Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer: 09/807694-19 (ontneming) Datum uitspraak: 22 november 2024 Vonnis ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht De rechtbank Den Haag heeft op de vordering van het openbaar ministerie en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak ten aanzien van de veroordeelde: [de veroordeelde], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 1997, BRP-adres: [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 8 december 2021 (regie) en 22, 23, 24 en 25 oktober 2024 en 14 november 2024 (inhoudelijke behandeling). De rechtbank heeft kennisgenomen van het standpunt dat de officier van justitie mr. R. Cozijnsen op de terechtzitting heeft ingenomen en van hetgeen door de veroordeelde en zijn raadsman mr. L.A. Nooijen op de terechtzitting naar voren is gebracht. 2De inhoud van de vordering De inleidende schriftelijke vordering van het openbaar ministerie strekt ertoe dat de rechtbank het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel zal schatten en vaststellen op een bedrag van € 10.124,00 en aan de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van dat bedrag. 3De grondslag voor ontneming De veroordeelde is op 22 november 2024 door deze rechtbank (onder meer), veroordeeld wegens de volgende strafbare feiten: medeplegen van witwassen diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen; witwassen, meermalen gepleegd. Uit het onderzoek leidt de rechtbank af dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van de diefstal met geweld. De grondslag voor ontneming van dat voordeel is daarom een veroordeling wegens een strafbaar feit als bedoeld in artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Uit het onderzoek leidt de rechtbank daarnaast af dat de veroordeling mede misdrijven betreft waarvoor, zonder daarbij strafverhogende omstandigheden in aanmerking te nemen, een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Aannemelijk is dat de veroordeelde op de een of andere manier wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit andere strafbare feiten. De grondslag voor ontneming van dat voordeel is daarom een veroordeling wegens een misdrijf als bedoeld in artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal dat hieronder toelichten. De veroordeelde heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van onder meer € 32.600,00 en een geldbedrag van in totaal € 1.775,
(1)van 1 februari 2018. Aan de verdachte wordt gevraagd wie de personen zijn die op de bewakingsbeelden te zien zijn. Wie zijn de personen op bewakingsfoto voorzien van nummer 1? Dat ben ik. De persoon die naast mij staat is de persoon [naam 27] waarover ik heb verklaard. Wie is de personen op bewakingsfoto voorzien van nummer 2? Dat is de persoon waarover ik heb verklaard en die ik [naam 27] noem. Wie is de personen op bewakingsfoto voorzien van nummer 3? Dat is ook [naam 27] , hij was hier ook aanwezig bij een geldopname 23. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 17] , opgemaakt op 14 maart 2019, voor zover inhoudende (p. 12.135 en 12.136): We tonen de verdachte foto 19. Herken je deze persoon? Hij was de chauffeur van [naam 27] . Hoe vaak heb je hem gezien? Ik heb hem denk ik wel zo een drie keer gezien toen samen met [naam 27] . 24. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 25 maart 2019, voor zover inhoudende (p. 12.139): Op 14 maart 2019 is [verdachte 17] gehoord. Tijdens dit verhoor zijn meerdere foto’s getoond. De identiteit van de personen op deze foto’s zijn: Foto 19: [verdachte 5] , geboren op [geboortedatum 4] 1999 te [geboorteplaats 3] . Getoonde foto is afkomstig uit SKDB. 25. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 5 september 2019, voor zover inhoudende (p. 451 en p. 452): Foto 1: [verdachte 17] geboren op [geboortedatum 7] 1964 te [geboorteplaats 3] en [verdachte 19] geboren op [geboortedatum 13] 1998 te [geboorteplaats 3] . Getoonde foto is afkomstig van de camerabeelden van de pinautomaat. Foto 2: [verdachte 19] geboren op [geboortedatum 13] 1998 te [geboorteplaats 3] . Getoonde foto is afkomstig van de camerabeelden van de pinautomaat. Foto 3: [verdachte 19] geboren op [geboortedatum 13] 1998 te [geboorteplaats 3] . Getoonde foto is afkomstig van de camerabeelden van de pinautomaat. 26. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 12] , opgemaakt op 13 maart 2019, voor zover inhoudende (p. 453 tot en met p. 468): Uit onderzoek van de historische bankgegevens bleek dat op 7 februari 2018 om 22:22 uur door [naam 1] een bedrag van 4000 euro is overgemaakt op jullie rekeningnummer, [bankrekening 11] . Wat kun je hierover verklaren? Ik weet dat [naam 27] met [verdachte 17] is meegegaan. Ik weet dat [verdachte 17] met [naam 27] dat heeft geregeld. Verbalisanten tonen foto 19 en 20 aan de verdachte Wie zie je op deze foto? [verdachte 17] en [naam 27] Wie zie je op foto 2? [verdachte 17] en [naam 27] . Verbalisanten tonen foto 23 en 21 aan de verdachte" Wie zie je op deze beelden? Op foto 24 staat [naam 27] en aan de zijkant [verdachte 17] en op foto 25 [verdachte 17] . 27. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op [geboortedatum 10] 2019, voor zover inhoudende (p. 476 en p. 477): Foto 19: [verdachte 17] geboren op [geboortedatum 7] 1964 te [geboorteplaats 3] en [verdachte 19] geboren op [geboortedatum 13] 1998 te [geboorteplaats 3] Foto 20: [verdachte 19] geboren op [geboortedatum 13] 1998 te [geboorteplaats 3] Foto 24: [verdachte 19] geboren op [geboortedatum 13] 1998 te [geboorteplaats 3] Foto 25: [verdachte 17] geboren op [geboortedatum 7] 1964 te [geboorteplaats 3] 28. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 4] , opgemaakt op 17 maart 2019, voor zover inhoudende (p. 478 tot en met p. 488): Wat is de reden dat [naam 1] op 5 februari 2018 een bedrag van 500, - euro overgemaakt op jouw bankrekeningnummer [bankrekening 2] ? Een kennis had gezegd dat zijn geld op mijn rekening was gestort. Deze kennis die dit tegen mij zei heet [de veroordeelde] . Hij had 500,- naar mijn rekening gestort. Hij had al mijn bankrekeningnummer, ik had een keer tien euro naar hem overgemaakt. Ik zat op school en hij stuurde een Snapchat dat hij geld op mijn rekening had gestort en of hij dit in mijn pauze kon ophalen. [de veroordeelde] is naar mij toegekomen in de pauze, hij was met een vriend. Het was een licht getint persoon. Hij had een bollig postuur. Ik ben alleen naar de pinautomaat gegaan om het bedrag van 500, - euro te pinnen. Dat was bij de ING in de Zwart Janstraat in Rotterdam. Ik heb het geld in de auto aan [de veroordeelde] gegeven. Aan de verdachte wordt foto nummer 19 getoond en gevraagd of zij deze persoon herkent en waarvan zij deze persoon kent Ja, die ken ik. Hij was de bestuurder van de auto toen [de veroordeelde] naar Rotterdam kwam om het geldbedrag van 500,- euro op te halen wat ik had gepind. Ik weet alleen zijn bijnaam, ze noemen hem [bijnaam 3] . Aan de verdachte wordt foto nummer 23 getoond en gevraagd of zij deze persoon herkent en waarvan zij deze persoon kent Ja, dat is [de veroordeelde] waarover ik heb verklaard. Ik weet dat ze met dat internet bankieren bezig zijn. Ze sturen dan een Snapchat van wie er snel geld wil verdienen. Ze noemen dan een bedrag wat je kan verdienen. Ze zoeken dan iemand die een bankrekening ter beschikking heeft om geld te laten storten. Degene krijgt daar dan een bedrag voor. 29. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op [geboortedatum 10] 2019, voor zover inhoudende (p. 489 en p. 490): Foto 19: [verdachte 5] geboren op [geboortedatum 4] 1999 te [geboorteplaats 3] Foto 23: [de veroordeelde] geboren op [geboortedatum 1] 1997 te [geboorteplaats 1] 30. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 2] , opgemaakt op 19 maart 2019, voor zover inhoudende (p. 513 tot en met p. 513): Er is twee keer 750 euro op mijn rekening gekregen door [naam 1] . Een vriend van mij heb ik ooit een keer 500 euro op mijn rekening laten storten. Een maand erna werd er ineens twee keer 750 euro op mijn rekening gestort en wilde die vriend mijn pinpas lenen maar dat heb ik niet gedaan. Ik ben toen zelf eerst 250 gaan pinnen bij mijn eigen bank en toen 250 euro bij een andere bank. Toen had ik pas 500 euro. Toen ben ik naar Den Haag gegaan, naar Scheveningen en toen kon ik wel pinnen. Toen jij dat geld aan je vriend gaf was er toen iemand bij aanwezig? Ik was samen met mijn neef [verdachte 7] . En die vriend was ook met iemand Met wie was die vriend samen? [verdachte 3] En wat is de naam van die vriend? [de veroordeelde] Aan wie heb jij het geld gegeven? Aan [de veroordeelde] Heb je voor [de veroordeelde] die 500 euro hebt gepind? Ja. Ik heb samen met hem gepind. Wat heb jij ervoor gekregen? Voor die 500 heb ik 50 euro gekregen en die 1500 euro heb ik 100 euro gekregen. (…) Foto 19 Ja! Ik ben zijn naam even kwijt maar ik heb vaker gezien In wat voor omstandigheden en met wie? Met [de veroordeelde] en [verdachte 3] sowieso vaker. Hij heeft wel een bijnaam maar die kan ik niet met zekerheid zeggen. Foto 23 Ja die ken ik. Dat is [de veroordeelde] 31. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 21 maart 2019, voor zover inhoudende (p. 524 en p. 525): Foto 19: [verdachte 5] geboren op [geboortedatum 4] 1999 te 's-Gravenhage. Foto 23: [de veroordeelde] geboren op [geboortedatum 1] 1997 te [geboorteplaats 1] . 32. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 13] , opgemaakt op 13 maart 2019, voor zover inhoudende (p. 526 tot en met p. 538): Ongeveer een jaar geleden werd ik benaderd door een jongen. Hij zei dat hij een rekening van de Rabobank nodig had, nog diezelfde avond nog geld moest opnemen. Ik ben met hem meegelopen om het geldbedrag voor hem te pinnen. Een tijdje later heeft hij mij weer telefonisch benaderd en hij zei hij dat hij weer mijn rekeningnummer nodig had. Het ging toen om een vergelijkbaar bedrag En de derde keer, hoe ging dat? Hij nam telefonisch contact met mij op en hij zei dat het geld al op mijn rekening stond. Dit had hij niet aan mij gevraagd terwijl hij de keren daarvoor dat wel deed Hoe heet de jongen die jou telefonisch benaderd heeft? [verdachte 5] ik weet niet wat zijn achternaam is. Kan je hem beschrijven? Dik postuur zwart haar, licht getint en een zuid Amerikaanse afkomst, volgens mij Colombiaans. Ze noemen hem ' [bijnaam 3] ', tenminste de buurt noemt hem zo. Wat weet je over de persoon die naast hem zat? Ik weet dat hij [verdachte 3] heet, hij heeft een donkere huidskleur. Hoe vaak heeft [naam 1] geldbedragen op je rekening gestort? 3 keer. Voor wie was het geld bestemd wat op je rekening werd gestort? Voor [bijnaam 3] en [verdachte 3] . 33. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 13] , opgemaakt op 14 maart 2019, voor zover inhoudende (p. 542 tot en met p. 544): We tonen de verdachte FOTO 19. Herken je deze persoon? Dat is [bijnaam 3] , waarover ik gisteren heb verklaard. Zijn voornaam is [verdachte 5] We tonen de verdachte FOTO 20. Herken je deze persoon? Ja, dat is [verdachte 3] (fonetisch). Dit is de jongen die met de [bijnaam 3] mij heeft opgehaald 34. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op [geboortedatum 10] 2019, voor zover inhoudende (p. 545): Foto 19: [verdachte 5] geboren op [geboortedatum 4] 1999 te [geboorteplaats 3] . Foto 20: [verdachte 3] geboren op [geboortedatum 11] 1999 te [geboorteplaats 4] 35. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 16] , opgemaakt op 18 maart 2019, voor zover inhoudende (p. 546 tot en met p. 559): Via snapchat werd er contact met mij opgenomen door een oude klasgenoot, hij is genaamd [naam 28] . Via Snapchat vroeg hij namelijk of hij geld naar mij kon overmaken. Ik zei dat dit goed was. Bij de pinautomaat in de buurt van de Vataan hebben wij elkaar ontmoet. Ik zag dat die oud klasgenoot samen was met nog 1 persoon, genaamd [naam 29] en ik zag ook dat er nog 4 andere jongens aan de overkant stonden. Ik herkende 1 van de jongens van school, dit was de jongen die bij zijn auto stond. Die dikke jongen, dus jongen 1, gaf aan dat er geld op mijn rekening moest staan. Wij tonen foto nummer 20, wat kan jij hierover verklaren? Ja! Hij is met die bril. Die skinny die ik had beschreven. Dat is jongen 4 die ik had beschreven 36. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 21 maart 2019, voor zover inhoudende (p. 563 en p. 564): Foto 20: [verdachte 3] geboren op [geboortedatum 11] 1999 te [geboorteplaats 4] . 37. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 18] , opgemaakt op 12 maart 2019, voor zover inhoudende (p. 580 tot en met p. 589): Er werd aangebeld door die 2 mannen. Zij gaven aan dat hun via een kennis van hun hadden gehoord dat ik een ABN pas had. En hun vroegen of hun gebruik mochten maken van mijn bankpas om geld te storten omdat hun zelf geen ABN rekening hadden. Zij wilden namelijk 200 zoveel euro direct opnemen en hadden zelf geen ABN rekening. Toen hoorde ik dat die twee mannen aangaven dat ik geld kon krijgen voor het gebruik maken van mijn bankpas. Ik zou dan ongeveer een paar tientjes krijgen. Op dat moment kon ik het geld wel goed gebruiken, dus had ik akkoord gegeven om mijn bankpas te geven. Zij hebben dus ongeveer 6 dagen mijn pas gehad. 38. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 19] , opgemaakt op 2 oktober 2019, voor zover inhoudende (p. 837 tot en met p. 873): Ik wist niet waar dat geld vandaan kwam maar ik heb wel samen met de persoon van wie deze pas is overlegd of hij wat geld wilde verdienen om wat geld te laten storten. Wij zijn toen gaan pinnen. Op het bankrekeningnummer van [verdachte 17] en [verdachte 12] werd, naar aanleiding van de afpersing, door [naam 1] een totaal bedrag van 12.000 euro overgemaakt. Wist jij dat het om zoveel geld ging? Nee we wisten pas dat het om zoveel geld ging toen het op de rekening kwam Ik heb het geld overgedragen aan een persoon. En wie is dat? De gene die het aan mij had gevraagd 39. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 3 maart 2019, voor zover inhoudende (p. 346): Uit onderzoek van de historische bankgegevens [bankrekening 11] op naam van [verdachte 12] e/o [verdachte 17] werden in de periode 7 februari 2018 tot en met 10 februari 2018 meerdere geldbedragen opgenomen bij geldautomaatnummers 358206 en 358208. Op de bewakingsbeelden zijn tijdens de geldopnames twee mannen te zien. Deze twee mannen werden in het onderzoek herkend als: [verdachte 17] , geboren op [geboortedatum 7] 1964 en [verdachte 19] , geboren op [geboortedatum 13] 1964. Ik zag dat [verdachte 17] en [verdachte 19] op 8 februari 2018 te 16:52 uur bij geldautomaatnummer 358206 staan. De geldautomaat bevindt zich op de Papsouwselaan te [plaatsnaam 1] . Ik zag dat [verdachte 17] en [verdachte 19] op 8 februari 2018 te 16:58 uur bij geldautomaatnummer 358208 staan. De geldautomaat bevindt zich op de Buitenhofdreef te [plaatsnaam 1] . Ten aanzien van feit 4 (parketnummer 09/807694-19) 40. Het proces-verbaal van aangifte [verdachte 6] , opgemaakt op 23 januari 2018, voor zover inhoudende (p. 3971 tot en met p. 3982): Op 3 januari 2018, omstreeks 22:00 uur bevond ik mij thuis bij jeugdformaat te Zoetermeer. Ik was buiten aan het roken en toen kwam [verdachte 7] aanrijden. [verdachte 7] zei: " Kom we gaan nu naar buiten." Ik stapte voorin in en we reden naar een tankstation om sigaretten te halen. Op een gegeven moment moest ik van [verdachte 7] achterin zitten, omdat we nog andere mensen gingen ophalen. [verdachte 7] reed naar een parkeerplaats ergens in Zoetermeer. [verdachte 7] parkeerde daar. Na ongeveer drie minuten werden beide deuren aan de rechterzijde geopend. Degene die voorin instapte had een bivakmuts op. Degene die mijn deur opende gaf mij gelijk een klap in mijn gezicht. Hierbij viel mijn bril op de grond en mijn pet viel ook af. De man duwde mij verder de auto in, waardoor ik achter [verdachte 7] terecht kwam. De man stapte vervolgens in en trok een mes. Het betrof een zwart klapmes. Ik moest van hem naar beneden kijken en de man met de bivakmuts op zei tegen [verdachte 7] dat hij moest gaan rijden. We hebben ongeveer twintig minuten gereden. De mannen zeiden onderweg dat ze wel geld wilde zien. Ik was heel erg bang dat ze ons iets aan wilde doen. Toen stopten we op een rustige plek. De man naast mij voelde in mijn jaszakken en broekzakken. Hierin zaten mijn pinpas, identiteitskaart, OV chipkaart, mobiele telefoon en het pakje sigaretten die ik eerder had gekocht bij het tankstation. Hij pakte de pasjes uit mijn rechter jaszak. Mijn telefoon en pakje sigaretten zaten in mijn linker binnenzak. Deze heeft hij er ook uitgehaald. Ik heb een patroon beveiliging op mijn Samsung SB en deze moest ik ontgrendelen. Ik zag dat er bloed op mijn scherm zat, omdat ik een wondje op mijn duim had. Hierna deed hij weer mijn telefoon voor mijn gezicht, terwijl ik nog steeds naar beneden keek, en ik zag dat de ING app was geopend. Ik moest inloggen op de ING app, maar dat lukte niet, omdat ik zag dat er een bevestigingscode ingevoerd moest worden. Vervolgens vroeg hij mijn pincode. We reden toen weer verder en stopten weer bij een pinautomaat denk ik, want de man naast mij stapte uit. De man achter het stuur bleef rijden. Even later stapte de man naast mij weer in. We reden toen verder. Op een rustige plek zijn we gestopt. Toen ze weg gingen heeft die man naast me ook mijn pet meegepakt. Deze had ik net gekocht voor 105 euro. Toen ik thuis kwam, zag de leiding dat er iets met me was. Ze hebben mijn wondje verbonden op mijn linkerhand. Hierna heb ik ingelogd op de ING via de computer en zag ik dat er bij de ING Goeverneurlaan Den Haag een bedrag van l80 euro van mijn rekening was gehaald. 41. Het proces-verbaal van verhoor aangever [verdachte 6] , opgemaakt op 10 juli 2019, voor zover inhoudende (p. 3988 tot en met p. 3991): De man naast de bestuurder zat had een bivakmuts op, ik herkende hem als "" [bijnaam 2] of [bijnaam 2] " De stem was overduidelijk die van " [bijnaam 2] ". Ik was veel met " [bijnaam 2] " de weken hiervoor omgegaan. V: Wat voor geweld heeft de persoon, welke naast jou op de achterbank zat, tegen jou gebruikt? A: Hij heeft mij met een vuist geslagen in mijn gezicht en ik zag later pas dat ik in mijn handgesneden was. Ik zag dat ik bloed aan mijn hand had, de hand is later in huis verbonden. V:Wat hebben de twee onbekende mannen tegen elkaar gezegd in de auto? A: Degene voor ken ik en dat was " [bijnaam 2] ". Ik hoorde " [bijnaam 2] tegen de man die naast mij achterin zat, zeggen "kijk in zijn zakken" ....en dat deed de man achterin. Hij pakte mijn pinpas en ID pas en mijn Samsung Galaxy S8 telefoon. Tevens pakte hij mijn pet die ik op had van Disquard, die was mzwart met hierop" ICON" erop. Noot verbalisant: aangever laat op Google een zelfde pet zien van hetzelfde merk en type en laat ons tevens een foto zien van een Instagram account van " [bijnaam 2] " waarop " [bijnaam 2] " met de pet op staat. De naam van zijn account is.... [Instagram account] . 42. Het proces-verbaal van verhoor aangever [verdachte 6] , opgemaakt op 14 mei 2019, voor zover inhoudende (p. 3998 tot en met p. 4008): Wij tonen foto 23 wat kan je hier over verklaren? [bijnaam 2] . 100% dat is [bijnaam 2] . Hij is de [bijnaam 2] over wie ik heb verklaard. Hij heeft mij beroofd. 43. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 3 juni 2019, voor zover inhoudende (p. 4009 en p. 4010): Op 14 mei 2019 is verdachte [verdachte 6] , geboren op [geboortedatum 14] 1999 te [geboorteplaats 3] , aan politiebureau te Delft gehoord. Tijdens dit verhoor zijn er meerdere foto's met verdachten uit het onderzoek aan de verdachte [verdachte 6] getoond. Foto 23: [de veroordeelde] geboren op [geboortedatum 1] 1997 te [geboorteplaats 1] . 44. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 14 mei 2019, voor zover inhoudende (p. 4011 en p. 4012): Op 14 mei 2019 werd bij de verdachte [verdachte 6] , twee mobiele telefoons voor nader onderzoek inbeslaggenomen. Ik hoorde de verdachte verklaarde: [Instagram account] is de persoon met de bijnaam ' [bijnaam 2] '. Ik volg deze persoon via Instagram en ik zag dat hij eerder op 7 mei 2018 een foto van zich zelf had geplaats op zijn Instaprofiel. Ik zag dat [bijnaam 2] met een zwarte pet met Icon erop op de straat liep. De pet met de tekst ICON was mijn petje. Hierop had ik gereageerd op de foto via Instagram. Mijn reactie is online nu niet meer terug te lezen. Waarschijnlijk heeft [bijnaam 2] de opmerking zelf verwijderd. Na het plaatsen van mijn reactie onder de foto kreeg ik een privé bericht van [bijnaam 2] . Hierop heb ik via het Instagram account van de verdachte onderzoek gedaan naar het profiel van [Instagram account] . Ik zag dat de persoon diverse foto's zichtbaar online op zijn profiel had staan. Ik herkende de persoon op de foto's als de persoon van het lopende Limpopo onderzoek als de verdachte [de veroordeelde] 45. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte 7] , opgemaakt op 7 november 2019, voor zover inhoudende (p. 4029 tot en met p. 4044): Ik had die dag mijn auto uitgeleend aan mijn neef. Hij is toen naar [verdachte 2] gegaan. [bijnaam 2] heeft toen aan [verdachte 2] gevraagd naar [verdachte 6] . [verdachte 2] heeft toen verteld dat hij spullen en geld had. [verdachte 2] en [bijnaam 2] hebben mij daarna opgehaald bij mijn woning. [verdachte 2] vertelde mij toen wat [bijnaam 2] van plan was met [verdachte 6] . Hij wilde spullen van [verdachte 6] afpakken. Wat is en toen bij de Annaplaats gebeurd? [bijnaam 2] ging toen helemaal hysterisch doen in de auto. Hij bedreigde ons met een mes en sloeg ons. [bijnaam 2] riep steeds [bijnaam 13] (fon). Hij vroeg om onze spullen. Ik zat rechts voorin, [bijnaam 13] zat links achter. En [verdachte 6] zat rechts achter Wat moest [verdachte 6] afgegeven? Al zijn dure spullen. We hebben het de hele tijd over [bijnaam 2] . We tonen jou een foto 23 Wie is dit? Dat is mijn neef, [de veroordeelde] . 46. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 21 juni 2019, voor zover inhoudende (p. 4045 en p. 4046): Op 7 juni 2019 is verdachte [verdachte 7] , geboren op [geboortedatum 2] 1997 te [geboorteplaats 2] , gehoord als verdachte van diefstal met geweld in vereniging. Tijdens dit verhoor zijn er meerdere foto's met verdachten uit het onderzoek aan de verdachte [verdachte 7] getoond. Foto 23: [de veroordeelde] geboren op [geboortedatum 1] 1997 te [geboorteplaats 1] 47. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte 2] , opgemaakt op 26 juni 2019, voor zover inhoudende (p. 4062 tot en met p. 4075): Aan de verdachte wordt fotonummer 23 getoond en gevraagd wie de persoon op de foto is en waarvan hij deze kent. [de veroordeelde] We waren met [verdachte 6] geweest. Hij had studiefinanciering gekregen ongeveer 1500 euro. [de veroordeelde] zei: we moeten het pakken. [verdachte 6] zat met [verdachte 7] in de auto. [verdachte 7] wist ervan en hij heeft meegedaan alsof hij zelf ook beroofd was. Hij heeft zijn spullen teruggekregen. Wie hebben de beroving gedaan? [de veroordeelde] en [bijnaam 13] . Ten aanzien van feit 7 (parketnummer 09/807694-19): witwassen 48. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 8 oktober 2019, voor zover inhoudende (p. 5657 en p. 5658): Op 23 juli 2019 werd bij de ING bank een vordering, 126nd lid 1 Sv, verstrekking historische financiële gegevens gedaan over de periode van 1 januari 2017 tot en met 23 juli 2019 van rekeningnummer [bankrekening 4] , op naam van verdachte [de veroordeelde] . Tijdens het onderzoek heb ik gekeken naar verdachte transactie waarbij er grote of [bijnaam 9] geldbedragen zijn overgemaakt en kort daarna werd opgenomen. Uit de bankgegevens kwamen de volgende verdachte transacties naar voren: 1-3-2017: [naam 4] € 175,- [bankrekening 16] 5-6-2017: [naam 2] € 600,- [bankrekening 15] 25-05-2017: [naam 3] [bankrekening 17] € 1000 49. Het proces-verbaal van aangifte [naam 4] , opgemaakt op 26 december 2017, voor zover inhoudende (p. 5659 tot en met p. 5660): Op 1 maart 2017 zal ik op de site Kinky.nl. Ik had contact met een vrouw die als escort werkte. Ik heb via de WhatsApp contact gehad. We waren een afspraak voor sex overeen gekomen. De afspraak was 175,- euro, voor een uur sex, bij mij thuis. Ze wilde dat ik eerst het geld zou overmaken. Dan wist ze dat ik een echte klant was. Ik moest 175,- euro overmaken op rekeningnummer: [bankrekening 4] . Dit heb ik ook gedaan. Bij het overmaken moest ik de naam “ [profielnaam 5] ” vermelden. Toen ze er na ongeveer 3 kwartier niet was, heb ik haar een bericht gestuurd via WhatsApp. Ik vroeg of ze er al was, of ze in de buurt was. Ik zag dat mijn bericht wel verstuurd was (1 vinkje), maar dat het bericht niet aankwam. Ik begreep dat ik in de maling was genomen. 50. Het proces-verbaal van aangifte [naam 2] , opgemaakt op 28 augustus 2019, voor zover inhoudende (p. 5707 en p. 5708): Op 5 juni 2017 had ik contact via een erotische site met een dame. We hadden onze mobiele telefoonnummers uitgewisseld en via de WhatsApp vroeg zij of ik foto's van mezelf wilde sturen. Ik heb een naakt foto van mezelf gestuurd. Naar enige stilte kreeg ik een WhatsApp dat ik mij moest schamen dat ik getrouwd was en kinderen had. Ik zag dat ze foto's van mijn kinderen welke op Facebook staan naar mij toe stuurde. Ik zag dat ze stuurde dat ik een som geld moest overmaken en als ik dit niet deed mijn foto op social media geplaatst zou worden. Ik moest van haar 600 euro overmaken. Ik heb toen direct 250 euro overgemaakt, maar dit was niet genoeg. Ik heb toen toch maar het resterende bedrag van 350 euro overgemaakt. Ik heb dus een totaalbedrag van 600 euro overgemaakt naar rekeningnummer [bankrekening 4] . Ik heb deze bedragen van mijn zakelijke rekening [bankrekening 15] overgemaakt. Ik heb deze twee betalingen gedaan omdat ik niet wilde dat mijn naaktfoto van mij verspreid zou worden. 51. Het geschrift, te weten een schema betreffende de storting van € 600,- in zaak 44, opgemaakt door analist [analist] (p. 5704). [afbeelding verwijderd i.v.m. privacygevoelige informatie] 52. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 20 augustus 2019, voor zover inhoudende (p. 6797): Uit dit onderzoek is het volgende gebleken: Op 25 mei 2017 werd van rekeningnummer [bankrekening 17] , op naam van [naam 3] , naar rekeningnummer [bankrekening 4] , op naam staat van [de veroordeelde] , een bedrag van 200,- euro overgemaakt. Op 25 mei 2017 werd van rekeningnummer [bankrekening 17] , op naam van [naam 3] , naar rekeningnummer [bankrekening 4] , op naam staat van [de veroordeelde] , een bedrag van 400,- euro overgemaakt. Op 25 mei 2017 werd van rekeningnummer [bankrekening 17] , op naam van [naam 3] , naar rekeningnummer [bankrekening 4] , op naam staat van [de veroordeelde] , een bedrag van 400,- euro overgemaakt. Op 20 augustus 2019 heb ik telefonisch contact gehad met [naam 3] . Ik heb gevraagd naar de verdachte transacties. Ik hoorde dat [naam 3] verklaarde dat hij was opgelicht. Hij had op een datingsite genaamd Kinky.nl gezeten waar hij met een vrouw in contact was gekomen. Hij heeft naar deze vrouw een naaktfoto van zich zelf gestuurd. Hij wilde afspreken, maar hij moest geld overmaken omdat ze anders zijn naaktfoto naar zijn familie zouden sturen. Hij heeft hierdoor een totaalbedrag van 1000 euro overgemaakt. 53. Het geschrift, te weten een schema betreffende de storting van € 1.000,- in ambtshalve zaak 7, opgemaakt door analist [analist] (p. 6790). [afbeelding verwijderd i.v.m. privacygevoelige informatie] II. De bewijsoverwegingen Ten aanzien van feit 1 (parketnummer 09/807694-19): deelname aan een criminele organisatie Juridisch kader Naar vaste rechtspraak is van een ‘organisatie’ als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) sprake als het gaat om een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband van twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad, dat het plegen van misdrijven als oogmerk heeft. Dit samenwerkingsverband kan blijken uit gemeenschappelijke regels of doelstellingen, maar ook uit het bestaan van een zekere gelaagdheid en/of rolverdeling tussen de verschillende deelnemers. Er is reeds sprake van een dergelijke organisatie wanneer één persoon en minimaal één of meer anderen voor een door hen gesteld doel samenwerken. Het optreden als eenheid is geen absolute voorwaarde. Ook hoeft er geen sprake te zijn van formeel afgebakende taken, maar het samenwerkingsverband moet wel meer dan een incidenteel karakter hebben. Van een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband kan al blijken als er gedurende een vaste periode door bepaalde personen volgens een vast patroon wordt samengewerkt. Niet noodzakelijk is daarbij dat het steeds dezelfde personen betreft, wel dient er sprake te zijn van een vaste kern. Het gaat bij het misdrijf van artikel 140 Sr niet om het daadwerkelijk gepleegd zijn van misdrijven, maar om het ‘oogmerk’ tot het plegen van misdrijven. Voor dat oogmerk kan ook het naaste doel van de organisatie volstaan. Het is niet vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is. Het oogmerk hoeft niet in de tenlastelegging nader te zijn omschreven, maar moet uit de bewijsvoering blijken. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Van ‘deelneming’ aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr kan slechts dan sprake zijn als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Het is niet vereist dat vast komt te staan dat de betrokkene heeft samengewerkt met of bekend is met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie. De deelneming moet voor de betrokkene op zichzelf worden beoordeeld. Het is dus bijvoorbeeld niet van belang of andere personen meer hebben gedaan of een belangrijkere rol vervulden dan de betrokkene. Voor ‘deelneming’ is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De betrokkene hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd. Niet elke bijdrage kan leiden tot het oordeel dat iemand deel uitmaakt van een criminele organisatie. De bijdrage dient een zekere duur en intensiteit te hebben. De rechtbank zal aan de hand van het juridisch kader beoordelen of er sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband, of dat samenwerkingsverband tot oogmerk had het plegen van misdrijven en, zo ja, of [de veroordeelde] heeft deelgenomen aan die criminele organisatie en in welke rol. Duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat er sprake is van een samenwerking tussen verschillende personen en dat die samenwerking kan worden gekwalificeerd als een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. Daarvoor is redengevend dat de samenwerking die de rechtbank in dit dossier ziet, zich kenmerkt door een zekere gelaagdheid en rolverdeling, professionaliteit en duurzaamheid. Hieronder licht de rechtbank dat toe. Uit de verschillende zaaksdossiers blijkt dat er in de ten laste gelegde periode sprake was van de volgende specifieke werkwijze, waarbij telkens meerdere personen, ieder met een eigen rol, betrokken waren. Op datingsites werden door leden van de organisatie valse profielen van vrouwen aangemaakt. Als een man in contact raakte met zo’n vals profiel, dan gaf de ‘vrouw’ aan dat zij graag via WhatsApp verder wilde communiceren en werd het gesprek voortgezet op WhatsApp. Ondertussen werd door de leden van de organisatie op social media (vaak Facebook) gezocht naar familie, vrienden en werkgevers van de man. Op het moment dat de man een naaktfoto had gestuurd, sloeg de toon van het gesprek om en kreeg hij een bericht, zoals het onderstaande bericht (of een bericht met een soortgelijke strekking) van de afdreiger(
- s)toegestuurd: “Luister nu heel goed naar mij (naam slachtoffer) ik heb uitgebreid onderzoek naar je gedaan en ik weet nu precies wie je bent, wat je doet, waar je woont, werkt en wie al je dierbaren zijn! Als je niet wil dat ik deze SCHANDALIGE foto’s/video’s en app gesprekken doorstuur naar (namen partner etc) en al je familie, vrienden en collega’s kunnen we samen naar een oplossing zoeken. En durf me niet te negeren of blokkeren want ik weet je te vinden”. Vervolgens moest de man één of meer geldbedragen overmaken. Deze bedragen werden op bankrekeningen van ‘katvangers’ gestort. De ‘katvangers’ werden ingeschakeld door ‘ronselaars’ en de ‘ronselaars’ werden op hun beurt weer aangestuurd om een ‘katvanger’ te regelen. De ‘ronselaars’ haalden vervolgens de ‘katvanger’ op om te pinnen of gebruikten diens bankpasje om het geldbedrag zo snel mogelijk van de bankrekening te halen. Uit de verschillende zaaksdossiers blijkt een duidelijke stelselmatigheid en dus een meer dan incidenteel karakter, gelet op het grote aantal slachtoffers, waarbij telkens de voornoemde werkwijze werd toegepast. Voor de handelingen die gepaard gingen met de hierboven beschreven werkwijze, was een grote mate van samenwerking en coördinatie tussen meerdere personen met elk een eigen rol vereist. Uit het dossier (en de voornoemde werkwijze) blijkt dat de organisatie kort gezegd kan worden ingedeeld in drie lagen, die in het dossier de ‘kernleden’, de ‘ronselaars’ en de ‘katvangers’ worden genoemd. De kernleden hadden een sturende rol. Ze pleegden de afdreigingen, stuurden ronselaars/katvangers aan en profiteerden het meest van de afdreigingen. Daaronder zat de laag die onder meer bestond uit de ronselaars, die na een afdreiging werden aangestuurd om een katvanger te regelen, op wiens bankrekening het geld kon worden gestort en/of er voor te zorgen dat het geld cash werd opgenomen. Dat sprake is van een samenwerking tussen twee of meer personen en niet van allemaal op zichzelf staande incidenten, zoals de raadsman bepleit, blijkt uit het volgende. [de veroordeelde] , [verdachte 3] , [verdachte 5] en [verdachte 19] kunnen ieder, in verschillende rollen, aan meerdere van deze verschillende zaaksdossiers worden gerelateerd en die zaaksdossiers kunnen ook weer, gelet op onder meer de werkwijze en de betrokken personen, met elkaar in verband worden gebracht. Uit het dossier blijkt dat [de veroordeelde] in ieder geval samenwerkte met [verdachte 3] en [verdachte 5] , dat hij met hen een groep vormde en dat [de veroordeelde] en [verdachte 5] samenwerkten met ‘ronselaars’/‘katvangers’. Dit blijkt onder meer uit de chatgesprekken in het dossier. Zo zegt [de veroordeelde] in een chatgesprek: “[naam 30], [bijnaam 1] zit vast (..) alles is weg, al onze spullen”. En in een ander gesprek waarin hij een ronselaar aanstuurt, zegt hij dat de ronselaar met [bijnaam 1] moet ‘meeten’ en een foto naar [bijnaam 3] moet sturen. In de telefoon van [verdachte 5] zijn voorts berichten aangetroffen van zijn Snapchat-account waarin om bankpassen wordt gevraagd. In de chatgesprekken wordt daarnaast ook gesproken over de verdeling van de opbrengst, hetgeen ook duidt op een samenwerking. Verder zijn relevant de verklaringen van diverse getuigen die in onderzoek Limpopo zijn gehoord. Zo heeft [verdachte 7] verklaard over de groep van ‘ [bijnaam 2] ’ en ‘ [bijnaam 3] ’, die bestaat uit ongeveer tien man, de harde kern uit vijf à acht mensen. De rest komt en gaat weer. Het zijn jongens uit [plaatsnaam 1] en bij hen staat geld op nummer 1. Daar doen ze alles voor. [minderjarige] (de ex-vriendin van [verdachte 3] , hierna: [minderjarige] ) heeft verklaard hoe ‘ze’ te werk gaan. [minderjarige] heeft kort en zakelijk weergegeven verklaard dat er een profiel op een sekssite wordt aangemaakt, dat vervolgens een chatsessie volgt en dat hierna mannen worden afgeperst. Deze werkwijze komt overeen met de hiervoor omschreven methode die naar voren komt in het dossier. [minderjarige] heeft verklaard dat ‘ [verdachte 3] ’ en zijn broer ‘ [de veroordeelde] ’ op die manier veel geld verdienen en dat de broers de oplichtingen plegen met een aantal jongens uit de wijk. De rechtbank overweegt dat [minderjarige] voornoemd verhaal ongevraagd heeft verteld toen zij, in verband met een voorlopige ondertoezichtstelling, door de politie werd vervoerd naar [instelling] . Hoewel zij haar verklaring hierna heeft ingetrokken en ook weer (bij de rechter-commissaris) heeft bevestigd, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank haar verklaring niet onbetrouwbaar. De rechtbank acht haar verklaring namelijk gedetailleerd en concreet en de uitleg die [minderjarige] heeft gegeven voor het intrekken van haar verklaring (namelijk dat zij dit heeft gedaan omdat zij bang voor was voor [de veroordeelde] ), acht de rechtbank geloofwaardig. De verklaring vindt daarnaast steun in de overige bewijsmiddelen, zoals de verklaringen van ‘katvangers’ en informatie die in de telefoons van [verdachte 3] , [de veroordeelde] en [verdachte 5] is aangetroffen (het standaard bericht dat is aangetroffen in de telefoon van [verdachte 3] en berichten die zijn gestuurd met de telefoons van [de veroordeelde] en [verdachte 5] , die betrekking hebben op het regelen van bankpassen). Voorts zijn relevant de verschillende verklaringen van personen van wie naar het oordeel van de rechtbank gebleken is dat die dienst deden als ‘katvangers’ en ‘ronselaars’. ‘Katvanger’ [verdachte 4] (hierna: [verdachte 4] ) heeft verklaard dat ‘ze’ een Snapchat sturen met de vraag wie er snel geld wil verdienen. Hierbij wordt het bedrag genoemd dat kan worden verdiend. Ze zoeken dan iemand die een bankrekening ter beschikking heeft om geld te laten storten. ‘Katvanger’ [verdachte 1] heeft verklaard dat hij zijn bankpas moest afgeven aan ‘ [bijnaam 2] ’ of één van hun. ‘Katvangers’ [verdachte 13] (hierna: [verdachte 13] ) en [verdachte 2] hebben verklaard over geldbedragen die ongevraagd op hun bankrekening werden gestort en die ze af moesten dragen aan [de veroordeelde] , [verdachte 3] en [verdachte 5] . De periode waarin de organisatie actief is geweest, bestrijkt een periode van bijna twee jaar, van 1 december 2017 tot en met 1 oktober 2019. Dit vindt voor wat betreft het begin van de periode bevestiging in de verklaring van [minderjarige] , voor zover inhoudende dat zij van [verdachte 3] had begrepen dat hij dit (de rechtbank begrijpt: de afpersingen) al vanaf zijn dertiende jaar doet. Voor de periode is verder onder meer relevant het onder 2 bewezen verklaarde witwassen van geld afkomstig van de afdreiging van [naam 1] in februari 2018, waarbij [de veroordeelde] , [verdachte 3] , [verdachte 5] en [verdachte 19] alle vier betrokken waren. Voor het einde van de periode is relevant dat [de veroordeelde] , [verdachte 3] , [verdachte 5] en [verdachte 19] op 1 oktober 2019 zijn aangehouden. Blijkens in de telefoon van [verdachte 3] aangetroffen chats, zijn in de dagen hiervoor nog diverse chats gevoerd met mannen die werden afgedreigd. Oogmerk Dat de organisatie als oogmerk had het plegen van afdreigingen, blijkt onder meer uit de veelheid aangetroffen berichten in de telefoons van [de veroordeelde] en [verdachte 3] en de verklaring van [minderjarige] . De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de criminele organisatie ook als oogmerk had witwassen. Meer specifiek gaat het dan om het witwassen van de geldbedragen die afkomstig waren van gepleegde afdreigingen. Het gemeenschappelijk einddoel van de criminele organisatie was immers het binnenhalen van geld, oftewel zelfverrijking. Daarvoor waren de afdreigingen het middel. Deelneming De deelneming moet voor iedere betrokkene op zichzelf worden beoordeeld. Daarom zal de rechtbank hierna per persoon beoordelen of en in hoeverre hij heeft deelgenomen aan de criminele organisatie. [de veroordeelde] De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat [de veroordeelde] een sturende, leidinggevende rol had bij de gepleegde strafbare feiten. Hij gaf de opdrachten aan de andere kernleden, ronselaars en katvangers. De ronselaars moesten na de geldopnames het geld aan hem afgeven. Op zijn telefoon zijn meerdere WhatsApp-gesprekken aangetroffen die te relateren zijn aan zijn leidende rol binnen de criminele organisatie en de gepleegde strafbare feiten. Zo stuurt [de veroordeelde] bijvoorbeeld op 17 september 2019: “ga snel spa (de rechtbank begrijpt: passen) halen, verhoog die limiet opnieuw, haal die oude weg, hoog t snel en stuur foto naar [bijnaam 3] ”. Ook zijn in zijn telefoon betaalverzoeken aangetroffen ter hoogte van bedragen die uit afdreigingen worden verkregen en zijn foto’s van bankpassen aangetroffen die eveneens kunnen worden gerelateerd aan afdreigingen. [verdachte 3] Dat [verdachte 3] eveneens als kernlid deelnam aan de organisatie blijkt uit de gegevens die zijn aangetroffen in zijn telefoon. Hieruit blijkt dat hij zich bezig hield met de afdreigingen. Op zijn telefoon is de profieltekst voor een sexsite aangetroffen, het tekstbericht dat wordt gebruikt op het moment dat het afdreigen begint, vele chatgesprekken die kunnen worden gerelateerd aan afdreigingen en (naakt) foto’s en video's van slachtoffers. De avond voor zijn aanhouding op 1 oktober 2019 was [verdachte 3] nog actief via WhatsApp in contact met (mogelijke) potentiële slachtoffers. Ook hield hij zich bezig met het aansturen van de mensen die het pinnen regelden. Zo blijkt uit de verklaringen van [verdachte 13] en [verdachte 2] dat hij aanwezig was op het moment dat (een deel van) het geld afkomstig van de afdreiging van [naam 1] (zaak 1) werd gepind en in ontvangst werd genomen. [verdachte 5] Voor [verdachte 5] geldt dat hij eveneens een van de kernleden was binnen de organisatie. Zijn rol bestond er met name uit om mensen te regelen die hun bankpas ter beschikking wilden stellen. In een bericht, afkomstig van het Snapchat-account van [verdachte 5] , wordt gezegd: “deze week zoek ik:” en vervolgens worden dan de soort bankpassen genoemd die hij nodig heeft. [verdachte 5] had een sturende rol ten aanzien van de ‘ronselaars’ en ‘katvangers’, hetgeen blijkt uit de verschillende verklaringen van ‘katvangers’ waarin wordt aangegeven dat [verdachte 5] , die in het dossier ook wel vaker wordt genoemd als ‘de chauffeur van’, aanwezig was bij het pinnen van het geld en dat het geld aan hem afgegeven moest worden. [verdachte 19] heeft over een langere periode een relatief gering aantal witwashandelingen verricht. Hij heeft Van Baarle, [verdachte 17] en Van Ommeren benaderd en heeft ervoor gezorgd dat geld afkomstig van afdreigingen op hun bankrekeningen kon worden gestort en ging hierna (met ze mee om
- te)pinnen. Afgezet tegen de ten laste gelegde periode waarbinnen het criminele samenwerkingsverband actief was, was de bijdrage van [verdachte 19] van geringere omvang. Uit het dossier blijkt daarnaast niet duidelijk of [verdachte 19] welbewust een (geringe) bijdrage leverde aan de activiteiten van de criminele organisatie. De vaststelling dat hij bewust de kans heeft aanvaard dat hij crimineel geld voorhanden had en de omstandigheden dat twee kernleden van de organisatie ( [de veroordeelde] en [verdachte 3] ) als contacten staan vermeld in zijn telefoon en [verdachte 5] is gezien als zijn chauffeur, zijn daarvoor onvoldoende. De rechtbank is, gelet op het vorengaande van oordeel dat het dossier onvoldoende concreet, direct bewijs bevat dat [verdachte 19] onderdeel was van het hiervoor omschreven crimineel samenwerkingsverband. Conclusie De rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien van oordeel dat er sprake is geweest van een criminele organisatie, waarvan het oogmerk was het plegen van afdreiging en witwassen en dat aan deze criminele organisatie in elk geval hebben deelgenomen [de veroordeelde] , [verdachte 3] en [verdachte 5] . Ten aanzien van feit 2 primair (parketnummer 09/807694-19): medeplegen witwassen € 32.600,- Uit de op 17 februari 2018 gedane aangifte van [naam 1] blijkt dat hij op [geboortedatum 4] 2018 via de website [website] in contact is gekomen met ' [profielnaam 4] '. Nadat hij op haar verzoek een naaktfoto had verstuurd, kreeg hij het bericht dat hij geld moest overmaken, omdat anders zijn familie en vrienden zouden worden ingelicht. Er was dus sprake van afdreiging. [naam 1] heeft vervolgens in de dagen daarna in totaal € 32.600,- overgemaakt naar diverse bankrekeningnummers, op naam van [verdachte 2] , Rivers, [verdachte 4] , [verdachte 12] (hierna: [verdachte 12] ) / [verdachte 17] (hierna: [verdachte 17] ), [verdachte 18] , [verdachte 15] en [verdachte 16] (hierna: [verdachte 16] ). Uit de bankrekeninggegevens is gebleken dat telkens kort na het storten, de bedragen weer zijn gepind. De ‘katvangers’ die hun bankrekening beschikbaar hebben gesteld, hebben als volgt verklaard. [verdachte 17] heeft verklaard dat hij een drugsschuld had bij [verdachte 19] en dat hij voor het aflossen van die schuld de bankrekening van hem / zijn partner ter beschikking heeft gesteld. Het geld dat door [naam 1] op zijn bankrekening is gestort, heeft hij samen met [verdachte 19] opgenomen. [verdachte 5] was de chauffeur van [verdachte 19] . Na het pinnen heeft [verdachte 17] het geld aan [verdachte 19] gegeven. [verdachte 4] heeft verklaard dat [de veroordeelde] haar op een dag benaderde en zei dat er geld op haar bankrekening was gestort en vroeg of ze dit op konden halen. [verdachte 4] is vervolgens samen met [de veroordeelde] en [verdachte 5] het geld gaan pinnen en zij heeft het bedrag van € 500,- aan [de veroordeelde] gegeven. [verdachte 2] heeft verklaard dat hij ooit zijn bankrekeningnummer aan [de veroordeelde] had gegeven en dat er opeens diverse geldbedragen op zijn bankrekening werden gestort, waarna [de veroordeelde] contact met hem opnam met de vraag of hij het geld voor hem van zijn bankrekening wilde halen. Het geld is uiteindelijk naar [de veroordeelde] gegaan. [verdachte 13] heeft verklaard dat gevraagd en ongevraagd geld op zijn bankrekening werd gestort. Hij werd opgehaald door [verdachte 3] en [verdachte 5] en heeft het geld vervolgens aan hun gegeven. [verdachte 16] heeft ten slotte verklaard dat hem via Snapchat werd gevraagd om geld op zijn bankrekening te laten storten en dat [verdachte 3] erbij was toen hij geld moest pinnen van zijn bankrekening. De rechtbank kan niet vaststellen wie de afdreiging heeft gepleegd, maar kan wel vaststellen dat [de veroordeelde] , [verdachte 3] , [verdachte 5] en de ‘katvangers’ (delen van) het geldbedrag dat werd overgemaakt naar aanleiding van die afdreiging voorhanden hebben gehad, op basis van de verklaringen van de hiervoor genoemde katvangers. Gelet op hetgeen is overwogen over feit 1, namelijk dat [de veroordeelde] , [verdachte 3] en [verdachte 5] ‘kernleden’ van de criminele organisatie waren en in die hoedanigheid betrokken waren bij het incasseren van het van afdreiging afkomstige geldbedrag, kan niet alleen worden vastgesteld dat ze (mede)plegers zijn ten aanzien van het bedrag dat ze zelf hebben geïncasseerd, maar kan ook worden vastgesteld dat ze als leden van de criminele organisatie nauw en bewust hebben samengewerkt ten aanzien van het volledige bedrag, door verschillende ‘katvangers’ met bankrekeningen bij verschillende banken te benaderen, door met de ‘katvangers’ te gaan pinnen en door vervolgens in wisselende samenstellingen het geld in ontvangst te nemen (en zo de werkelijke herkomst van het geld en wie de rechthebbende is te verhullen). Ze hebben allen ten aanzien van het volledige bedrag een bijdrage van voldoende gewicht geleverd. In het licht van de criminele organisatie waar ze deel van uitmaakten, kan het niet anders dan dat ze wisten dat de geldbedragen die werden gepind, afkomstig waren van enig misdrijf. Aldus waren [de veroordeelde] , [verdachte 3] en [verdachte 5] als medeplegers betrokken bij het (opzet)witwassen van de € 32.600,-. Ten aanzien van feit 4 (parketnummer 09/807694-19): diefstal met geweld; slachtoffer [verdachte 6] Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van [verdachte 7] en [verdachte 2] betrouwbaar zijn en kunnen worden gebruikt voor het bewijs. Deze verklaringen ondersteunen elkaar over en weer en worden ook ondersteund door de verklaring van [verdachte 6] (hierna: [verdachte 6] ), van wie niet gebleken is dat hij een reden heeft om belastend te verklaren ten aanzien van [de veroordeelde] . Gelet op de verklaringen van [verdachte 7] , [verdachte 2] en [verdachte 6] dat [de veroordeelde] samen met nog een andere persoon [verdachte 6] heeft beroofd en gelet op de foto op de Instagram-pagina van [de veroordeelde] , waarop [de veroordeelde] te zien is met precies eenzelfde pet als die gestolen is van [verdachte 6] , is de rechtbank van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen. Ten aanzien van feit 7 (parketnummer 09/807694-19): witwassen zaken 43, 44 en ambtshalve zaak 7 Op de bankrekening van de verdachte zijn in de periode van 1 maart 2017 tot en met 5 juni 2017 stortingen gedaan van € 175,- door [naam 4] , van in totaal € 600,- door [naam 2] en van in totaal € 1.000,- door [naam 3] . Deze bedragen zijn afkomstig van twee afdreigingen en een oplichting en zijn daarmee uit enig misdrijf afkomstig. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte wist dat dit geld van misdrijf afkomstig was. Dit blijkt wel uit de omstandigheid dat hij (een groot deel van) het geld telkens, kort na de storting, gelijk heeft opgenomen. Bovendien storten personen niet zomaar, zonder enige (legale) aanleiding, geld op de bankrekening van een voor hen onbekend persoon. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte deze geldbedragen heeft witgewassen. III. De bewezenverklaring 1. hij in de periode 1 december 2017 tot en met 1 oktober 2019 te Delft , althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [verdachte 5] , [de veroordeelde] en [verdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikelen 318 en 420bis Wetboek van Strafrecht; 2. hij in de periode van 03 februari 2018 tot en met 15 februari 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, van geldbedragen van in totaal (ongeveer) EUR 32.600,- de herkomst heeft verhuld en heeft verhuld, wie de rechthebbende is en die geldbedragen heeft verworven en voorhanden heeft gehad terwijl hij wist, dat die geldbedragen, geheel, onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf; 4. hij op 3 januari 2018 te Zoetermeer en 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (EUR 180 ,-) en een pinpas en ID-bewijs en mobiele telefoon en een pakje sigaretten en een pet, toebehorende aan [verdachte 6] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [verdachte 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte en/of zijn mededaders die [verdachte 6] - in een auto hebben meegenomen en - hebben geslagen en - een mes hebben getoond en hebben - gedwongen zijn telefoon te ontgrendelen en - hebben gedwongen in te loggen in de ING app; 7. hij in de periode van 1 maart 2017 tot en met 5 juni 2017 in Nederland, van geldbedragen van EUR 175,- en EUR 600,- en EUR 1.000,- de werkelijke aard heeft verhuld en deze geldbedragen voorhanden heeft gehad en heeft omgezet, terwijl hij wist, dat deze geldbedragen, onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf. Bewijsmiddelen genummerd 1 tot en met 39. Aangifte door [naam 1] , bewijsmiddel genummerd 18, onderzoek naar het bankrekeningnummer op naam van [verdachte 2] , bewijsmiddel genummerd 20 onderzoek naar het bankrekeningnummer op naam van [verdachte 4] , bewijsmiddel genummerd 20. Aangifte door [naam 1] , bewijsmiddel genummerd 18 en onderzoek naar de bankrekening op naam van [verdachte 2] , bewijsmiddel genummerd 20. Onderzoek naar het bankrekeningnummer op naam van [verdachte 2] , bewijsmiddel genummerd 20 en verhoor [verdachte 2] van 19 maart 2019, bewijsmiddel genummerd 30. Aangifte door [naam 1] , bewijsmiddel genummerd 18 en onderzoek naar de bankrekening op naam van [verdachte 4] , bewijsmiddel genummerd 20. Verhoor van [verdachte 4] van 17 maart 2019, bewijsmiddel genummerd 5. Aangifte door [verdachte 6] , bewijsmiddel genummerd 40. Aangifte door [naam 5] , bewijsmiddel genummerd 49, aangifte door [naam 2] , bewijsmiddel genummerd 50, verklaring van [naam 3] , bewijsmiddel genummerd 52 en het onderzoek naar de rekening op naam van de veroordeelde, bewijsmiddel genummerd 48. Aangifte door [naam 9] , onderzoek naar de bankrekening op naam van [verdachte 1] , en verhoor [verdachte 1] van 19 november 2019. Aangifte door [naam 10] , onderzoek naar de bankrekening op naam van [verdachte 1] , en verhoor [verdachte 1] van 19 november 2019. Aangifte door [naam 11] , onderzoek naar de bankrekening op naam van [verdachte 1] , en verhoor [verdachte 1] van 19 november 2019. Verklaring van [naam 6] en onderzoek naar de banrekening op naam van de veroordeelde. Verklaring van [naam 7] en onderzoek naar de bankrekening op naam van de veroordeelde. Verklaring van [naam 8] en onderzoe