RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL24.15258 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Jhingoer), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. S. Franca). Inleiding
- In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiseres gericht tegen het aan haar opgelegde terugkeerbesluit. 1.1 Bij besluit van 14 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder een terugkeerbesluit aan eiseres opgelegd, gericht op vertrek naar Suriname en met een vertrektermijn van 28 dagen. 1.2 Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. 1.3 Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. 1.4 De rechtbank heeft het beroep op 17 september 2024 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over?
- Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1969 en heeft de Surinaamse nationaliteit. 2.1 Eiseres is bij vonnis van 27 september 2014 veroordeeld tot een vrijheidsstraf van 179 dagen. Eiseres heeft destijds op grond van de zogenaamde SOB-regeling strafonderbreking verkregen, onder de voorwaarde van meewerken aan uitzetting naar Suriname en met het risico dat de detentie hervat zou worden wanneer zij naar Nederland terugkeert. Eiseres is hiermee akkoord gegaan en naar Suriname teruggegaan. 2.2 Omdat eiseres haar dochter in België wilde bezoeken heeft zij opheffing van het in 2012 aan haar opgelegde inreisverbod verzocht. Bij besluit van 25 juli 2023 is dit verzoek ingewilligd en is het inreisverbod opgeheven. In dit besluit staat vermeld dat de signalering in het systeem E&S vanwege de voorwaarden verbonden aan eiseres haar strafonderbreking onverkort gehandhaafd blijft. 2.3 Bij besluit van 13 september 2023 is aan eiseres een visum kort verblijf verleend voor de duur van 30 dagen. Ook in dit besluit is vermeld dat als er voorwaarden zijn verbonden aan de strafonderbreking, dat deze voorwaarden onverminderd van kracht zijn en dat het zou kunnen dat eiseres het restant van de straf moet uitzitten bij aankomst in Nederland. 2.4 Eiseres is met dit visum op 17 februari 2024 via de luchthaven Schiphol Nederland ingereisd, waarop zij is aangehouden en vervolgens in strafrechtelijke detentie is geplaatst. 2.5 Op 14 maart 2024 is eiseres door de Koninklijke Marechaussee (KMar) gehoord over het voornemen tot het opleggen van een terugkeerbesluit, gericht op vertrek naar Suriname en met een vertrektermijn van 28 dagen. Bij het bestreden besluit is vervolgens het terugkeerbesluit opgelegd. Eiseres is hierna naar Suriname vertrokken. Wat vindt eiseres in beroep?
- Eiseres voert in beroep aan dat verweerder geen terugkeerbesluit heeft mogen opleggen, omdat eiseres met een geldig visum kort verblijf is ingereisd en enkel op doorreis naar België was. Eiseres voert daarbij aan dat zij zich voorafgaand aan haar reis naar Europa juridisch heeft laten adviseren en dat zij ervan mocht uitgaan dat verweerder toestond dat eiseres vrij door Nederland kon reizen. Tot slot voert eiseres aan dat verweerder onvoldoende rekening gehouden heeft met het recht op familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Eiseres heeft een dochter in België en een dochter in Nederland en kleinkinderen. Eiseres heeft haar familieleden al jaren niet meer kunnen zien en door het terugkeerbesluit kan zij ook geen tijd meer met hen doorbrengen. Wat is het oordeel van de rechtbank?
- Niet in geschil is dat het visum kort verblijf van eiseres niet meer geldig was ten tijde van het opleggen van het terugkeerbesluit, nu de geldigheid daarvan blijkens het reisdocument van eiseres tot en met uiterlijk 13 maart 2024 geldig was. Ook niet in geschil is dat eiseres inmiddels het grondgebied van de Europese Unie heeft verlaten. 4.1 Door te voldoen aan de vertrekplicht is het terugkeerbesluit van 14 maart 2024 uitgewerkt. Uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat nog steeds procesbelang bestaat bij een beroep tegen een terugkeerbesluit dat reeds is uitgewerkt. 4.2 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op juiste gronden een terugkeerbesluit aan eiseres opgelegd. Redengevend daarvoor is dat eiseres op het moment van het opleggen van het terugkeerbesluit geen rechtmatig verblijf meer had in Nederland. Haar visum kort verblijf was immers op 13 maart 2024 verlopen. Reeds daarom was verweerder bevoegd om op grond van artikel 62 van de Vreemdelingenwet 2000 een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen aan eiseres op te leggen. 4.3 De stelling van eiseres dat zij met een geldig visum kort verblijf Nederland is ingereisd en daarom ervan uit mocht gaan dat zij kon doorreizen naar België maakt dit oordeel niet anders. Eiseres moest weten dat wegens de aan haar verleende strafonderbreking op grond van de SOB-regeling het zich bevinden op Nederlands grondgebied het risico in zich draagt om opnieuw in strafdetentie geplaatst te worden. Eiseres is ook in het besluit tot opheffing van het inreisverbod van 25 juli 2023 gewaarschuwd dat de signalering in het systeem E&S vanwege de voorwaarden verbonden aan eiseres haar strafonderbreking onverkort gehandhaafd blijft. Bij verlening van het visum bij besluit van 13 september 2023 is eiseres nog eens expliciet erop gewezen dat het niet langer bestaan van bezwaar tegen verlening van een visum kort verblijf niet betekent dat de voorwaarden voor strafonderbreking niet meer van toepassing zijn. Eiseres heeft met haar voorgenomen doorreis over Schiphol naar België daarmee het risico genomen dat zij in strafdetentie zal worden geplaatst en dat zij gehouden is om de resterende duur van de straf in Nederland uit te zitten. Dat eiseres door deze strafdetentie langer in Nederland heeft moeten verblijven dan de geldigheidsduur van het aan haar verleende visum kort verblijf haar toestond, komt dan ook voor eigen rekening en risico van eiseres. 4.4 De rechtbank volgt eiseres ook niet in haar stelling ten aanzien van artikel 8 EVRM. Zo volgt uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter dat bij het opleggen van een terugkeerbesluit niet wordt toegekomen aan de vraag of het terugkeerbesluit in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Verder blijkt uit het proces-verbaal van het gehoor dat eiseres gevraagd is naar mogelijk familieleven met haar dochters in Europa. Eiseres heeft verklaard het helemaal niet erg te vinden om terug te keren naar Suriname. Niet gebleken is daarom dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het recht op familieleven van eiseres als bedoeld in artikel 8 EVRM.
- Alles in samenhang bezien heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om van het opleggen van een terugkeerbesluit aan eiseres af te zien. De beroepsgronden slagen niet. Conclusies en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het aan eiseres opgelegde terugkeerbesluit in stand blijft.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en de uitspraak is verzonden op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De datum van verzending van de uitspraak staat hierboven vermeld. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 29 maart 2012, nr. 5727942/12/DJI, houdende wijziging van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting, in verband met strafonderbreking voor vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland. Afkorting voor het informatiesysteem Executie en Signalering van de politie en de KMar. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zie o.a. de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 21 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:
- Zie o.a. de uitspraak van de Afdeling van 12 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2918, rechtsoverweging 8.