← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:2297

RECHTBANK DEN HAAG Familierecht Zaakgegevens: C/09/650351 FA RK 23-4877 Echtscheiding met nevenvoorzieningen Beschikking van 5 januari 2024 in de zaak van: [vrouw] , die woont in [woonplaats] , hierna te noemen: de vrouw, advocaat: mr. H. Hassan, en [man] , die woont in [woonplaats] ,hierna te noemen: de man, advocaat: mr. E. Yilmaz. 1De procedure 1.1. De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen: het verzoekschrift van de vrouw, binnengekomen op 28 juni 2023; het exploot van 3 juli 2023; het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de man, binnengekomen op 28 augustus 2023, en het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken van de vrouw, binnengekomen op 20 september 2023. 1.2. De verzoeken en de verweren zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van4 januari 2024. Hiervan zijn aantekeningen gemaakt. Tijdens deze behandeling zijn (met behulp van een tolk) via videobellen gehoord: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de man, bijgestaan door zijn advocaat. 2Waar gaat het over? Wat staat vast? 2.1. De vrouw en de man, die beiden de Nederlandse nationaliteit bezitten, zijn op[huwelijksdag] 2010 in [plaats 1] ( [buitenland] ) met elkaar gehuwd. 2.2. Zij zijn ouders van de volgende minderjarige kinderen: [kind 1] , geboren te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ) op [geboortedag 1] 2012, en [kind 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2018. Wat ligt voor? 2.3. De vrouw verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: tussen partijen de echtscheiding uit te spreken; te bepalen dat de vrouw huurster zal zijn van de echtelijke woning gelegen te [plaats 2] ( [postcode] ) aan de [adres] ; te bepalen dat het door partijen ondertekende ouderschapsplan zal worden aangehecht aan de in deze procedure te wijzen beschikking en als zodanig deel zal uitmaken van de echtscheidingsbeschikking. 2.4. De man verzoekt de rechtbank het verzochte onder 2.3. sub

  1. a)en
  2. c)toe te wijzen en het verzochte onder 2.3. sub
  3. b)af te wijzen. Hij verzoekt de rechtbank voorts bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: tussen partijen de echtscheiding uit te spreken; te bepalen dat de man, met uitsluiting van de vrouw, huurder zal zijn van de echtelijke woning gelegen te ( [postcode] ) [plaats 2] , aan de [adres] . 2.5. De vrouw verzoekt de rechtbank het zelfstandig verzochte onder 2.4. sub
  4. b)af te wijzen. 2.6. Voor zover dat voor de beoordeling van belang is, gaat de rechtbank hierna nader in op de standpunten van partijen. 3De beoordeling ouderschapsplan (ontvankelijkheid) 3.1. In de wet staat dat ouders pas een verzoek tot echtscheiding kunnen doen, als zij een ouderschapsplan hebben gemaakt waarin zij afspraken hebben gemaakt over hun kinderen. In dat ouderschapsplan moeten in ieder geval afspraken zijn opgenomen over de manier waarop zij de zorg over hun kinderen zullen verdelen, hoe zij elkaar over hun kinderen zullen informeren en hoe zij de kosten zullen delen. 3.2. De ouders hebben op 26 juni 2023 een ouderschapsplan gesloten dat aan deze eisen voldoet. Dit plan is als bijlage bij het verzoekschrift overgelegd en zal op verzoek van partijen aan de in dezen te geven beschikking worden gehecht zoals hierna vermeld. echtscheiding 3.3. De rechtbank zal op verzoek van de vrouw en de man de echtscheiding uitspreken.In de wet staat dat je mag scheiden als je huwelijk duurzaam is ontwricht. Daarvan is sprake als het niet meer mogelijk is om met elkaar samen te leven en dat het ernaar uitziet dat hierin geen verbetering optreedt. De vrouw en de man hebben beiden aangegeven dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. huurrecht van de woning 3.4. De man en de vrouw verschillen van mening over de vraag wie er na de echtscheiding de woning mag blijven huren. De rechtbank vindt dat vrouw hierbij het meeste belang heeft. Partijen hebben namelijk afgesproken dat de kinderen hoofdzakelijk bij de vrouw zullen verblijven en op haar adres zullen worden ingeschreven in het bevolkingsregister. Daarbij komt dat het in het belang van de kinderen is om geen wijziging te brengen in de voor hen vertrouwde leefomgeving. Om die reden zal de rechtbank bepalen dat de vrouw voortaan de huurster is van de echtelijke woning. Daarbij merkt de rechtbank op dat de verhuurder daaraan gebonden is. uitvoerbaar bij voorraad 3.5. De rechtbank verklaart de beslissingen ‘uitvoerbaar bij voorraad’, zoals is verzocht, wat betekent dat deze beslissingen direct gelden ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beslissing over de echtscheiding zelf verklaart de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad. Die beslissing geldt namelijk pas als de echtscheiding is ingeschreven en dat kan pas gebeuren als daar geen hoger beroep meer tegen mogelijk is. 4De beslissing De rechtbank: 4.1. spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, die met elkaar gehuwd zijn op 26 juni 2010 in Latakia (Syrië); 4.2. bepaalt dat de aangehechte onderling getroffen regeling als in deze beschikking opgenomen moet worden beschouwd; 4.3. bepaalt dat de vrouw voortaan de huurster van de woning aan de [adres] in [plaats 2] ( [postcode] ) zal zijn met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand; 4.4. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, behalve de beslissing over de echtscheiding; 4.5. wijst de verzoeken voor het overige af. Dit is de beslissing van rechter mr. W.J. van den Bergh, tot stand gekomen in samenwerking met J.P. Ruijs LL.B., griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2024 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof in Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. Bijlage: Artikel 7:266 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.