← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:18020

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.15388 V uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van [opposant 1] V-nummer: [V-nummer 1] [opposant 2] V-nummer: [V-nummer 2] [opposant 3] V-nummer: [V-nummer 3] [opposant 4] V-nummer: [V-nummer 4] [opposant 5] V-nummer: [V-nummer 5] [opposant 6] V-nummer: [V-nummer 6] samen: opposanten (gemachtigde: mr. F.A. van den Berg), tegen de uitspraak van de rechtbank van 19 juli 2024 in het geding tussen opposanten en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij uitspraak van 19 juli 2024 (de aangevallen uitspraak) heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep van opposanten niet-ontvankelijk verklaard. Opposanten hebben tegen deze uitspraak verzet gedaan. Opposanten hebben niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb. Overwegingen

  1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van opposanten niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend.
  2. Artikel 8:54 van de Awb biedt de mogelijkheid tot vereenvoudigde afdoening als het eindoordeel in de zaak buiten redelijke twijfel staat. In verzet beoordeelt de rechtbank alleen of er redelijke twijfel mogelijk was over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank pas toe als het verzet gegrond is.
  3. Opposanten voeren aan dat niet in alle ontvangstbevestigingen van verweerder een ontvangstdatum van 28 augustus 2023 wordt genoemd. In alle ontvangstbevestigingen wordt wel vermeld dat opposanten een beslissing uiterlijk op 23 februari 2024 ontvangen. Dit betekent dat de beslistermijn op 23 augustus 2023 is aangevangen, waardoor de ingebrekestelling niet prematuur is ingediend. De rechtbank oordeelt als volgt.
  4. In verzet kan alleen worden beoordeeld of de bestuursrechter terecht tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan. Dit betekent dat de beoordeling beperkt is tot de vraag of in de beroepszaak terecht zonder zitting uitspraak is gedaan. Als er in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in het geval van een normale behandeling ook hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst. Die situatie doet zich in deze zaak niet voor.
  5. Opposanten hebben ook in verzet niet aannemelijk gemaakt dat zij de aanvragen op 23 augustus 2023 hebben ingediend. Het is juist dat verweerder niet in alle ontvangstbevestigingen een datum van ontvangst van de aanvraag heeft genoemd. De rechtbank stelt echter vast dat in de ontvangstbevestiging voor de aanvraag voor [opposant 6] wordt vermeld dat de beslistermijn voor de aanvraag is begonnen op 28 augustus
  6. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verweerder in alle zogenaamde ‘legesbrieven’ heeft bevestigd dat de aanvragen zijn ingediend op 28 augustus
  7. In het verweerschrift is ook nogmaals bevestigd dat de aanvragen zijn ingediend op 28 augustus
  8. De omstandigheid dat verweerder zichzelf een kortere, buitenwettelijke, beslistermijn heeft opgelegd en in zijn ontvangstbevestigingen (en in zijn verweerschrift) 23 februari 2024 heeft genoemd als uiterlijke beslisdatum, geeft geen aanleiding voor een andere conclusie. De lengte van de beslistermijn vloeit immers voort uit de wet.
  9. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank terecht tot het kennelijke oordeel is gekomen dat het beroep niet-ontvankelijk is.
  10. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft.
  11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan op 4 november 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.