RECHTBANK DEN HAAG Familierecht Zaakgegevens: C/09/645539 / FA RK 23-2473 (echtscheiding) C/09/661005 / FA RK 24-886 (huwelijksvermogensrecht) Echtscheiding met nevenvoorzieningen Beschikking van 13 februari 2024 in de zaak van: [de vrouw] , wonende in [woonplaats 1] , hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. M.E. Kreber, e n [de man] , wonende in [woonplaats 2] , hierna te noemen: de man, advocaat mr. G.A. Nandoe Tewarie. 1De procedure 1.1. De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen: het verzoekschrift van de vrouw met bijlagen 1 tot en met 6, binnengekomen op 4 april 2023; het verweerschrift van de man met daarin een zelfstandig verzoek (tegenverzoek) en met bijlagen 1 tot en met 6; het verweerschrift van vrouw op het zelfstandig verzoek van de man; het bericht namens de man van 29 december 2023 met twee (ongenummerde) bijlagen; het bericht namens de vrouw van 12 januari 2024, met bijlagen 7 tot en met 11; het wijzigingsverzoek van de vrouw van 16 januari 2024, en; het bericht namens de vrouw van 18 januari 2024, met bijlage 12. 1.2. De verzoeken en verweren zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van22 januari 2024. Hiervan zijn aantekeningen gemaakt. Tijdens deze behandeling zijn via videobellen gehoord: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de man, bijgestaan door zijn advocaat. 2Waar gaat het over? Wat staat vast? 2.1. De man en de vrouw zijn op [datum] 1984 in de gemeente [gemeente] met elkaar getrouwd. 2.2. Zij hebben beiden de Nederlandse nationaliteit. 2.3. De man en de vrouw hebben geen huwelijkse voorwaarden laten opmaken. 2.4. Op 19 juni 2023 heeft de rechtbank, conform de tussen partijen bereikte overeenstemming, beslist dat de man met ingang van 8 juni 2023 voorlopig een partneralimentatie van € 755,- bruto per maand zal betalen aan de vrouw. Wat ligt voor? 2.5. De vrouw verzoekt (na wijziging van haar verzoeken) de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. echtscheiding tussen partijen, gehuwd op [datum] 1984 te [plaatsnaam 2] , uit te spreken; II. beslissingen te nemen over de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap als in het verzoekschrift omschreven; III. te bepalen dat de man, met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de daartoe bestemde registers van de Burgerlijke Stand, verplicht is aan de vrouw te voldoen een partneralimentatie van € 890,- per maand, en daarbij te bepalen dat zulks voor toekomstige termijnen telkenmale bij vooruitbetaling, uiterlijk op de 1e dag van iedere kalendermaand, door de man aan de vrouw dient te worden voldaan, althans te beslissen zoals uw rechtbank in goede justitie juist en redelijk acht. 2.6. De man verzoekt de rechtbank de verzoeken van de vrouw af te wijzen alsmede het nog over te leggen convenant onderdeel van de in deze te wijzen beschikking te maken, bij gebreke waarvan de man de rechtbank verzoekt de wijze van verdeling te bepalen, in zoverre dat partijen elk een gelijk aandeel uit de gemeenschap ontvangen althans de vrouw de man € 1.550,- uit hoofde van overbedeling dient te voldoen althans elke andere beschikking in goede justitie te bepalen. 2.7. De vrouw heeft zich gerefereerd aan het zelfstandige verzoek van de man, betreffende de aanspraak die de man maakt op € 1.550,- uit hoofde van overbedeling naar aanleiding van de hoger getaxeerde auto van de vrouw. 2.8. Voor zover dat voor de beoordeling van belang is, gaat de rechtbank hierna nader in op de standpunten van partijen. 3De beoordeling Echtscheiding 3.1. De rechtbank zal op verzoek van de vrouw de echtscheiding uitspreken. In de wet staat dat je mag scheiden als je huwelijk duurzaam is ontwricht. Daarvan is sprake als het niet meer mogelijk is om met elkaar samen te leven en dat het er niet naar uitziet dat het beter wordt. De vrouw heeft gezegd dat dit zo is en de man heeft zich daaraan gerefereerd. Partneralimentatie 3.2. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen overeenstemming bereikt over de door de man te betalen partneralimentatie. Zij zijn overeengekomen dat de man een bijdrage van € 801,- bruto per maand aan de vrouw gaat betalen, met ingang van de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Zij hebben hun verzoek hierop aangepast. De verdeling van de gemeenschap van goederen 3.3. Partijen hebben geen huwelijkse voorwaarden laten opstellen en zij zijn vóór 1 januari 2018 getrouwd. Dat betekent dat door het huwelijk van partijen een wettelijke gemeenschap van goederen is ontstaan. 3.4. Door de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding is die gemeenschap op 4 april 2023 ontbonden.Dat betekent in beginsel dat de goederen die partijen op die datum (de zogenoemde ‘peildatum’) hadden, moeten worden verdeeld. Van de schulden die zij op de peildatum hadden, moet worden vastgesteld wie onderling welk deel daarvan moet betalen (ook wel de ‘interne draagplicht’ genoemd). De woning 3.5. Tijdens de mondelinge behandeling hebben de vrouw en de man overeenstemming bereikt over de verdeling van de woning. Zij zijn het erover eens dat de woning kan worden toegedeeld aan de man tegen een waarde van € 395.000,-. De man moet daarbij de helft van de overwaarde aan de vrouw vergoeden. Dat is het verschil tussen de waarde van de woning en het restant van de hypothecaire geldlening. 3.6. Het is nog onduidelijk of de man in staat is de overname te kunnen financieren en of de hypotheekverstrekker de vrouw zal willen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Daarom verbinden partijen aan deze toedeling de voorwaarde dat de man binnen drie maanden na de inschrijving van de echtscheiding de financiering heeft geregeld en de vrouw zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Als niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, dan dient de woning te worden verkocht. Op verzoek van partijen zal de rechtbank in de beslissing de verdeling van de woning opnemen en de wijze van verdeling van de woning gelasten voor het geval de overname van de woning door de man niet lukt. Overeenstemming 3.7. Uit de stukken blijkt dat partijen het over de verdeling van de inboedelgoederen, de auto’s en de bankrekeningen eens zijn. Zij zijn het erover eens dat:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.