Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats Leiden Rep.nr.: 11249037 \ EJ VERZ 24-83521 Datum: 29 oktober 2024 MvD Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: Pepijn George Verheijen, wonende Sassenheim, verzoeker, hierna te noemen: Pepijn. 1Het procesverloop 1.
- Op 6 augustus 2024 is binnengekomen ter griffie een verzoekschrift van Pepijn George Verheijen, geboren op 14 augustus 2008 te Leiden, wonende te Sassenheim. Pepijn verzoekt de kantonrechter hem handlichting te verlenen. Pepijn verzoekt de kantonrechter daarbij hem bevoegdheid te verlenen voor het aangaan van overeenkomsten en het verrichten van betalingen tot een maximumbedrag van € 100.000,00 per maand. 1.
- Op 15 oktober 2024 is het verzoek inhoudelijk besproken tijdens een mondelinge behandeling. 2Beoordeling 2.
- Handlichting, waarbij aan een minderjarige bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige worden toegekend, kan, wanneer de minderjarige de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, op zijn verzoek door de kantonrechter worden verleend (artikel 1:235 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). Ingevolge het tweede lid van artikel 1:235 BW wordt de handlichting niet verleend tegen de wil van de ouders voor zover deze het gezag over de minderjarige uitoefenen. De wettelijke vertegenwoordigers van Pepijn hebben aangegeven in te stemmen met het verzoek en hebben het verzoekschrift mede ondertekend. 2.
- In het onderhavige geval heeft Pepijn het verzoek ingediend om de bevoegdheden te verwerven van een meerderjarige in verband met zijn wens een internetwinkel te gaan uitoefenen. De webshop is reeds opgezet. Het betreft een bedrijf dat zich bezighoudt met dropshipping. 2.
- De kantonrechter heeft vastgesteld dat Pepijn (ten tijde van het wijzen van de beschikking) 16 jaar oud is en dat zijn wettelijke vertegenwoordigers met het verzoek instemmen. Gelet op de inhoud van het verzoekschrift, hetgeen door Pepijn en zijn ouders naar voren is gebracht tijdens de mondelinge behandeling en hetgeen is bepaald in artikel 1:235 BW, is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen, met inachtneming van het volgende. Pepijn heeft de kantonrechter verzocht hem de bevoegdheid te verstrekken om overeenkomsten en betalingen aan te gaan c.q. te verrichten tot een maximumbedrag van € 100.000,
- De kantonrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling aan Pepijn gevraagd waar dit bedrag op is gebaseerd. Pepijn heeft aangegeven dat het een schatting betreft en dat er geen verdere onderbouwing is voor het bedrag. De kantonrechter is van oordeel dat een bedrag van € 7.500,00 per maand in de opstartfase voldoende zou moeten zijn zodat het meerdere wordt afgewezen. Mocht het nodig zijn, dan kan Pepijn altijd om een verhoging van het bedrag vragen. De kantonrechter wijst Pepijn nog wel op het derde lid van artikel 1:235 BW, waarin is bepaald dat de minderjarige door handlichting niet bekwaam wordt tot het beschikken over registergoederen, effecten of door hypotheek gedekte vorderingen. 2.
- Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting wordt het volgende overwogen. In artikel 1:237 lid 1 BW is bepaald dat een beschikking waarbij handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in twee in de beschikking aan te wijzen dagbladen. De bedoeling van de wetgever daarbij is geweest dat op die manier zo veel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Door de komst van het – voor iedereen toegankelijke – internet is deze wijze van publicatie naar het oordeel van de kantonrechter min of meer achterhaald. Niet alleen bestaat er sinds een aantal jaren geen papieren versie meer van de Staatscourant en is deze enkel nog via het internet te raadplegen, ook beschikt de Rechtspraak nu over een eigen website (www.rechtspraak.nl) waar de rechterlijke instanties hun uitspraken op kunnen publiceren. Publicatie van de handlichting op www.rechtspraak.nl is naar het oordeel van de kantonrechter even effectief als publicatie op de website van de Staatscourant. Daarbij komt dat publicatie op www.rechtspraak.nl, anders dan bij publicatie in de (digitale) Staatscourant, geen kosten met zich meebrengt. Op grond van een en ander zal de kantonrechter dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat de (door de griffier te verzorgen) publicatie van deze beschikking in niet-geanonimiseerde vorm op www.rechtspraak.nl daarvoor in de plaats komt. Omdat publicatie van de handlichting op het internet in de praktijk een veel ruimer bereik heeft dan de wetgever bij de totstandkoming van de wet voor ogen had, is er geen redelijk belang mee gediend om de handlichting ook nog eens in twee dagbladen bekend te maken, met alle kosten van dien. Om die reden zal de kantonrechter beslissen dat de verleende handlichting niet bekend hoeft te worden gemaakt in twee dagbladen. Volstaan wordt met de publicatie op www.rechtspraak.nl. 2.
- Pepijn zal er overigens rekening mee moeten houden dat de verleende handlichting niet eerder geldt dan wanneer de publicatie een feit is. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- verleent Pepijn George Verheijen, geboren op 14 augustus 2008, te Leiden, wonende te Sassenheim (2171 EV) aan de Rusthofflaan 77, handlichting tot het uitoefenen van een bedrijf in dropshipping, een en ander in de ruimste zin des woords, alsmede tot het openen van een bankrekening, de ontvangst van zijn inkomsten daaruit en de beschikking daarover, alles met inachtneming van het bepaalde bij bovengenoemd artikel en dit alles tot een maximum bedrag van € 7.500,00 per maand; 3.
- bepaalt dat publicatie van deze handlichting in de Staatscourant en in twee dagbladen achterwege kan blijven en dat, in plaats daarvan, de onderhavige beschikking in niet-geanonimiseerde vorm (door tussenkomst van de griffier) zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. I.D. Bellaart en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2024.