← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:19272

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: NL24.32839, NL24.32846, NL24.32849 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], V-nummer: [nummer], [naam], V-nummer: [nummer], [naam], V-nummer: [nummer], [naam], V-nummer: [nummer], gezamenlijk: eisers, (gemachtigde: mr. S.R. Nohar), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Overwegingen

  1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van eisers tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag, ontvangen op 22 december 2023, om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
  2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hiermee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet heeft behandeld op een zitting. Beoordeling door de rechtbank
  3. Eisers hebben op 21 augustus 2024 vier beroepen (NL24.32837, NL24.32839, NL24.32846, NL24.32849) tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag ingediend. Bij uitspraak van vandaag (NL24.32837) heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep gegrond verklaard en de minister een beslistermijn opgelegd. Onderhavige uitspraak betreft de overige beroepen (NL24.32839, NL24.32846, NL24.32849) tegen het niet tijdig beslissen.
  4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eisers procesbelang hebben bij een beoordeling van de overige beroepen tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Er is door deze rechtbank en zittingsplaats immers al beslist op het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eisers. Aangezien de rechtbank niet meerdere keren kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, hebben eisers geen procesbelang bij de overige ingediende beroepen. Conclusie en gevolgen
  5. De beroepen zijn niet-ontvankelijk.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.