← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:1722

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.38133 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser] , eiser V-nummer: [V-nr.] (gemachtigde: mr. J.H.M. Handring), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda). Procesverloop Bij besluit van 4 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 8 februari 2024 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Fayez. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen

  1. Niet in geschil is dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Frankrijk heeft aan eiser namelijk een visum hebben verstrekt. Het geschil ziet op de vraag of Frankrijk zich houdt aan de internationale verplichtingen tegenover asielzoekers, met name met betrekking tot de opvang en de asielprocedure. Eiser heeft gesteld dat het zijn bedoeling was asiel aan te vragen in Frankrijk, maar dat hij te maken kreeg met lange wachttijden en dat er geen tolk beschikbaar was. Om die reden is eiser uit Frankrijk vertrokken. Verder is verwezen naar het AIDA-rapport, waaruit blijkt dat Frankrijk problemen heeft met de opvang van asielzoekers. Voor een geslaagd beroep moet blijken dat sprake is van een situatie van (dreigende) verregaande materiële deprivatie. Dat houdt, kortgezegd, in, dat stelselmatig langdurig basisbehoeften worden onthouden. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat daar in het geval van eiser geen sprake van is. Dat eiser lang heeft moeten wachten is weliswaar vervelend, maar eiser zal hierover in Frankrijk moeten klagen. Het door eiser aangehaalde AIDA-rapport duidt op opvangproblemen, maar deze zijn niet zo ernstig dat de hoge drempel wordt gehaald. Hierbij verwijst de rechtbank naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
  2. Het beroep is ongegrond.
  3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Dit blijkt uit het arrest Jawo van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:
  4. Onder meer de uitspraken van 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:816, en 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4441.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.