Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 23-6026 Zaaknummer: C/09/652578 Datum beschikking: 16 december 2024 Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken Beschikking op het op 10 augustus 2023 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M. Cupido te Hardenberg. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.E.M. Beijersbergen te Den Haag. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - het F9-formulier van 16 mei 2024 van de advocaat van de vader, met bijlagen; - het F9-formulier van 11 november 2024 van de advocaat van de vader, met bijlagen; - het verweerschrift. Op 18 november 2024 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: - de vader, bijgestaan door zijn advocaat; - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Feiten - Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. - Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind: - [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2022 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige] . - [minderjarige] verblijft bij de moeder. - De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast. Verzoek en verweer De vader verzoekt: - een zorgregeling vast te stellen tussen de vader en [minderjarige] waarbij er tussen de vader en [minderjarige] eens per week contact is op zaterdag of zondag overdag gedurende ongeveer drie uren, dan wel een andere in overleg te bepalen of door de rechtbank in goede justitie vast te stellen zorgregeling, welke zorgregeling later zal worden uitgebreid tot een regeling waarin [minderjarige] eens per twee weken een weekend en daarnaast de helft van de vakanties bij de vader verblijft, waarbij de vader en de moeder het halen en brengen verdelen; - primair: de moeder en de vader gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] te belasten; - subsidiair: een informatieregeling vast te stellen met betrekking tot [minderjarige] zoals vermeld in punt 14 van het verzoekschrift, te weten dat de moeder de vader gedurende de eerste twee levensjaren van [minderjarige] iedere maand en daarna iedere drie maanden schriftelijk informeert over de gezondheid en ontwikkeling van [minderjarige] , waaronder over de bevindingen van het consultatiebureau en – indien van toepassing – bevindingen van (andere) artsen en (andere) gewichtige aangelegenheden ten aanzien van [minderjarige] ; een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens. De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De moeder heeft zich ten aanzien van het subsidiaire verzoek van de vader gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Beoordeling Voorgeschiedenis en overeenstemming Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is gebleken dat beide ouders stappen hebben gezet in de richting van contactopbouw. In januari 2024 is gestart met begeleide omgangsmomenten tussen de vader en [minderjarige] bij het [instelling] . Uit de verslagen van de begeleide omgangsmomenten komt naar voren dat de omgangsmomenten tussen de vader en [minderjarige] positief zijn verlopen en dat het [instelling] geen contra-indicaties ziet voor omgang tussen de vader en [minderjarige] . Het [instelling] heeft geconcludeerd dat het traject positief is afgerond. Tegen deze achtergrond zijn partijen op de zitting tot overeenstemming gekomen over de verdere opbouw van het contact tussen de vader en [minderjarige] en de contactregeling vanaf april 2025. Partijen zijn overeengekomen dat [minderjarige] op tweede kerstdag van 14.00 uur tot de dag na tweede kerstdag 15.00 uur bij de vader verblijft. Vanaf 1 januari 2025 zal [minderjarige] om de week van zaterdag 14.00 uur tot zondag 15.00 uur bij de vader verblijven. Vanaf 1 april 2025 zal [minderjarige] om de week van vrijdag 14.00 uur tot zondag 15.00 uur bij de vader verblijven. Omdat de rechtbank de gemaakte afspraken ook in het belang van [minderjarige] acht, zal zij conform de overeenstemming beslissen. Daarnaast zijn partijen overeengekomen dat zij met elkaar in mediation gaan. Op de zitting hebben partijen alleen nog geen overeenstemming bereikt over het gezag en de verdeling tussen de ouders van het halen en brengen van [minderjarige] tijdens de zorgregeling. De rechtbank zal hierop beslissen. De rechtbank merkt nog op dat partijen op de zitting hebben afgesproken dat de vader op zaterdag om 09.00 uur videobelt met [minderjarige] in de weekenden dat [minderjarige] bij de moeder verblijft en dat [minderjarige] dagelijks (video)contact heeft met de moeder op de dagen dat [minderjarige] bij de vader verblijft. Gezag Juridisch kader Op grond van artikel 1:253c, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders gezamenlijk met het ouderlijk gezag te belasten. Het verzoek om de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten wordt slechts afgewezen indien:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.