← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:17996

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.17736 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer 1] [eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer 2] (gemachtigde: mr. B.W.C. van Geet), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op de aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis en in het kader van ‘verblijf als familie- of gezinslid’. Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen

  1. Eisers hebben verzocht om vrijstelling van de betaling van het griffierecht voor de behandeling van hun beroep wegens betalingsonmacht. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling voorlopig toegewezen. Met het door eisers overgelegde formulier hebben zij voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.
  2. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  3. De aanvragen zijn ingediend op 2 oktober
  4. Verweerder moet op grond van artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen beslissen. Onder verwijzing naar de laatste volzin van dit artikellid heeft verweerder de beslistermijn verlengd met drie maanden. Verweerder had dus uiterlijk op 31 maart 2024 een besluit moeten nemen. De termijn waarbinnen verweerder had moeten beslissen is daarom voorbij zonder dat er een besluit is genomen. Eiser heeft verweerder op 12 april 2024 rechtsgeldig in gebreke gesteld. Op 22 april 2024 is het beroep ingesteld. De rechtbank stelt vast dat tussen de ontvangst van de ingebrekestelling en de indiening van het beroepschrift geen twee weken zijn verstreken. Het beroep is dus te vroeg ingesteld en om die reden kennelijk niet-ontvankelijk. 4 Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 1 november 2024 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.