← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:19890

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: NL24.38113 (beroep) en NL24.38114 (voorlopige voorziening) proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [#] (gemachtigde: mr. R. Akkaya), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. S. Deniz). Inleiding In het besluit van 1 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland hiervoor verantwoordelijk is. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De zaken zijn samen op 25 november 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank, evenals de voorzieningenrechter, onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Overwegingen

  1. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet
  2. Daarin is bepaald dat een asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat hiervoor verantwoordelijk is. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.
  3. Eiser heeft aangevoerd dat zijn overdracht aan Duitsland zal leiden tot schending van artikel 3 van het EVRM, omdat de Duitse autoriteiten niet in staat zullen zijn hem te beschermen tegen de wraak van de AYE cult. Eiser wordt door AYE beschuldigd van fraude en is daarom met de dood bedreigd. Eiser kwam cultleden tegen in Duitsland, waarna hij besloot te vertrekken.
  4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat dit niet wegneemt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van eisers asielverzoek. Duitsland is net als Nederland partij bij het EVRM. Bij voorkomende problemen kan eiser de Duitse autoriteiten of daarvoor geschikte instanties benaderen. Niet is gebleken dat zij eiser niet kunnen of willen helpen. Eiser heeft ook niet onderbouwd dat hij niet tijdig hulp zal krijgen van de Duitse autoriteiten als hij een hulpoproep zou moeten doen.
  5. Eiser heeft geen bijzondere individuele omstandigheden naar voren gebracht die maken dat een overdracht aan Duitsland van onevenredige hardheid getuigt.
  6. Het beroep is ongegrond.
  7. Omdat de rechtbank op het beroep van eiser beslist en dit ongegrond verklaart, is een voorlopige voorziening niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat gelet op de uitkomst in de beide zaken geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 november 2024 door mr. M. Kraefft, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Verordening (EU) nr. 604/213 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.