vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/666149 / HA ZA 24-421 Vonnis van 27 november 2024 in de zaak van [eiser] te [woonplaats] , eiser, advocaat: mr. drs. M.R. van Leeuwen te Zoetermeer, tegen [gedaagde] te [woonplaats] , gedaagde, advocaat: mr. S.H.N. de Wijs te Amsterdam. Partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van: de dagvaarding van 6 mei 2024, met producties 1 tot en met 18; de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 6; het tussenvonnis van deze rechtbank van 14 augustus 2024, waarin een mondelinge behandeling is bevolen; de aanvullende productie 19 van [eiser] ; het bezwaar van [gedaagde] tegen de aanvullende productie van [eiser] . 1.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2024. Tijdens de mondelinge behandeling hebben beide partijen hun standpunten toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft van de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt. 1.3. Ten slotte is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Partijen wonen in hetzelfde appartementencomplex aan de [adres] in Hillegom (hierna: het appartementencomplex). 2.2. Toen [eiser] eind 2016 met zijn vrouw in het appartementencomplex kwam wonen, maakte [gedaagde] deel uit van het bestuur van de Vereniging van Eigenaren van het appartementencomplex (hierna: de VvE). Ook mevrouw [naam 1] (hierna: [naam 1] ) was op dat moment actief als bestuurder binnen de VvE. 2.3. Binnen de VvE speelde destijds een conflict met één van de bewoners, de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ). [eiser] heeft aangeboden om tussen de VvE en [naam 2] te bemiddelen. Die bemiddeling heeft uiteindelijk geleid tot een escalatie binnen de VvE, waarna de VvE geen gebruik meer wilde maken van de bemiddeling van [eiser] . 2.4. Medio 2017 is [gedaagde] , samen met [naam 1] , uit het bestuur van de VvE getreden. In de periode daarna is [VvE beheerder] , de VvE-beheerder, ook bestuurder van de VvE geweest, tot september 2018. 2.5. In september 2018 is (onder anderen) [eiser] benoemd tot (nieuwe) bestuurder van de VvE. 2.6. Tussen partijen ontstond – kort gezegd – een verschil van inzicht over het (correct) besturen van de VvE, het onderhoud van het appartementsgebouw en de in verband daarmee gemaakte c.q. te maken kosten. Dat heeft geleid tot een conflict tussen (in wezen) [eiser] en [gedaagde] . 2.7. In een brief van 16 november 2018 van [gedaagde] aan alle medebewoners schreef [gedaagde] onder meer het volgende: “De rechtszaak tegen [VvE beheerder] die nu loopt, valt buiten de Rechtsbijstandverzekering van het bestuur en wordt gevoerd op de aansprakelijkheidsverzekering van [naam 2] persoonlijk. [naam 2] is dan eiser. Maar niet meer dan een stroman, want het is [eiser] die namens de VVE in feite het proces voert! Regelrechte verzekeringsfraude. Dat is strafbaar. Ik distantieer mij daarvan. U ook?” 2.8. In een brief van 17 november 2018 van [gedaagde] aan alle medebewoners schreef [gedaagde] : “(…) Dit is pure misleiding door [eiser] . Ik heb van die man nooit anders meegemaakt. (…) [eiser] blijft zeiken. (…) Ook in de agenda en toelichting op die agenda zijn nog vele punten waar [eiser] u misleidt. (…)” 2.9. Op 23 maart 2020 heeft het bestuur van de VvE aan [gedaagde] de volgende brief gestuurd: “(…) Met uw briefjes heeft u het in september 2018 aangetreden bestuur nu al bij herhaling van fraude, oplichting en misleiding beschuldigd. (…) Kort geleden bent u weer begonnen briefjes op het publicatiebord te hangen waarmee u het bestuur en specifiek de voorzitter van het bestuur wederom in een kwaad daglicht zet. (…) Ondanks al uw toezeggingen houdt u maar niet op mensen vals te beschuldigen en in een kwaad daglicht te stellen. (…) Als u niet onmiddellijk ophoudt mensen (…) vals te beschuldigen en leden met foute informatie tegen elkaar en tegen het bestuur op te hitsen dan zal het bestuur genoodzaakt zijn u een boete op te leggen. (…)” 2.10. In een brief van 3 april 2020 van [gedaagde] aan alle medebewoners staat onder meer: “Ik heb het bestuur beticht van fraude omdat bij de notulering van agendapunt (…) verzuimd is, opzettelijk verzuimd is, (en dat is fraude [naam 3] ), in de notulen op te nemen, wat ik bij die behandeling vrijwel letterlijk naar voren heb gebracht (…) nu verklaart [eiser] dat het in de vergadering helemaal niet aan de orde is geweest. Dit is nu [eiser] ten voeten uit. Zo ver kun je dus zinken. (…) ik beschouw het weg laten uit de notulen als fraude.” 2.11. Op 29 mei 2020 heeft [gedaagde] wederom een brief (gericht aan [eiser] ) gestuurd aan het bestuur van de VvE en de medebewoners. Daarin schreef [gedaagde] : “(…) Alles bij elkaar frauduleus, omdat het door jou vermaledijde oude bestuur ook eens een enquête heeft gehouden en de leden heeft gevraagd het formulier naar [VvE beheerder] te sturen voor een eerlijke uitslag. (…) Mijn schrijfsels zijn geen schrijfsels. Maar goed zorgvuldig doordacht en doorwrocht proza waarin ik aan de leden (…) kenbaar maak dat [eiser] weer liegt, bedriegt, feiten verdraait, een ander de schuld geeft enz. (…) [eiser] , respect moet je verdienen. Je hebt het zelf grandioos kapot gemaakt. Ik heb dan ook geen respect voor je, zelfs geen waardering of wat dan ook. Maar daar maak je het dan ook naar. (…) Jij hebt dat zorgvuldig uit de notulen gehouden (…) en [naam 3] heeft zorgvuldig de gevraagde stemming niet gehouden. Maar beiden hebben de notulen ook ondertekend. Dus beiden zijn frauduleus in de fout gegaan en die fraude is zeker niet de eerste keer. Ik heb een dossier vol. (…)” 2.12. Op 1 juni 2020 heeft het bestuur van de VvE gereageerd op de brief van [gedaagde] van 29 mei 2020. Het VvE-bestuur heeft onder meer geschreven: “Sinds ons aantreden als bestuurders worden wij door [gedaagde] en [naam 1] als bestuur en vooral op persoonlijke titel beledigd, uitgescholden en vernederd. (…) Wij willen niet langer op alle valse beschuldigingen ingaan (…).” 2.13. [eiser] heeft ook een bericht op het berichtenbord van het appartementencomplex geplaatst. Dit bericht luidt als volgt: “Ik ben er klaar mee. Ik laat me niet meer langer besmeuren en vals beschuldigen en zelfs bedreigen. Ik ben klaar met deze gekte.” 2.14. Op 2 juni 2020 heeft [gedaagde] op het bericht van [eiser] als volgt gereageerd: (…) Weeg dat eens af met de keiharde, genadeloze niets en niemand ontziende manier waarop je zelf je medebewoners behandelde als ze zich niet hielden aan [eiser] “beleid”. (…)” 2.15. [eiser] en zijn medebestuurders [naam 4] en [naam 5] zijn op 30 juni 2020 uit hun functie als bestuurders van de VvE ontheven. 2.16. [eiser] , [naam 4] en [naam 5] zijn daarna een gerechtelijke procedure gestart tegen [naam 1] . In die procedure heeft [gedaagde] een tweetal verklaringen (door [gedaagde] zelf “verweerschriften” genoemd), gedateerd 10 en 20 oktober 2020, naar de kantonrechter gestuurd. In de eerste verklaring staat: “(…) De onbetrouwbare [eiser] (…) De frauderende [eiser] : Behalve de in dit verweerschrift genoemde verzekeringsfraude t.a.v. het Decharge van [VvE beheerder] heeft [eiser] verder nog enkele fraudegevallen op zijn conto staan (…) De smeerlap [eiser] (…) De ruziemaker [eiser] (…) De blaaskaak [eiser] (…) [eiser] en zijn raaskallen (…) [eiser] gebruikt een vaste riedel: Liegen, bedriegen, oplichten en fraude. (…) Slotwoord: Het echtpaar [eiser] , een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de flat [adres] . (…)” 2.17. In de verklaring van 20 oktober 2020 heeft [gedaagde] meer dan twintig keer vermeld dat het bestuur van de VvE dan wel [eiser] “liegt en bedriegt”. 2.18. Op 15 december 2020 schreef [gedaagde] aan [eiser] een nieuwe brief. Hierin is vermeld: “(…) In mijn verweerschriften naar de Kantonrechter heb ik duidelijk aangetoond dat je hele doen en laten van liegen en bedriegen overeind staat. (…) [eiser] : Je begon je mail van 1 december als volgt: “Aangezien ik door u van liegen, bedriegen, oplichting en fraude ben beticht en volgens u ook de “zwarte bladzijde” in deze VvE ben, wens ik door u niet meer te worden aangeschreven, aangesproken of op andere wijze lastig te worden gevallen. Ik verzoek u vriendelijk om daar voortaan rekening mee te houden. Deze situatie kan pas na een zeer eenduidige en openlijke verontschuldiging uwerzijds veranderen. Ik wacht af”. [eiser] er is voor mij geen enkele reden om mijn opvatting over jou te wijzigen. De aanwezigheid van het echtpaar [eiser] is een zwarte bladzij in de historie van onze flat. Ik neem daar niets van terug. Hij wordt nog steeds bestendigd, maar misschien draagt het bovenstaande bij aan jouw mentale verandering.” 2.19. Ook in 2021 heeft [gedaagde] veelvuldig brieven geschreven aan (onder meer) de medebewoners over [eiser] en over het voormalig bestuur van de VvE. 2.20. In een e-mailbericht van [eiser] aan [gedaagde] van 2 april 2021 heeft [eiser] het volgende geschreven: “(…) [gedaagde] , Wat bent u toch een ongelofelijke, alsmaar haatzaaiende pathologische leugenaar. U lijdt zo te zien aan mythomanie of anders gezegd pseudologia fantastica. Laat u nakijken, want dit lijkt ook op een ernstige vorm van delirium. Dat u gevangen zit in uw eigen gekte en daarin wilt blijven zitten moet u natuurlijk zelf weten. (…)” 2.21. Op 19 mei 2021 schreef [gedaagde] een brief aan de Belangengroep VvE, met in cc alle bewoners van het appartementencomplex. De brief is kennelijk een reactie op een eerder rondschrijven van [eiser] , die van Duitse afkomst is. In de brief van [gedaagde] staat onder meer het navolgende: “Op 12 mei heb ik u geschreven dat [eiser] [ [eiser] , rechtbank], als ik hem aanschrijf dat hij weer grandioos in de fout gaat, tegenwoordig met opgestoken zeil bij mij aanbelt om verhaal te halen. Altijd geschreeuw en dreigementen, maar nooit een opening tot gesprek, zodat ik op het laatst maar niet meer opendeed. Dat aanbellen ging op allerlei tijden (…). Langdurig bellen en bonzen op de deur. (…) Heb ik dat meer gezien Ja, dat heb ik. Ik werd in de week van de bevrijding in 1945 12 jaar. In de jaren daarvoor heb ik persoonlijk meegemaakt, dat personen met [eiser] ’s nationaliteit op allerlei tijden op de dag en in de nacht (…) langdurig en luidruchtig op deuren bonsden en langdurig en luidruchtig aanbelden. Dat was om iemand “op te halen”, waarvan wij toen al wisten: Haalt hij het nieuwe jaar nog of haalt hij het eind van de oorlog. Wij noemden dat Gestapo methoden of Nazi praktijken. [eiser] brengt die opnieuw in praktijk! Met als enig doel: Macht, Macht, Macht over de inwoners van onze flat en het vestigen van een schrikbewind (…). Zou hij mij ook graag willen laten ophalen? Is hij erfelijk belast?” 2.22. Ook nadien heeft [gedaagde] zich nog meermaals, ook tegenover de dochter van [eiser] (bij brief van 5 september 2021), schriftelijk vijandig over (het handelen van) [eiser] uitgelaten. 2.23. In december 2023 heeft [eiser] een kort geding procedure tegen [gedaagde] aangespannen. In deze procedure heeft [eiser] gevorderd [gedaagde] te veroordelen om zich te onthouden van enige uitlating over hem en tot het doen van een schriftelijke rectificatie. Bij vonnis van 29 december 2023 heeft de voorzieningenrechter, voor zover hier van belang, het volgende overwogen: “De uitlatingen die [gedaagde] heeft gedaan over [eiser] zijn evident beledigend en lasterlijk. Een verschil van opvatting over hoe de zaken in een vereniging van eigenaren behoren te gaan is altijd denkbaar. Aan een verschil van opvatting kan, onder omstandigheden, ook uiting worden gegeven buiten het verband van de vergadering van de eigenaren. Maar met de kruistocht die [gedaagde] heeft ingezet tegen (in het bijzonder) [eiser] , waarbij hij bewoordingen bezigt die zonder de geringste twijfel als onbetamelijk hebben te gelden, gaat [gedaagde] ver over de schreef. Iedereen heeft het recht op vrijheid van meningsuiting, ook [gedaagde] , maar die vrijheid kent een grens, en die grens heeft [gedaagde] veelvuldig overschreden met zijn beledigingen aan het adres van [eiser] . [gedaagde] heeft veelvuldig onrechtmatig gehandeld jegens [eiser] door diens grove uitlatingen in correspondentie gericht aan [eiser] en aan de (andere) bewoners van het appartementencomplex. Daarbij is van belang dat de verwijten die [gedaagde] [eiser] maakt, ongeacht of die verwijten in enige mate terecht zijn, geenszins de grofheid van de gemaakte verwijten rechtvaardigen. Het is gissen naar de oorzaak van de volharding waarmee [gedaagde] zijn beschimpingen is blijven herhalen, maar geen spoor van twijfel is er over het moment waarop dit gedrag moet eindigen, namelijk zo snel mogelijk na betekening van dit vonnis.” 2.24. De voorzieningenrechter heeft (in conventie) [gedaagde] vervolgens, onder oplegging van een dwangsom, verboden om over [eiser] tegenover [eiser] en tegenover derden uitlatingen te doen die betreffen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.