Rechtbank DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaksgegevens: C/09/658869 / JE RK 23-2538 Datum uitspraak: 14 februari 2024 Beschikking van de kinderrechter Verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing in de zaak naar aanleiding van het op 21 december 2023 ingekomen verzoekschrift van: [moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. S.O. Zengin te Den Haag, betreffende: [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2020 in [geboorteplaats] , [land] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: De gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Zuid Holland, gevestigd te Leiden, hierna te noemen de GI. De kinderrechter markt als informanten aan: [vader] , hierna te noemen de vader, wonende in gedetineerd in [locatie] , advocaat mr. G. Amstelveen te Capelle aan den IJssel , [pleegouder 1] en [pleegouder 2] , hierna te noemen de pleegouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlage(n). Op 31 januari 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. De zaak is gelijktijdig behandeld met het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, met zaaknummer C/09/655643 / JE RK 23-2129. Daarbij zijn verschenen: - de moeder met haar advocaat en een tolk in de Syrisch-Libanese taal;- [naam 1] en [naam 2] , vertegenwoordigers van de GI; - de vader met zijn advocaat en een tolk in de Syrisch-Libanese taal; - de pleegouder(s). Feiten - De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd. De ouders zijn feitelijk uit elkaar. - De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. - [minderjarige] verblijft feitelijk bij de pleegouders. - De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 31 januari 2023 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van tot 24 december 2024, alsmede voor dezelfde duur machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg. -Stichting Jeugdbescherming west Zuid Holland heeft de moeder een schriftelijke aanwijzing gegeven op 7 december 2023, ertoe strekkende dat: - Het bezoek tussen de moeder en [minderjarige] vindt eens in de twee weken plaats op het kantoor van Jeugdbescherming West in Leiden of in Gouda. - Het bezoek duurt een uur waarbij een van de pleegouders aanwezig is en waarbij de omgang tevens wordt begeleid door de jeugdbeschermer of de pleegzorgwerker. - Tijdens het bezoek houdt u zich aan bovengenoemde afspraken die betrekking hebben op de invulling van het bezoek, te weten: een kwartier van tevoren aanwezig zijn, verbale manier contact zoeken, interesse tonen en initiatief nemen. Verzoek en verweer Het verzoek strekt er toe de na te melden schriftelijke aanwijzing geheel vervallen te verklaren en een zorgregeling vast te stellen inhoudende: - één keer per week voor de duur van drie uur waarbij de ene keer de omgang bij de moeder thuis plaatsvindt en de andere keer op een kindvriendelijke plek waar de moeder en [minderjarige] buiten iets leuks kunnen doen; - gefaseerd tot twee overnachtingen per week bij de moeder; dan wel een regeling welke de kinderrechter in goede justitie acht. Door en namens de moeder is het verzoek als volgt toegelicht. Er was een zorgregeling waarbij de moeder elke week een uur omgang had met [minderjarige] , wat als te weinig werd beschouwd door de moeder. Nadat de moeder haar familie had bezocht in Turkije is de omgang beperkt tot eenmaal per twee weken voor een uur. Deze beperking is vastgelegd in de schriftelijke aanwijzing van 7 december 2023. De moeder kan zich hier niet mee verenigen en stelt dat de GI de schriftelijke aanwijzing onzorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. De aanwijzing is in strijd met het belang van [minderjarige] en de overwegingen om het contact te beperken zijn niet van dien aard dat een beperking gerechtvaardigd is, zeker gezien vanuit 8 EVRM. De omgang is te kort en vindt plaats op een onpersoonlijke locatie en de opgelegde beperkingen lijken meer voort te komen uit praktische overwegingen. De moeder heeft een maand van te voren aangegeven dat ze haar familie zou opzoeken. Het voelt voor haar als een straf dat de omgang nu is beperkt. Lange tijd was er sprake van een taalbarrière, maar de moeder spreekt nu beter Nederlands. Ook wordt de moeder verweten dat ze onvoldoende initiatief neemt, maar als ze dit wel doet wordt haar verweten dat ze geen rekening houdt met [minderjarige] . De moeder geeft toe dat ze een aantal keer te laat is geweest. Ze moet lang reizen voor de omgangsmomenten en geeft altijd aan waardoor ze te laat is. Inmiddels is de afspraak gemaakt dat de moeder eerder aanwezig is waardoor ze de afgelopen keren op tijd is geweest. De moeder verzoekt om de frequentie en duur van de omgangsmomenten met [minderjarige] uit te breiden. De GI heeft verweer gevoerd. De GI heeft naar voren gebracht dat de bezoeken tussen [minderjarige] en de moeder in eerste instantie waren bedoeld om het contact op te bouwen en te kijken of een gezinsopname mogelijk was. Dit is niet gelukt en nadat het perspectiefbesluit is genomen is er een andere invulling aan de bezoeken gegeven. Nu is het doel om [minderjarige] ook zijn culturele achtergrond mee te geven zodat dat hij weet wie zijn moeder is en om de moeder een rol op afstand aan te laten nemen. De bezoeken hadden alleen weinig inhoud waarbij werd gezien dat er geen verbaal contact was tussen de moeder en [minderjarige] en het de moeder niet lukte om bij [minderjarige] aan te kunnen sluiten. Hierdoor hadden de omgangsmomenten geen meerwaarde voor het contact tussen de moeder en [minderjarige] . Bovendien is de moeder plotseling naar Turkije gegaan en is de moeder voor andere contactmomenten vaak te laat of net op tijd waardoor ze zich niet goed kan voorbereiden en de start doorgaans rommelig verloopt. De moeder is op een aantal voorwaarden gewezen die moesten verbeteren, waaronder het nemen van initiatieven tijdens de omgang, maar dit is de moeder onvoldoende gelukt. Op 16 november 2023 is toegelicht waarom de omgang is teruggebracht naar eens in de twee weken en op welke punten de moeder aan de slag moet. Het is van belang dat er een betere invulling van het contact komt waarbij recht wordt gedaan aan de band tussen de moeder en [minderjarige] , maar ook rekening worden gehouden met de situatie dat [minderjarige] niet meer bij de moeder gaat opgroeien en er dus geen verdere opbouw is in de verzorging en opvoedingstaken. [minderjarige] heeft een grote ontwikkeling doorgemaakt in het pleeggezin, maar de hechting aan de pleegouders heeft hem ook de nodige moeite en energie gekost. [minderjarige] geniet van de contactmomenten met de moeder. Een van de pleegouders is ook aanwezig bij de momenten zodat hij daarop kan terugvallen. De afgelopen keren is er een verbetering gezien en is de moeder op tijd geweest. De omgangsfrequentie wordt ook overlegd met de gedragswetenschapper en de pleegzorg. De pleegzorg heeft een andere visie, namelijk dat de omgang nog verder verlaagd zou moeten worden omdat dit passender is voor de opvoedvisie, maar dat vindt de jeugdbeschermer op dit moment niet passend. Beoordeling Verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing *Nu het verzoek binnen twee weken na toezending of uitreiking van genoemde beslissing aan de verzoek*ster ter griffie van deze rechtbank is ingediend, is verzoek*ster ontvankelijk in zijn*haar verzoek. De kinderrechter stelt vast dat niet is gebleken van belemmeringen ten aanzien van de ontvankelijkheid van het verzoek. Vervolgens wordt toegekomen aan de inhoudelijke toetsing van de schriftelijke aanwijzing, waarbij de eerste vraag is of de gecertificeerde instelling, mede gelet op het bepaalde in artikel 1:263 lid 1 BW, de bevoegdheid toekwam de schriftelijke aanwijzing te geven. Ten aanzien van deze bevoegdheid zijn geen bezwaren aangedragen. Deze toets dient echter ook los daarvan, dus ambtshalve, te worden uitgevoerd. Een gecertificeerde instelling is bevoegd een schriftelijke aanwijzing te geven als het gaat om de uitvoering van de taak van de gecertificeerde instelling, de aanwijzing de verzorging en opvoeding van de minderjarige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.