Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 24-8287 Zaaknummer: C/09/675893 Datum beschikking: 27 december 2024 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 18 november 2024 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. G. van der Steen in Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.F. Braun in Den Haag. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: het verzoekschrift; het verweerschrift, met zelfstandig verzoek; het bericht van 20 december 2024, met bijlage, namens de man; het bericht van 20 december 2024, met bijlagen, namens de vrouw. Op 23 december 2024 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en de man met zijn advocaat. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat: de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , met het bevel dat de man die woning per datum van de betekening van de te geven beschikking, dan wel binnen een in goede justitie te bepalen termijn of datum, dient te verlaten en verder niet mag betreden; een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 1.775,- per maand wordt vastgesteld, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig te bepalen dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Beoordeling Uitsluitend gebruik echtelijke woning Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is gebleken dat partijen op dit moment beiden gebruik maken van de echtelijke woning, maar dat er al geruime tijd sprake is van forse spanningen tussen hen. Partijen verschillen van mening over wat de aanleiding hiervoor is. Beide partijen hebben verzocht om aan hen het uitsluitend gebruik toe te wijzen. De rechtbank zal bepalen dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw toekomt. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat het uitsluitend gebruik per 1 februari 2025 geldt, zodat de man de tijd krijgt om een nieuwe woning te vinden. Gebleken is dat de vrouw geen mogelijkheden heeft om elders te verblijven en gelet op haar WAO-uitkering heeft zij ook geen financiële middelen om op dit moment snel een andere woning te kunnen huren. De man heeft wel voldoende financiële middelen om een andere woning te huren en op de zitting heeft hij aangegeven dat hij tijdelijk bij vrienden terecht kan. Hoewel de man de angst heeft dat de vrouw de verkoop van de woning zal vertragen als zij daar verblijft, heeft de vrouw dit betwist. Deze voorlopige voorzieningenprocedure is niet geschikt om daar verder op in te gaan of over te beslissen. De verkoop van de woning kan indien nodig verder in de bodemprocedure worden besproken. Voorlopige partneralimentatie De rechtbank stelt voorop dat het hier gaat om een vaststelling van een voorlopige partneralimentatie in het kader van voorlopige voorzieningen. Deze vaststelling heeft het karakter van een ordemaatregel, waarbij het gaat om een eventuele bijdrage voor de duur van de echtscheidingsprocedure. Daarbij is het uitgangspunt dat een summier onderzoek wordt gedaan en zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de actuele situatie, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Bij de vaststelling van de partneralimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie op in het Rapport Alimentatienormen (het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro's. Ingangsdatum De rechtbank zal als ingangsdatum 1 februari 2025 hanteren zodat de alimentatieverplichting samenvalt met het vertrek uit de woning. Behoefte vrouw De rechtbank zal de behoefte van de vrouw vaststellen aan de hand van de zogeheten hofnorm, inhoudende dat de behoefte van de alimentatiegerechtigde kan worden gelijkgesteld aan 60% van het NBI van partijen ten tijde van hun uiteengaan. De vrouw en de man zijn het erover eens dat er wordt gerekend met de tarieven van 2024-II. Daarnaast zijn partijen het erover eens dat er aan de zijde van de vrouw wordt gerekend met een WAO-uitkering van € 1.306,- per maand, zodat de rechtbank daarvan uit zal gaan. Rekening houdend met de algemene heffingskorting berekent de rechtbank het NBI van de vrouw ten tijde van het uiteengaan van partijen op € 1.169,- per maand. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht. Aan de zijde van de man zijn partijen het erover eens dat er wordt uitgegaan van een inkomen van € 82.180,- per jaar, zoals volgt uit de jaaropgaaf van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.