Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer: 09/857077-19 Datum uitspraak: 20 december 2024 Tegenspraak De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [de verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] , BRP-adres: [adres 1] , [postcode] [woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 19 juni 2024 (regie) en 11, 13, 14, 18 en 20 november 2024 (alle data inhoudelijke behandeling) en 12 december 2024 (sluiten onderzoek). De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. K. van Diemen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. R.P.G. van der Weide naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan: 1. het medeplegen van gewoontewitwassen in de periode van 1 september 2016 tot en met 18 juni 2019 van geldbedragen, auto’s, en aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V. en/of het medeplegen van feitelijk leidinggeven in de periode van 1 september 2016 tot en met 18 juni 2019 aan rechtspersonen die zich schuldig hebben gemaakt aan gewoontewitwassen; 2. het medeplegen van witwassen in de periode van 11 mei 2018 tot en met 17 december 2018 van een huis in Spanje; 3. het medeplegen van hennepteelt/aanwezig hebben van hennep in de periode van 22 mei 2017 tot en met 25 juli 2017, subsidiair medeplichtigheid daaraan; 4. het deelnemen aan een organisatie in de periode van 1 januari 2016 tot en met 19 juni 2019 die tot oogmerk had het plegen van de misdrijven valsheid in geschrift, bedreiging, afpersing, verduistering, oplichting, witwassen en het overtreden van de Opiumwet. 3De bewijsbeslissing 3.1. Het standpunt van de officier van justitie Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van alle ten laste gelegde bedragen en goederen, maar dat het ten laste gelegde bedrag van € 28.100,- afkomstig uit contante stortingen naar [bedrijfsnaam 2] B.V., gematigd dient te worden tot € 26.000,-. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten integraal bewezen kunnen worden verklaard. Ten aanzien van feit 4 heeft de officier van justitie het standpunt ingenomen dat het feit bewezen kan worden verklaard, maar dat niet bewezen kan worden dat de criminele organisatie valsheid in geschrift en overtreding van de Opiumwet als oogmerk had. 3.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich met betrekking tot het tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 3.3. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Deze moeten in samenhang met de hierna genoemde bewijsoverwegingen (en de bewijsmiddelen waarnaar in de voetnoten wordt verwezen) worden gelezen. 3.4. Bewijsoverwegingen 3.4.1. Juridisch kader witwassen Van witwassen is onder meer sprake wanneer van een voorwerp de werkelijke aard, herkomst of rechthebbende wordt verborgen of verhuld, of als men een voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt, omzet of gebruikt, terwijl men weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit voorwerp – onmiddellijk of middellijk – uit een misdrijf afkomstig is. Er moet een handeling zijn die het verbergen of verhullen van de criminele aard van het voorwerp tot doel heeft en die handeling moet ook geschikt zijn om de criminele aard te verbergen of verhullen. Er kunnen zich gevallen voordoen waarin witwassen is ten laste gelegd, maar geen direct bewijs voor inkomsten uit brondelicten aanwezig is. Het in de tenlastelegging opgenomen onderdeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ kan dan toch bewezen worden geacht, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde bedrag of voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Allereerst zal dan moeten worden vastgesteld of zich feiten en omstandigheden voordoen die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Als dat zo is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het in de tenlastelegging genoemde voorwerp. Een dergelijke verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waarop de verdenking betrekking heeft een legale herkomst heeft en dat een criminele herkomst dus als enige aanvaardbare verklaring kan gelden. Opmerking verdient verder dat de witwasbepalingen ook toepassing kunnen vinden in situaties (
(2x)( [bedrijfsnaam 9] ) Op grond van de bewijsmiddelen staat vast dat de zes in de tenlastelegging genoemde voertuigen in februari 2017 op naam van de eenmanszaak [bedrijfsnaam 9] van [de verdachte] zijn gezet. De rechtbank heeft in haar algemene bewijsoverwegingen hierboven echter al vastgesteld dat niet [de verdachte] , maar [medeverdachte 1] feitelijk eigenaar was van [bedrijfsnaam 9] . Ook heeft de rechtbank daar vastgesteld dat het wagenpark van [bedrijfsnaam 9] middellijk en gedeeltelijk uit misdrijf afkomstig was en dat [medeverdachte 1] en [de verdachte] dat wisten. Uit de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank ook dat de verdachten de criminele herkomst van deze zes voertuigen hebben verborgen en verhuld. Immers, op de zakelijke bankrekeningen van [bedrijfsnaam 9] en de privérekening van [de verdachte] zijn geen transacties te zien die zijn te relateren aan deze auto’s. De zes voertuigen zijn ook niet in het kasboek van [bedrijfsnaam 9] genoemd. De inbreng van deze voertuigen in [bedrijfsnaam 9] is dus administratief en financieel niet op enige wijze verantwoord door [de verdachte] . [de verdachte] heeft verder toegestaan dat de voertuigen van [medeverdachte 1] op zijn naam werden gesteld. Door zijn naam hiervoor te (laten) gebruiken, heeft hij (in vereniging met [medeverdachte 1] ) opzettelijk verhuld wie de werkelijke rechthebbende van de voertuigen was. Daarom is sprake van witwassen.Aston Martin Rapide met kenteken [kenteken 1] Uit de bewijsmiddelen volgt dat de Aston Martin Rapide met kenteken [kenteken 1] op naam werd gesteld van [bedrijfsnaam 3] B.V. De rechtbank heeft in haar algemene bewijsoverwegingen hierboven al vastgesteld dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] samen leiding gaven aan [bedrijfsnaam 3] B.V., dat het wagenpark van [bedrijfsnaam 3] B.V. middellijk en gedeeltelijk uit misdrijf afkomstig was en dat [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] en [de verdachte] dat allemaal wisten. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [de verdachte] een cruciale rol heeft gespeeld bij de inkoop van de Aston Martin, doordat een daarvoor bestemd bedrag van bijna € 65.000,- afkomstig was van de rekening van zijn bedrijf [bedrijfsnaam 2] B.V., nadat dit bedrag via diverse niet herleidbare, versluierde contante stortingen van rekeningen van diverse bedrijven daar was terechtgekomen. In die zin heeft hij als medepleger een significante bijdrage geleverd aan het (latere) witwassen. Doordat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] VOF [bedrijfsnaam 14] dwongen (via [bedrijfsnaam 3] B.V.) een leasecontract voor de Aston Martin af te sluiten, pleegden zij met betrekking tot deze auto een specifiek misdrijf (afpersing), en was het voertuig dus (ook) direct uit dat misdrijf afkomstig. Door het optuigen van de leaseconstructie, waarbij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] als eigenaren van [bedrijfsnaam 3] B.V. betrokken moeten zijn geweest, leek het op papier zo dat de auto een legale herkomst had. Zij hebben daardoor de criminele herkomst opzettelijk verborgen en verhuld. Nu [bedrijfsnaam 3] B.V. de auto niet aan de lessee leverde, maar gewoon in de showroom te koop aanbood, hebben de verdachten het voertuig ook voorhanden gehad en gebruikt, en zodoende opzettelijk verhuld wie de werkelijke rechthebbende van dat voertuig was. Daarom is sprake van witwassen. Aston Martin met kenteken [kenteken 2] - vrijspraak De rechtbank spreekt [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] vrij van de aan hen ten laste gelegde afpersing van [naam 16] . De reden is kort gezegd dat de rechtbank oordeelt dat diens verklaringen daarover onbetrouwbaar zijn. De rechtbank vindt ook diens verklaring over zijn door [bedrijfsnaam 3] B.V. ingekochte, maar (volgens hem) niet betaalde Aston Martin niet zonder meer betrouwbaar. Daarom gebruikt zij deze niet voor het bewijs. Dat brengt mee dat de rechtbank niet kan vaststellen dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [de verdachte] en [medeverdachte 3] deze auto hebben witgewassen. Zij worden daarvan dus vrijgesproken. Ferrari met kenteken [kenteken 3] De rechtbank heeft in haar algemene bewijsoverwegingen hierboven al vastgesteld dat niet [de verdachte] , maar [medeverdachte 1] feitelijk eigenaar was van [bedrijfsnaam 9] . Ook heeft de rechtbank vastgesteld dat het wagenpark van [bedrijfsnaam 9] middellijk en gedeeltelijk uit misdrijf afkomstig was en dat [medeverdachte 1] en [de verdachte] dat wisten. [de verdachte] heeft toegestaan dat de Ferrari met kenteken [kenteken 3] op naam van [bedrijfsnaam 9] werd gesteld. Door zijn naam hiervoor te (laten) gebruiken, terwijl het voertuig door [medeverdachte 1] in diens showroom te koop werd aangeboden, heeft hij (in vereniging met [medeverdachte 1] ) opzettelijk verhuld wie de werkelijke rechthebbende van het voertuig was. Daarom is sprake van witwassen. Audi RS4 De rechtbank heeft in haar algemene bewijsoverwegingen hierboven al vastgesteld dat niet [de verdachte] , maar [medeverdachte 1] feitelijk eigenaar was van [bedrijfsnaam 9] . Ook heeft de rechtbank vastgesteld dat het wagenpark van [bedrijfsnaam 9] middellijk en gedeeltelijk uit misdrijf afkomstig was en dat [medeverdachte 1] en [de verdachte] dat wisten. [de verdachte] heeft toegestaan dat de Audi RS4 op naam van [bedrijfsnaam 9] werd gesteld. Door zijn naam hiervoor te (laten) gebruiken, terwijl het voertuig door [medeverdachte 1] te koop werd aangeboden, heeft hij (in vereniging met [medeverdachte 1] ) opzettelijk verhuld wie de werkelijke rechthebbende van het voertuig was. Daarom is sprake van witwassen. Mercedes met kenteken [kenteken 4] Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de Mercedes met kenteken [kenteken 4] uit misdrijf afkomstig was. De betalingen voor het voertuig kwamen van alle kanten via contante stortingen. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat die stortingen een legale herkomst hadden. Er is ook geen administratieve onderbouwing gegeven voor het benodigde saldo. Deze feiten en omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank van dien aard dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Een (concrete en min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke) verklaring over de herkomst van de auto is door [medeverdachte 1] en [de verdachte] niet gegeven. Daarom stelt de rechtbank vast dat dit voertuig (middellijk) uit misdrijf afkomstig is. [de verdachte] heeft toegestaan dat de Mercedes op zijn naam werd gesteld. Door zijn naam hiervoor te (laten) gebruiken, terwijl het voertuig door [medeverdachte 1] te koop werd aangeboden, heeft hij (in vereniging met [medeverdachte 1] ) opzettelijk verhuld wie de werkelijke rechthebbende van het voertuig was. Daarom is sprake van witwassen. Een of meer andere (in beslag genomen) voertuigen De rechtbank heeft in haar algemene bewijsoverwegingen hierboven al vastgesteld dat de 30 voertuigen van [bedrijfsnaam 3] B.V. die op 18 juni 2019 en de dagen erna in en nabij de showroom aan de [adres 2] in Noordwijk in beslag werden genomen, middellijk en gedeeltelijk uit misdrijf afkomstig waren en dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [de verdachte] en [medeverdachte 3] dat ook wisten. Zij hebben - gelet op hun respectievelijke rollen in en werkzaamheden voor het autobedrijf - allemaal in ieder geval een of meer van die voertuigen voorhanden gehad. Ten aanzien van ieder van de verdachten volgt daarnaast uit de bewijsmiddelen dat zij op meerdere momenten en op verschillende manieren de criminele herkomst van het wagenpark van [bedrijfsnaam 3] B.V. hebben verborgen en/of verhuld. Daarom is bewezen dat de verdachten een of meer van de 30 in beslag genomen auto’s hebben witgewassen. Vrijspraak feit 1, tweede cumulatief/alternatief De rechtbank ziet de in feit 1, tweede cumulatief/alternatief, genoemde rechtspersonen niet als de verdachten in deze zaak. De daar genoemde bedrijven waren naar het oordeel van de rechtbank veeleer het middel om de onder 1 vermelde geldbedragen en voorwerpen wit te wassen. Daarom zal de rechtbank de verdachten vrijspreken van het onder 1, tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegde. 3.4.9. Feit 3 - de hennepteelt [de verdachte] heeft steeds verklaard dat hij er door het opmaken van een huurcontract voor heeft gezorgd dat zijn ouders hun hal aan een kennis van [medeverdachte 1] gingen verhuren en dat hij wist dat daar een hennepkwekerij kwam. De rechtbank associeert die rol met medeplichtigheid. Het dossier biedt onvoldoende steun aan een grotere rol van [de verdachte] op dit punt. Daarom zal de rechtbank [de verdachte] vrijspreken van het primair tenlastegelegde en hem veroordelen voor het subsidiair tenlastegelegde. De slotsom De slotsom luidt dat de rechtbank zal bewezen verklaren dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van (gewoonte)witwassen van € 130.000,-, € 114.400,-, € 26.000,-, € 22.500,- € 122.070,-, € 126.145,-, € 138.250,-, (totaal € 679.365,-), een wagenpark ter waarde van € 178.339,91, aandelen en meerdere personenauto’s, medeplichtigheid aan hennepteelt en aan deelname aan een criminele organisatie gedurende ruim twee jaar. 3.5. De bewezenverklaring De rechtbank is met betrekking tot de onder 1 (eerste cumulatief/alternatief), 3 (subsidiair) en 4 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat: 1. hij in de periode van 1 september 2016 tot en met 18 juni 2019 in Nederland telkens tezamen en in vereniging met anderen of alleen van: - één of meer (contante) geldbedragen, te weten: o € 130.000,- (afkomstig uit de verkoop van de woning [adres 5] te Noordwijk) en o € 114.400,- (afkomstig van een door de familie [familienaam] aangegaan krediet bij de Rabobank) en o € 26.000,- aan contante stortingen en o € 22.500,- (afkomstig van [bedrijfsnaam 13] B.V.) en o € 122.070,- aan contante stortingen op de rekeningen van [bedrijfsnaam 2] B.V. en € 126.145,- aan contante stortingen op de rekeningen van [bedrijfsnaam 3] B.V. en € 138.250,- aan contante stortingen op de rekeningen van [bedrijfsnaam 12] B.V. en - voertuigen, te weten: o het wagenpark van eenmanszaak [bedrijfsnaam 9] Noordwijk ter waarde van € 178.339,91 (zoals vermeld in de akte van levering van aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V. d.d. 26-06-2017) en o een Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 5] en een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 6] en een Smart met kenteken [kenteken 7] en een BMW met kenteken [kenteken 8] en een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 9] en een BMW met kenteken [kenteken 10] en o een Aston Martin Rapide met kenteken [kenteken 1] en o een Ferrari met kenteken [kenteken 3] en o een Audi RS met kenteken [kenteken 11] en o een Mercedes Benz met kenteken [kenteken 4] en o andere (in beslag genomen) voertuigen en - de aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V., de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verhuld en/of (voornoemde voorwerpen) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en zijn mededaders wisten dat voornoemde voorwerpen geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren, van welk misdrijf verdachte en zijn mededaders een gewoonte hebben gemaakt; 3. een of meer onbekend gebleven personen in de periode van 22 mei 2017 tot en met 25 juli 2017 te Noordwijk opzettelijk aanwezig hebben gehad (in een pand gelegen aan de [adres 6] ) een hoeveelheid hennepplanten, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 22 mei 2017 tot en met 25 juli 2017 te Noordwijk opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft, door te regelen dat voornoemde pand beschikbaar kwam voor het telen van hennep en een huurcontract voor dat pand op te stellen; 4. hij in de periode van 1 januari 2016 tot en met 19 juni 2019 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in - artikel 225 Wetboek van Strafrecht (valsheid in geschrift) en - artikel 317 Wetboek van Strafrecht (afpersing) en - artikel 321 Wetboek van Strafrecht (verduistering) en - artikel 420bis Wetboek van Strafrecht (witwassen). 4De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De strafoplegging 6.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. 6.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van een straf of maatregel. Subsidiair heeft de verdediging verzocht te volstaan met een taakstraf. 6.3. Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. Ernst van de feiten De verdachte heeft gedurende meerdere jaren deelgenomen aan een criminele organisatie die witwassen, valsheid in geschrift, afpersing en verduistering tot oogmerk had. De verdachten zijn zeer professioneel en gewiekst te werk gegaan, door ondernemingen (al dan niet op naam van anderen) over te nemen of op te richten die zich ogenschijnlijk bezig hielden met het poetsen van, de verhuur van en de legale handel in luxueuze auto’s. De verdachten hebben door middel van die ondernemingen een grote hoeveelheid geldbedragen en luxe personenauto’s witgewassen en op die manier crimineel geld een ogenschijnlijk legale herkomst gegeven. Zij hebben schijnconstructies opgeworpen ten aanzien van het werkelijke eigenaarschap van die ondernemingen en hebben valse overeenkomsten, aanbetalingen, geldstromen en andere administratieve valsheden gecreëerd om de ogenschijnlijk legale herkomst handen en voeten te geven. De onderliggende misdrijven zijn veelal onbekend gebleven, maar gelet op de hoeveelheid kentekens - 642 stuks - die in de loop der jaren op naam van de ondernemingen van [medeverdachte 1] hebben gestaan, stelt de rechtbank vast dat deze criminele organisatie in ieder geval een enorme faciliterende rol voor de georganiseerde misdaad heeft vervuld door geld dat met misdrijven is buitgemaakt, van een ogenschijnlijk legale herkomst te voorzien. Verder is de verdachte als medeplichtige betrokken geweest bij hennepteelt in een hennepkwekerij in een pand van zijn ouders. Persoon van de verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 16 mei 2024. Daaruit blijkt dat hij niet eerder wegens vergelijkbare feiten in aanraking is gekomen met justitie. De verdachte heeft in meerdere politieverhoren, een getuigenverhoor bij de rechter-commissaris, en tijdens het onderzoek ter terechtzitting, uitvoerig verklaard. Hij heeft de feiten grotendeels bekend, maar verklaart dat hij alles onder druk van de medeverdachten heeft gedaan. Hij kon naar eigen zeggen geen kant op. De rechtbank stelt vast dat uit het dossier blijkt dat de verdachte allerlei werkzaamheden moest verrichten in de ondernemingen van [medeverdachte 1] en dat hij daar zelf ogenschijnlijk niets aan heeft overgehouden. Hij heeft meerdere ondernemingen en vele kentekens op naam gehad en heeft daar een grote hoeveelheid schulden aan overgehouden, zoals is gebleken uit de stukken die de verdachte ter terechtzitting heeft overhandigd aan de rechtbank. Een groot deel van de bewezenverklaarde geldbedragen en auto’s is ook afkomstig van de afpersing van zijn ouders die door de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] is gepleegd. Daaruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat op de verdachte een bepaalde mate van druk moet zijn uitgeoefend, immers zal hij niet uit vrije wil hebben bijgedragen aan het benadelen van zijn eigen ouders. De rechtbank weegt dit in strafverminderende zin mee. Hoewel de rechtbank dus kan invoelen dat de verdachte een zekere druk heeft gevoeld vanuit de medeverdachten, staat naar haar oordeel voorop dat van hem verwacht mocht worden dat hij zich niet had ingelaten met de bewezenverklaarde strafbare feiten. De verdachte heeft geen blijk gegeven daarvan doordrongen te zijn. Overige relevante omstandigheden De rechtbank stelt verder vast dat de redelijke termijn is overschreden met ruim drie jaar en zal dit in strafverminderende zin meewegen. Zij heeft op de straf die zij eigenlijk in gedachten had een korting van 12,5 procent toegepast en de uitkomst vervolgens afgerond in het voordeel van de verdachte. De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting inzake fraude. Conclusie Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de duur van 12 maanden met zich brengt. De op te leggen gevangenisstraf is van kortere duur dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank tot een bewezenverklaring van minder strafbare feiten en onderdelen komt dan waartoe de officier van justitie heeft gerekwireerd Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet. 7De vordering van de benadeelde partij [naam 16] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 947.000,-, bestaande uit € 945.000,- aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade. 7.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [naam 16] kan worden toegewezen, waarbij de officier van justitie zich voor wat betreft de hoogte van het toe te wijzen bedrag heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen. 7.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte van feiten 1 en 2 waarop de vordering betrekking heeft, zal worden vrijgesproken. De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij veroordeeld wordt in de kosten die de verdachte heeft moeten maken in de verdediging tegen deze vordering, en zal deze kosten tot op heden begroten op nihil. 8De inbeslaggenomen voorwerpen 8.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de beslaglijst onder 1, 3, 4, 5, 6 en 7 genummerde goederen verbeurd worden verklaard. 8.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft over het beslag geen standpunt ingenomen. 8.3. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1, 3, 4, 5, 6, en 7 genoemde voorwerpen (steeds personenauto’
- s)verbeurdverklaren. Het gaat daarbij om zes personenauto’s. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen de onder 1 en 4 bewezenverklaarde feiten zijn begaan. 9De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen: - 33, 33 a, 47, 48, 57, 140 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht; - 3 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst II. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden. 10De beslissing De rechtbank: verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 (tweede cumulatief/alternatief), 2 en 3 (primair) ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 (eerste cumulatief/alternatief), 3 (subsidiair) en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard en dat het bewezen verklaarde uitmaakt: ten aanzien van feit 1, eerste cumulatief/alternatief: medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken; ten aanzien van feit 3, subsidiair: medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod; ten aanzien van feit 4: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 12 (TWAALF) MAANDEN; bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; bepaalt dat de benadeelde partij [naam 16] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil; verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 1, 3, 4, 5, 6 en 7 genoemde voorwerpen, te weten: 1. STK personenauto, Peugeot 108, [kenteken 12] ; 1. STK personenauto, Mercedes-Benz, [kenteken 13] ; 1. STK personenauto, [kenteken 11] ; 1. STK personenauto, Ferrari, [kenteken 3] ; 1. STK personenauto, Mercedes-Benz, [kenteken 4] ; 1. STK personenauto, Aston Martin, [kenteken 2] . Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Krans, voorzitter, mr. P.C. Goilo-Kam, rechter, mr. W.R. van Hattum, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. den Besten, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 december 2024. Bijlage I Tekst tenlastelegging 1. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 september 2016 tot en met 18 juni 2019, te Noordwijk en/of Rijnsburg en/of Katwijk en/of Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg en/of Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland en/of Spanje, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meerdere ander(en), en/of alleen, (van): - één of meer (contante) geldbedrag(en), te weten onder andere: o € 180.000,- aan contante inbreng in het kasboek van eenmanszaak [bedrijfsnaam 9] Noordwijk (zie onder andere PV 523) en/of o € 130.000,- (afkomstig uit de verkoop van de woning [adres 5] te Noordwijk d.d. 27 03-2017) (zie onder andere PV 680) en/of o € 114.400,- (afkomstig van een door de familie [familienaam] aangegaan krediet bij de Rabobank) (zie onder andere PV 731) en/of o € 28.100,- aan contante stortingen (zie onder andere PV 410) en/of o € 30.000,- (afkomstig van een krediet van de Rabobank) en/of € 22.500,- (afkomstig van [bedrijfsnaam 13] B.V.) (zie onder andere PV 523) en/of o € 236.003,44 afkomstig van de verkoop van de woning [adres 7] te Elviria Spanje (zie onder andere PV 414 en PV 675 en/of o € 122.070,- aan contante stortingen op de rekeningen van [bedrijfsnaam 2] B.V. en/of € 126.145,- aan contante stortingen op de rekeningen van [bedrijfsnaam 3] B.V. en/of € 138.250,- aan contante stortingen op de rekeningen van [bedrijfsnaam 12] B.V. (zie onder andere PV 724) en/of - één of meer voertuig(
- en)en/of vaartuig(en), te weten onder andere: o het wagenpark van eenmanszaak [bedrijfsnaam 9] Noordwijk ter waarde van € 178.339,91 (zoals vermeld in de akte van levering van aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V. d.d. 26-06-2017) (zie onder andere PV 684) en/of o een Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 5] en/of een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 6] en/of een Smart met kenteken [kenteken 7] en/of een BMW met kenteken [kenteken 8] en/of een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 9] en/of een BMW met kenteken [kenteken 10] (zie onder andere PV 726) en/of o een Aston Martin Rapide met kenteken [kenteken 1] (zie onder andere PV 630) en/of o een Aston Martin met kenteken [kenteken 2] (zie onder andere zaaksdossier A04) en/of o een Ferrari met kenteken [kenteken 3] (zie onder andere zaaksdossier A04) en/of o een Audi RS met kenteken [kenteken 11] (zie onder andere zaaksdossier A04) en/of o een Mercedes Benz met kenteken [kenteken 4] (zie onder andere PV 434) en/of o één of meer andere (in beslag genomen) voertuigen (zie onder andere zaaksdossier G, beslag dossier) en/of - de aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V., de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op dat/die voorwerp(
- en)was/waren, en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(
- en)voorhanden had(den), en/of (voornoemde voorwerpen) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(
- s)wist(en), althans redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat voornoemde voorwerpen(geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren, van welk misdrijf/welke misdrijven verdachte en/of zijn mededader(
- s)een gewoonte heeft/hebben gemaakt; en/of eenmanszaak [bedrijfsnaam 9] Noordwijk en/of [bedrijfsnaam 2] B.V. en/of [bedrijfsnaam 12] B.V. en/of [bedrijfsnaam 3] B.V. en/of [bedrijfsnaam 16] V.O.F. op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 september 2016 tot en met 18 juni 2019, te Noordwijk en/of Rijnsburg en/of Katwijk en/of Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg en/of Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, althans in Nederland en/of Spanje, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meerdere ander( en), en/of alleen, (van): - één of meer (contante) geldbedrag(en), te weten onder andere: o € 180.000,- aan contante inbreng in het kasboek van eenmanszaak [bedrijfsnaam 9] Noordwijk (zie onder andere PV 523) en/of o € 130.000,- (afkomstig uit de verkoop van de woning [adres 5] te Noordwijk d.d. 27-03-2017) (zie onder andere PV 680) en/of o € 114.400,- (afkomstig van een door de familie [familienaam] aangegaan krediet bij de Rabobank) (zie onder andere PV 731) en/of o € 28.100,- aan contante stortingen (zie onder andere PV 410) en/of o € 30.000,- (afkomstig van een krediet van de Rabobank) en/of € 22.500,- (afkomstig van [bedrijfsnaam 13] B.V.) (zie onder andere PV 523) en/of o € 236.003,44 afkomstig van de verkoop van de woning [adres 7] te Elviria Spanje (zie onder andere PV 414 en PV 675) en/of o € 122.070,- aan contante stortingen op de rekeningen van [bedrijfsnaam 2] B.V. en/of € 126.145,- aan contante stortingen op de rekeningen van [bedrijfsnaam 3] B.V. en/of € 138.250,- aan contante stortingen op de rekeningen van [bedrijfsnaam 12] B.V. (zie onder andere PV 724) en/of - één of meer voertuig(
- en)en/of vaartuig(en), te weten onder andere: o het wagenpark van eenmanszaak [bedrijfsnaam 9] Noordwijk ter waarde van € 178.339,91 (zoals vermeld in de akte van levering van aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V. d.d. 26-06-2017) (zie onder andere PV 684) en/of o een Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 5] en/of een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 6] en/of een Smart met kenteken [kenteken 7] en/of een BMW met kenteken [kenteken 8] en/of een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken 9] en/of een BMW met kenteken [kenteken 10] (zie onder andere PV 726) en/of o een Aston Martin Rapide met kenteken [kenteken 1] (zie onder andere PV 630) en/of o een Aston Martin met kenteken [kenteken 2] (zie onder andere zaaksdossier A04) en/of o een Ferrari met kenteken [kenteken 3] (zie onder andere zaaksdossier A04) en/of o een Audi RS met kenteken [kenteken 11] (zie onder andere zaaksdossier A04) en/of o een Mercedes Benz met kenteken [kenteken 4] (zie onder andere PV 434) en/of o één of meer andere (in beslag genomen) voertuigen (zie onder andere zaaksdossier G, beslag dossier) en/of - de aandelen van [bedrijfsnaam 1] B.V., de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op dat/die voorwerp(
- en)was/waren, en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(
- en)voorhanden had(den), en/of (voornoemde voorwerpen) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl eenmanszaak [bedrijfsnaam 9] Noordwijk en/of [bedrijfsnaam 2] B.V. en/of [bedrijfsnaam 12] B.V. en/of [bedrijfsnaam 3] B.V. en/of [bedrijfsnaam 16] V.O.F. en/of haar/hun mededader(
- s)wist(en), althans redelijkerwijs moest(
- en)vermoeden dat voornoemde voorwerpen (geheel of gedeeltelijk) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren, van welk misdrijf/welke misdrijven voornoemde rechtsperso(o)n(
- en)en/of haar/hun mededader(
- s)een gewoonte heeft/hebben gemaakt, tot welk(
- e)bovenomschreven strafba(a)r(
- e)feit(
- en)verdachte al dan niet tezamen en in vereniging met een ander (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welk(
- e)bovenomschreven strafba(a)r(
- e)feit(
- en)verdachte al dan niet tezamen en in vereniging met een ander (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; 2. Zaaksdossier B1 hij in of omstreeks de periode 11 mei 2018 tot en met 17 december 2018 te Noordwijk en/of (elders) in Nederland en/of Spanje, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een voorwerp, te weten - een huis in Spanje ( [adres 7] te Elviria) elk geval meermalen, althans eenmaal, enig geldbedrag heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt, terwijl hij (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf; 3. Zaaksdossier B4 Hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2017 tot en met 25 juli 2017 te Noordwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand gelegen [adres 6] ) een (grote) hoeveelheid hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 22 mei 2017 tot en met 25 juli 2017 te Noordwijk, althans in Nederland, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand gelegen [adres 6] ]) een (grote) hoeveelheid hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(
- e)misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 22 mei 2017 tot en met 25 juli 2017 te Noordwijk, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door te regelen dat voornoemde pand beschikbaar kwam voor het telen van hennep en/of een huurcontract voor dat pand op te stellen; 4. C-140 dossier hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 19 juni 2019 te Noordwijk en/of Rijnsburg en/of Leidschendam en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of (een) rechtsperso(o)n(en), te weten (onder andere) eenmanszaak [bedrijfsnaam 3] en/of [bedrijfsnaam 1] B.V. en/ of [bedrijfsnaam 3] B.V welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel - artikel 225 Wetboek van Strafrecht (valsheid in geschrifte) en/of - artikel 285 Wetboek van Strafrecht (bedreiging) en/of - artikel 317 Wetboek van Strafrecht (afpersing) en/of - artikel 321 Wetboek van Strafrecht (verduistering) en/of - artikel 326 Wetboek van Strafrecht (oplichting) en/of - artikel 420bis Wetboek van Strafrecht (witwassen) en/of - artikel 2 ond A en/of B en/of C en/of 3 ond B en/of C van de Opiumwet. Zie o.a. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0787 (Air Holland), en HR 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:94. Zie HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN0578. PV 568, ZD A01, p. 100 e.v. en p. 109 e.v. PV 568, ZD A01, p. 99 e.v. Aangifte [naam 2] d.d. 11 september 2015, ZD A01, p. 264 t/m 267, verhoor aangever [naam 2] op 10 november 2015, ZD A01, p. 287 t/m 289 en verhoor aangever [naam 2] op 6 januari 2016, ZD A01, p. 290 e.v. ZD A01, p. 316 t/m 326. PV 601, ZD A04, p. 268. PV 557, ZD A01, p. 90 e.v. PV 577, ZD A01, p. 113 e.v. [medeverdachte 1] is hiervoor bij vonnis van heden veroordeeld. ZD A01, p. 341 (sessie 520). Proces-verbaal ‘betaling huur Sandtlaan 36 Katwijk’, ZD A01, p. 126-128. PV 540, ZD A01-132. ZD A01, p. 318 en p. 322 (sessies 55 en 2569). PV 587, ZD A01, p. 186. [medeverdachte 1] is hiervoor bij vonnis van heden veroordeeld. ZD A01, p. 304 ZD A01, p. 51. [medeverdachte 1] is hiervoor bij vonnis van heden veroordeeld. ZD A07, p. 135-136. PV 568, ZD A01, p. 100 en p. 110. PV 552, ZD A01, p. 85. ZD A01, p. 295. PV 590, ZD A01, p. 224-226. PV 590, ZD A01, p. 224-226. PV 587, ZD A01, p. 186. PV 589, ZD A01, p. 198-199. PV 587, ZD A01, p. 185. Verklaring getuige [getuige 2] , ZD A01, p. 29-37. ZD F, p. 1313. ZD F, p. 1347. Zie ook PV 589, ZD A01, p. 198-199. Onder meer: ZD F, p. 1876. ZD D6, p. 122. PV 688, ZD F, p. 2109. PV 485, ZD A04, p. 188. ZD D3, p. 74-90 en D3, p. 166 en 173. ZD A04-437 t/m 440. ZD F, p. 2115. ZD F, p. 2172. ZD F, p. 2372. Verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 18 oktober 2022 (ongenummerd) en ZD A02, p. 201-204. ZD A02, p. 201 e.v. PV 87, ZD F, p. 186. Verklaring getuige [getuige 2] , ZD A01, p. 29-37. Verhoor [de verdachte] d.d. 26 november 2020, ZD D3, p. 74-90. Zie ook de verklaring van de verdachte [medeverdachte 3] d.d. 18 oktober 2022 (ongenummerd). ZD A02, p. 317-319. Verhoor [de verdachte] d.d. 26 november 2020, ZD D3, p. 74-90. ZD F, p. 2372 en ZD C, p. 85. ZD A02, p. 235-240. ZD A01. p. 293 t/m 296. ZD A03, p. 78-83. ZD C, p. 59. ZD F, p. 2172. Verklaring verdachte [de verdachte] d.d. 21 december 2020, ZD D3, p. 93-105. ZD A03, p. 84. ZD A03, p. 82. ZD A03, p. 325, 335. ZD A03, p. 332. PV 760, Beslagdossier (G), p. 494. Verklaringen [de verdachte] ZD D3, p. 74 t/m 90, ZD D3, p. 161 t/m 162 en aangifte [naam 12] en [naam 13] , ZD B-12, p. 9 t/m 14 Tapgesprekken ZD C, p. 84, 92, 96 en 97 Verklaring [de verdachte] ZD D3, p. 74 t/m 90 en bij de rechter-commissaris, en verklaring [naam 17] , ZD D6, p. 52 t/m 61. ZD A02, p. 67 en 68 en verklaring [getuige 3] bij de rechter-commissaris. Verklaring [medeverdachte 2] ZD D5, p. 26, verklaring [de verdachte] ZD D3, p. 42 en verklaring [naam 8] ZD D6, p. 25 t/m 26. Verklaringen [de verdachte] ZD D3-161 en ZD D3, p. 84 t/m 87 en aangifte [naam 12] en [naam 13] , ZD B-12, p. 9 t/m 14. PV 506, ZD A05, p. 54 t/m 65 en PV 681, ZD A03, p. 240 t/m 248 en aangifte [naam 12] en [naam 13] , ZD B-12, p. 9 t/m 14. ZD A04, p. 402 t/m 406. ZD C, p. 90 en 93. Verklaring [medeverdachte 3] van 18 oktober 2022, apart proces-verbaal. Verklaringen [de verdachte] ZD D3, p. 59 t/m 60 en ZD D3, p. 67 t/m 72, 76, 87 en 89, ZD D3, p. 95 t/m 105, ZD A04, p. 437 t/m 440, ZD A08, p. 435 t/m 436, ZD A08 142 t/m 145 en ZD A08-56. Verklaring [de verdachte] ZD D3, p. 162 en 163, ZD D4, p. 77 t/m 92 en D6, p. 192, aangifte [naam 12] en [naam 13] , ZD B-12, p. 9 t/m 14, ZD A04, p. 402 t/m 406 en ZD C, p. 28 t/m 30. Verklaringen [naam 17] en [naam 13] bij de rechter-commissaris en verklaring [naam 12] , ZD D6, p. 38. ZD B3, p. 7 t/m 10, PV 484 ZD B3 p. 102 t/m 105 en ZD B11, p. 6 t/m 11. Zie naast de verklaringen van [de verdachte] , de verklaring van [naam 8] ZD D6, p. 25 t/m 26 Verklaringen [de verdachte] ZD D3, p. 78 en ZD D3, p. 161 t/m 162. ZD C, p. 61 t/m 65.