterwerk de zorg die zij verleende aan de bij haar geplaatste cliënten met een forensische titel, bij DJI declareren. 2.4. Bij brief van 7 oktober 2021 heeft DJI aan Meesterwerk gemeld dat na beoordeling van haar gepubliceerde jaarcijfers over 2020, bijzonderheden zijn geconstateerd die aanleiding gaven tot het stellen van nadere vragen. DJI kondigt in deze brief een materiële controle aan over het jaar 2020, met als doel te onderzoeken of de door Meesterwerk gedeclareerde prestaties feitelijk zijn geleverd en om na te gaan of de geleverde prestaties passend zijn geweest. Hiertoe heeft DJI documentatie opgevraagd bij en ontvangen van Meesterwerk. 2.5. In de raamovereenkomst is materiële controle als volgt gedefinieerd: “Het onderzoek waarbij DJI nagaat of de door de zorgaanbieder in rekening gebrachte prestatie feitelijk is geleverd (‘rechtmatigheid’) en die geleverde prestatie het meest was aangewezen gezien de geestelijke gezondheidstoestand en de beveiligingsnoodzaak van de cliënt (‘doelmatigheid’)”. 2.6. Bij e-mail van 10 februari 2022 heeft DJI aan Meesterwerk gemeld dat tijdens het onderzoek over 2020 tekortkomingen en onrechtmatigheden zijn geconstateerd. Aangekondigd is dat de materiële controle zal worden uitgebreid naar 2021. 2.7. Bij brief van 16 augustus 2022 heeft DJI aan Meesterwerk gemeld dat het onderzoek over 2020 en 2021 is afgerond en dat met deze brief de materiële controle formeel is gesloten. Vermeld is dat uit deze controle, waarbij tien dossiers (per jaar) zijn gecontroleerd, de volgende drie tekortkomingen naar voren zijn gekomen: 1. cliëntdossiers zijn niet op orde; 2. registratie van zorgprestaties inzake dagactiviteiten schiet tekort of ontbreekt; en 3. een wakende of slapende wacht voortdurend in de directe nabijheid van justitiabelen ontbreekt. DJI schrijft verder aan Meesterwerk dat vanwege onder meer het ontbreken van juiste registraties, het uitvoeren van een materiële controle bemoeilijkt wordt dan wel onmogelijk is. Daarom is een rondrekening opgesteld, die is gehanteerd om te beoordelen of de gedeclareerde zorg ook daadwerkelijk geleverd had kunnen worden. De rondrekening is tot stand gekomen op basis van een beoordeling van onder meer de personeelsformatie, een berekening van netto inzetbaarheid van het ingezet zorgpersoneel en de NZa-normen. Op grond daarvan heeft DJI geconcludeerd dat een deel van de gedeclareerde uren niet geleverd kon worden. DJI heeft in deze brief € 569.700,57 aan onrechtmatig gedeclareerde zorgprestaties van Meesterwerk over 2020 en 2021 teruggevorderd, nadat eerder (bij e-mail van 18 mei 2022) het terug te vorderen bedrag was gesteld op € 1.236.240,18. 2.8. Bij de brief van 16 augustus 2022 is een bijlage gevoegd (‘Bijlage 2 – Bevindingen materiële controle’, hierna: de bijlage). Daarin is voor zover relevant over de eerste tekortkoming (‘cliëntdossiers niet op orde’) vermeld dat na dossiercontrole is vastgesteld dat relevante documenten juist en tijdig in de cliëntdossiers zijn opgenomen, met uitzondering van een enkel geval waarbij is geconstateerd dat er geen evaluatie is opgemaakt. 2.9. Over de tweede tekortkoming (‘zorgregistraties dagbesteding schieten tekort of ontbreken’) is in de bijlage voor zover van belang vermeld dat de zorgprestaties per justitiabele (in het door Meesterwerk voor gedeclareerde zorg gehanteerde EPD-systeem) geheel aanwezig zijn als het gaat om verblijfszorg en deels aanwezig zijn als het gaat om de dagbesteding. Verder is vermeld dat de zorgregistraties voor wat betreft begeleiding met betrekking tot verblijfszorg helder en toereikend omschreven zijn. Zorgregistraties voor wat betreft dagactiviteiten schieten tekort, omdat in de ene helft van de onderzochte dossiers het aantal gedeclareerde uren aan dagbesteding niet overeenkomt met gemaakte afspraken zoals vastgelegd in bijvoorbeeld zorgplannen en in de andere helft van de onderzochte dossiers zorgregistraties voor wat betreft dagbesteding ontbreken. 2.10. Over de derde tekortkoming (‘ontbreken nachtdienst’) is in de bijlage vermeld dat de nachtdienst bij Meesterwerk telefonisch bereikbaar is en alleen op pad gaat als het noodzakelijk is en dat Meesterwerk daarmee niet voldoet aan de eis van een wakende wacht in de directe nabijheid van justitiabelen. 2.11. Over de door DJI gemaakte rondrekening, die ziet op zowel verblijfszorg als dagbesteding, is in de bijlage onder meer het volgende vermeld. Aanleiding voor de rondrekening vormden de wijze waarop zorgprestaties zijn vastgelegd. Als gevolg van ontoereikende zorgregistraties was het niet mogelijk om op betrouwbare wijze de gedeclareerde zorgprestaties te controleren. Als gevolg hiervan is een rondrekening uitgevoerd om vast te stellen of, gelet op personeelsformaties, de gedeclareerde prestaties geleverd hadden kunnen worden. Dat bleek niet het geval. Voor wat betreft verblijfszorg leidt de rondrekening tot de conclusie dat justitiabelen structureel te weinig woonzorg hebben ontvangen. Over dagbesteding is vermeld dat acht vormen van dagbesteding op vijf locaties worden gegeven. Die dagbesteding wordt doorgaans in groepen gegeven, waaraan gemiddeld 1 tot 2 justitiabelen en Wlz-cliënten deelnemen. Uit de rondrekening blijkt dat te weinig uren zijn ingezet om de gedeclareerde uren met betrekking tot dagactiviteiten volledig te rechtvaardigen. 2.12. Het voorgaande is (voor zover van belang) als volgt verwoord in de brief van 16 augustus 2022 (2.12) en in de bijlage (2.13): “(…) De doelstelling van de materiële controle was om te onderzoeken of de aan uw instelling uitgekeerde declaraties rechtmatig zijn. Bij het onderzoeken van de rechtmatigheid van de declaraties is nagegaan of de door uw instelling in rekening gebrachte prestaties geleverd (hadden kunnen) zijn conform de NZa richtlijnen en de contractuele afspraken die met divisie ForZo/JJl zijn gemaakt (bijvoorbeeld de Raamovereenkomsten Forensische Zorg 2020-2021 (hierna: ROK), de Handleiding Bekostiging en Verantwoording en de Kaderregeling AO/IC). (…) De zojuist genoemde materiële controle over kalenderjaren 2020 en 2021 is door Team Controle en Beheersing (hierna: TCB) inmiddels uitgevoerd en afgerond. Met deze brief wordt formeel de materiële controle gesloten, zoals eveneens alle termijnen om onderliggende informatie en documenten in te dienen reeds gesloten zijn. Op basis van een zorgvuldige analyse van door uw instelling verstrekte informatie en documentatie, in combinatie met meerdere interviews met medewerkers van uw organisatie (…), wil ik u hierbij informeren over de meest relevante bevindingen uit de materiële controle naar aanleiding van de integrale controles en/of deelwaarnemingen (zie bijlage 2 voor de bevindingen). (…) Recapitulatie van de bevindingen Uit de materiële controle zijn de volgende tekortkomingen naar voren gekomen: 1. Geen vastlegging binnen de wettelijke mogelijkheden in de betreffende cliëntdossiers dat iedere declaratie verantwoord kan worden (artikel 7.2 ROK en artikel 5 Kaderregeling AO/IC). De cliëntdossiers zijn niet op orde. Middels een deelwaarneming is vastgesteld dat relevante documenten niet altijd in de cliëntdossiers zijn opgenomen. Zo ontbrak in een van de cliëntdossiers een evaluatie zonder dat hier een gegronde reden voor was. 2. Geen volledige, juiste en actuele vastlegging van de zorgprestaties in de zorgadministratie (artikel 4 Kaderregeling AO/IC). Voor wat betreft de zorgregistraties inzake de dagactiviteiten is door middel van het beoordelen van diverse documenten gebleken dat de zorgregistraties tekortschieten, Middels een deelwaarneming is van 50% de dossiers waar sprake was van declaraties van dagbesteding vastgesteld dat het gedeclareerde aantal uren aan dagbesteding niet overeenkomen met de afspraken zoals vastgelegd in de zorgplannen, de tussentijdse evaluaties, registraties in de dagrapportages en het planningsdocument dagbesteding. Van de overige 50% van de dossiers is vastgesteld dat de zorgregistraties met betrekking tot de dagbesteding helemaal ontbreken. Door het gebrek aan registraties, maar ook het gebrek aan helderheid, toegankelijkheid en onderbouwingen, ontbreekt de bedoelde borging en onderbouwing van de declaraties. 3. Geen wakende of slapende wacht voortdurend in de directe nabijheid van justitiabelen (artikel 7.2 ROK en NZa Beleidsregel prestaties en tarieven forensische zorg BR-REG-20142, Bijlage 2: Prestatiebeschrijvingen zzps). Onrechtmatigheid van de declaraties (kwantificering) Als gevolg van het ontbreken van navolgbare, correcte, volledige en reproduceerbare registraties, het niet nakomen van bovengenoemde verplichtingen en niet kunnen onderbouwen van de declaraties, wordt de realisatie van de doelstelling van de materiële controle bemoeilijkt en/of onmogelijk gemaakt. Hierdoor zouden in beginsel alle declaraties als onrechtmatig kunnen worden bestempeld, immers een deugdelijke administratie is de grondslag voor een rechtmatige declaratie. Echter, in alle redelijkheid heb ik er voor gekozen en ingespannen - zonder hiertoe verplicht te zijn en éénmalig - om alsnog op andere wijze na te gaan in welke mate de in rekening gebrachte prestaties al dan niet rechtmatig zijn. Op basis van de wel beschikbare gegevens heb ik een rondrekening opgesteld. Deze rondrekening heb ik gehanteerd om te beoordelen of de gedeclareerde zorg ook daadwerkelijk geleverd had kunnen worden. De rondrekening is tot stand gekomen op basis van een beoordeling van onder meer de personeelsformatie, een berekening van de netto inzetbaarheid van het ingezet zorgpersoneel en de NZa-normen. Uit deze rondrekening is naar voren gekomen dat een deel van de gedeclareerde uren niet geleverd had kunnen worden in lijn de NZa-normen en gemaakte afspraken met Forzo/JJI, Dit deel is als onrechtmatig bestempeld. Zie voor meer toelichting omtrent de berekening en de onrechtmatigheid ook de toelichting in bijlage 2 en de terugvordering hierna. Conclusie en terugvordering Op basis van de door de divisie ForZo/JJI uitgevoerde materiële controle met de scope van kalenderjaar 2020 en 2021 concludeer ik dat Meesterwerk B.V. onrechtmatige declaraties heeft ingediend bij ForZo/JJI en betaald heeft gekregen (artikel 7.5 ROK). (…) De onrechtmatigheid wordt gekwantificeerd op een totaalbedrag ad € 569.700,57. (…)” 2.13. In de bijlage is voor zover van belang vermeld: Bijlage 2 – Bevindingen materiële controle Onderwerp Bevinding (…) Onrechtmatig Gegevens in cliëntdossiers De auditoren hebben vastgesteld dat het primaire proces is geformaliseerd en dat gewerkt wordt conform een intern vastgestelde procesbeschrijving. De auditoren hebben middels een deelwaarneming van 10 dossiers vastgesteld dat relevante documenten juist en tijdig in de cliëntdossiers zijn opgenomen, met uitzondering van een enkel geval waarbij geconstateerd is dat er geen evaluatie is opgemaakt. De reden die hiervoor genoemd is dat justitiabele niet op het evaluatiegesprek is komen opdagen. Het feit dat justitiabele niet is komen opdagen op een gesprek zou echter geen belemmering mogen zijn voor het tijdig opmaken van een evaluatie. Vastlegging zorgprestaties Meesterwerk B.V. legt de gedeclareerde zorgprestaties vast in EPD-systeem Nedap ONS. Om vast te stellen of de zorgprestaties juist, volledig en tijdig zijn geregistreerd in het EPD-systeem hebben de auditoren de registraties van gedeclareerde zorgprestaties van een deelwaarneming van 10 justitiabelen geverifieerd. Uit deze verificatie is naar voren gekomen dat de zorgregistraties per justitiabele geheel aanwezig zijn als het gaat om de verblijfszorg en deels aanwezig zijn als het gaat om de dagbesteding. De zorgregistraties zijn voor wat betreft de begeleiding met betrekking tot de verblijfszorg helder en toereikend omschreven. Voor wat betreft de zorgregistraties inzake de dagactiviteiten blijkt uit het beoordelen van diverse documenten dat de zorgregistraties tekortschieten. Zo in 50% van de beoordeelde dossiers waar sprake was van gedeclareerde zorgprestaties met betrekking tot dagbesteding geconstateerd dat het gedeclareerde aantal uren aan dagbesteding niet overeenkomen met afspraken zoals vastgelegd in de zorgplannen, de tussentijdse evaluaties, de dagrapportages en de planningsdocumenten dagbesteding. Er is sprake van inconsistenties, waardoor het niet aannemelijk is dat de gedeclareerde zorgprestaties ook daadwerkelijk volledig geleverd zijn. Ten aanzien van de overige 50% van de beoordeelde dossiers waar sprake was van gedeclareerde zorgprestaties met betrekking tot dagbesteding is vastgesteld dat de zorgregistraties hiervan zelfs geheel ontbreken. Meesterwerk B.V. heeft in een toelichtend document aangegeven dit zelf ook middels interne dossiercontroles te hebben geconstateerd. Aanleiding voor rondrekening Rondrekening netto inzetbaarheid zorgpersoneel De auditors hebben onder meer geconstateerd dat de zorgregistraties ontoereikend waren. Hierdoor was het niet mogelijk om op betrouwbare wijze de gedeclareerde zorgprestaties in de betreffende kalenderjaren te controleren. Als gevolg hiervan hebben de auditors besloten om een rondrekening uit te voeren om vast te stellen of de gedeclareerde zorgprestaties ook daadwerkelijk hadden kunnen worden geleverd. Op basis van door Meesterwerk B.V. beschikbare gestelde documentatie en informatie is een rondrekening opgesteld om te beoordelen of de in kalenderjaren gedeclareerde uren op basis van de personeelsformaties geleverd had kunnen worden. Hieruit is gebleken dat Meesterwerk B.V. op basis van de personeelsformaties de gedeclareerde prestaties deels niet heeft kunnen leveren. (…) Begeleiding dagbesteding Een significant deel van de minimaal te leveren uren heeft betrekking op de begeleiding van de dagbesteding. Meesterwerk B.V. beschikt over vijf verschillende locaties waar acht vormen van dagbesteding wordt gefaciliteerd. Daarnaast is sprake van ambulante dagbesteding, waarbij justitiabelen door klusteams meegenomen worden naar klussen. In geval van ZZP VG is ook weleens sprake van ambulante dagbesteding, doordat begeleiders justitiabelen bijvoorbeeld meenemen op wandelingen. De dagbesteding op de locaties wordt doorgaans in groepen gefaciliteerd, waarbij justitiabelen de dagactiviteiten uitvoeren tezamen met cliënten vanuit de Wlz. Meesterwerk B.V. hanteert geen vaste groepsgrootte voor de dagactiviteiten. Uit de planningsdocumenten blijkt wel dat in de groepen waar justitiabelen aan dagbesteding doen gemiddeld 1 à 2 justitiabelen deelnemen. De overige deelnemers betreffen Wlz-cliënten.De rondrekening is opgesteld op basis van deze uitgangspunten. Hieruit komt naar voren dat op basis van ingezette personeelsformatie ten behoeve van de forensische zorg te weinig uren zijn ingezet om de gedeclareerde uren met betrekking tot de dagactiviteiten volledig te rechtvaardigen. Bovendien is middels deelwaarnemingen op de zorgregistraties vastgesteld dat zorgregistraties met betrekking tot de dagbesteding tekortschieten en dat sprake is van inconsistenties in de onderbouwende documenten in relatie tot hetgeen wat gedeclareerd is. De uitbetaalde declaraties zijn derhalve deels onrechtmatig, hetgeen leidt tot terugvordering. 2020: € 139.290,64 2021: € 430.409,93 Totaal: € 569.700,57 2.14. Zowel voor als na de in de brief van 16 augustus 2022 bedoelde besluitvorming is er tussen partijen veelvuldig contact geweest over onder meer de juistheid van de uitkomsten van de materiële controle en rondrekening en de wijze waarop deze hebben plaatsgevonden. 2.15. Bij brief van 8 december 2022 hebben de advocaten van Meesterwerk hun standpunt nader toegelicht en verzocht om de bevindingen nog eens te bespreken. DJI heeft bij brief van 13 december 2022 onder meer laten weten dat geen nadere bespreking zal worden gehouden omdat de fase van hoor- en wederhoor is afgesloten, dat het standpunt van DJI wordt gehandhaafd en de facturen van Meesterwerk zullen worden verrekend met de terugvordering van € 569.700,57. 2.16. Partijen hebben met betrekking tot het (na verrekening) volgens DJI nog openstaande bedrag van de terugbetaling een betalingsregeling getroffen. Meesterwerk heeft per brief van 7 maart 2023 aan DJI laten weten dat zij nog steeds de verschuldigdheid van de terugbetaling betwist en enkel instemt met de betalingsregeling om haar continuïteitsrisico’s af te wenden. 3Het geschil 3.1. Meesterwerk vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis: I voor recht verklaart dat DJI niet de door hem gepresenteerde vordering (van € 569.700,59) als gevolg van de rondrekening heeft (gehad) op Meesterwerk, en/of II voor recht verklaart dat DJI als gevolg van het niet voldoen aan de klachtplicht geen beroep meer kon en kan doen op het door DJI gestelde gebrekkig presteren door Meesterwerk ten aanzien van verblijfszorg; en III DJI veroordeelt in de kosten van de procedure, met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van het vonnis en de nakosten. 3.2. Aan deze vorderingen legt Meesterwerk, samengevat, ten grondslag dat DJI geen vordering van € 567.700,59 op haar heeft of heeft gehad om de volgende redenen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.