← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:20324

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: AWB 24/14676 uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 december 2024 in de zaak tussen [naam], verzoeker, geboren op [geboortedatum], van Syrische nationaliteit, V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. C.J. Ullersma), en het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa, (gemachtigde: mr. K.J. Diender). Inleiding

  1. Bij besluit van 17 september 2024 (het bestreden besluit) heeft het COa besloten om verzoeker op grond van de artikelen 10 en 19 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) een ROV 06-maatregel, te weten de plaatsing in de ROV-ruimte voor de duur van zeven dagen, op te leggen. 1.
  2. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.
  3. De rechtbank heeft het verzoek om een voorlopige voorziening, gelijktijdig met de beroepen geregistreerd onder AWB 24/14672 en AWB 24/14674, op 15 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van het COa. Overwegingen
  4. Bij uitspraak van vandaag, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep gegrond verklaard. De rechtbank stelt voorts vast dat verzoeker zich niet meer in de ROV-kamer bevindt. Nu geen sprake meer is van onverwijlde spoed, wordt ook om die reden het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
  5. De rechtbank ziet, gelet op de gegrondverklaring van het beroep, aanleiding om het COa ook in deze procedure te veroordelen in de proceskosten die verzoeker in dit verband heeft gemaakt met het indienen van zijn verzoekschrift. De rechtbank stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift, met een waarde van € 875,- en een wegingsfactor 1). De rechtbank overweegt daarbij dat sprake is van samenhangende zaken en dat in de beroepszaak al een punt is toegekend voor het verschijnen ter zitting. Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek om voorlopige voorziening af; veroordeelt het COa in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 875,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier op 6 december 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.