← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:20991

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.37238 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], V-nummer: [nummer], [naam], V-nummer: [nummer], gezamenlijk: eisers, (gemachtigde: mr. H. Postma), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Overwegingen

  1. Eisers hebben op 5 augustus 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
  2. Bij brief van 5 september 2024 hebben eisers de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Eisers hebben vervolgens op 24 september 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De minister heeft op 4 december 2024 een verweerschrift ingediend.
  3. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hier mee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet heeft behandeld op een zitting. Beoordeling door de rechtbank
  4. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
  5. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra een bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  6. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
  7. Op grond van artikel 43a, eerste lid, van de Vw, wordt in afwijking van artikel 42, eerste lid, het besluit op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ten aanzien van vreemdelingen die tijdelijke bescherming genieten, uiterlijk zes maanden na afloop van de tijdelijke bescherming gegeven.
  8. De minister heeft bij brief van 11 februari 2023 en 21 augustus 2024 aangegeven dat eisers onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne 2001/55/EG (de Richtlijn) vallen. De rechtbank deelt dit standpunt. Aangaande de afwijkende beslistermijn als gevolg van deze tijdelijke bescherming is artikel 17 van de Richtlijn van belang. De uitwerking hiervan staat in artikel 43a van de Vw, zoals onder rechtsoverweging
  9. is vermeld.
  10. Op dit moment is de werkingsduur van de Richtlijn verlengd tot in ieder geval 4 maart
  11. De beslistermijn van de aanvragen van de vreemdelingen, zoals eisers, die onder deze Richtlijn vallen, is daarmee opgeschort tot - in ieder geval - 4 maart
  12. De ingebrekestelling is door eisers ingediend op 5 september
  13. Op dat moment was de wettelijke beslistermijn nog niet aangevangen en evenmin verstreken. De ingebrekestelling van eisers is daarmee prematuur ingediend en is niet geldig. Zonder geldige ingebrekestelling kan geen beroep wegens niet tijdig beslissen worden ingediend.
  14. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
  15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars. rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/1836.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.