← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:23397

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 23/8050 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2024 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] (Duitsland), eiseres (gemachtigde: [naam 1] ), en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder (gemachtigde: mr. N. Fazli). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van een aanvraag voor studiefinanciering voor een buitenlandse opleiding. 1.
  2. Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 9 juni 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 oktober 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij gebleven. 1.
  3. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
  4. De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, bijgestaan door [naam 2] , en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over?
  5. Eiseres is vanaf 31 juli 2023 ingeschreven bij de [school] te [plaats] . Zij heeft op 1 mei 2023 studiefinanciering aangevraagd voor deze opleiding. 2.
  6. Met het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag van eiseres om studiefinanciering afgewezen, omdat de opleiding niet voldoet aan de voorwaarden die gelden om recht te kunnen hebben op studiefinanciering voor een opleiding in het buitenland. 2.
  7. Met het bestreden besluit is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres is het hiermee niet eens. Wat vindt eiseres in beroep?
  8. Eiseres stelt dat voor vergelijkbare studies wel degelijk studiefinanciering wordt verstrekt in Nederland. Zij begrijpt niet waarom geen positief advies is gegeven door Nuffic, omdat Nuffic internationaal de school wel heeft geaccrediteerd in het kader van Erasmus+. De onderwijsinstelling is door de Staat erkend in Duitsland. Particuliere onderwijsinstellingen in Duitsland vallen binnen een ander register. Zowel Nuffic als verweerder hebben onvoldoende getoetst of de [school] in [plaats] erkend kan worden in Nederland. Uit de mail van 12 mei 2023 blijkt dat de opleiding erkend en geaccrediteerd is en daarom wel recht geeft op studiefinanciering. Verder zijn private scholen niet opgenomen in het Hochschulkompass. In Duitsland wordt studiefinanciering in het hoger- en universitair onderwijs geregeld door BAfög. Dit geldt dus niet voor mbo. De [school] in [plaats] is BAfög geregistreerd. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst eiseres naar verschillende documenten. Wat is het oordeel van de rechtbank?
  9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag van eiseres om studiefinanciering terecht heeft afgewezen. Zij zal dit oordeel hierna uitleggen. 4.
  10. De rechtbank stelt voorop dat het geschil is beperkt tot de vraag of de studie in Duitsland die eiseres volgt een opleiding is als bedoeld in artikel 2.14 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). 4.
  11. Uit artikel 2.14 van de Wsf 2000 volgt dat een ho-student voor studiefinanciering in aanmerking kan komen indien hij is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding in het hoger onderwijs buiten Nederland, voor zover in Nederland voor een vergelijkbaar soort opleiding studiefinanciering wordt verstrekt, het niveau en de kwaliteit van de opleiding vergelijkbaar zijn met overeenkomstige opleidingen in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en het afsluitend examen voor de opleiding vergelijkbaar is met een afsluitend examen voor overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW en de opleiding voldoet aan de criteria die bij ministeriële regeling kunnen worden vastgesteld. Ingevolge artikel 2.14 van de Wsf 2000 moet aan al deze (cumulatieve) voorwaarden zijn voldaan. 4.
  12. Ingevolge artikel 2.14, vierde lid, van de Wsf 2000 stelt verweerder vast of een opleiding buiten Nederland voldoet aan de criteria, bedoeld in het derde lid. De Memorie van Toelichting bij artikel 2.14 van de Wsf 2000 geeft aan dat verweerder daarbij gebruik zal maken van het oordeel van Nuffic. Nuffic is dus de aangewezen instantie om te oordelen over het niveau en de kwaliteit van het onderwijs in het buitenland. 4.
  13. Verweerder heeft, conform de bedoeling van de wetgever, Nuffic om advies gevraagd ter beantwoording van de vraag of de opleiding in Duitsland waarvoor eiseres studiefinanciering heeft aangevraagd, voldoet aan de voorwaarden van artikel 2.14 van de Wsf
  14. Nuffic heeft algemene waarderingscriteria opgesteld aan de hand waarvan getoetst wordt of een buitenlandse opleiding recht geeft op studiefinanciering. Ingevolge deze criteria wordt in eerste instantie bekeken of de buitenlandse opleiding officieel erkend is in het desbetreffende land, de zogeheten eis van accreditatie. Is daarvan sprake dan wordt vervolgens aan de hand van nader omschreven kenmerken bepaald of een buitenlandse opleiding op één lijn is te stellen met Nederlands WO of HBO. In dit geval is gekeken naar de inhoud van de opleiding. De rechtbank acht dit niet onjuist. 4.
  15. Nuffic heeft in haar adviezen vastgesteld dat in het geval van eiseres zowel de [school] als het te volgen programma niet is opgenomen in het Duitse register van erkende hoger onderwijsinstellingen (Hochschullkompass). Ook wordt de opleiding niet afgerond met een nationaal erkende hoger onderwijsgraad. De opleiding behoort niet tot het hoger onderwijs en komt daarom niet in aanmerking voor studiefinanciering in het kader van de regeling meeneembaarheid studiefinanciering hoger onderwijs. 4.
  16. Op zitting is gebleken dat verweerder eiseres niet meer tegenwerpt dat de opleiding niet is erkend (geaccrediteerd), maar volgens verweerder maakt dit nog niet dat is voldaan aan artikel 2.14 van de Wfs
  17. Daartoe is volgens verweerder met name van belang dat de opleiding geen onderdeel uitmaakt van het hoger onderwijs in Duitsland, niet vergelijkbaar is met een opleiding voor hoger onderwijs in Nederland en het afsluitend examen niet vergelijkbaar is omdat dit niet wordt afgesloten met de graad ‘bachelor’. 4.
  18. Anders dan eiseres ter zitting heeft betoogd ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat Nuffic vooringenomen dan wel ondeskundig heeft gehandeld. De rechtbank is van oordeel dat de adviezen van Nuffic voldoende grondslag bieden voor het besluit van verweerder dat de opleiding die eiseres volgt aan de [school] in [plaats] niet voldoet aan de criteria genoemd in artikel 2.14 van de Wsf
  19. Zo wordt de opleiding wel afgesloten met een ‘Abschlusszeugnis’, maar niet met een (bachelor)graad. Ook is voldoende onderbouwd waarom de opleiding qua inhoud niet vergelijkbaar is met een hoger beroepsopleiding in Nederland. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd daarom geen aanleiding het advies van Nuffic niet te volgen. 4.
  20. Dat de opleiding waarvoor studiefinanciering werd aangevraagd wel door Nuffic werd geaccrediteerd in het kader van Erasmus+ en dat de opleiding is opgenomen in een ander register dan het Hochschulkompass maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders, omdat dit andere beoordelingen betreft. Ook de stelling van eiseres dat de [school] BAfög is geregistreerd, maakt voorgaande niet anders. Naar het oordeel van de rechtbank is namelijk niet gebleken dat BAfög enkel universiteiten en hoger onderwijsinstellingen registreert. Ook heeft eiseres met de door haar ingeroepen stukken niet onderbouwd dat het, zoals zij betoogt, in Duitsland zonder meer onmogelijk is om een creatieve opleiding af te sluiten met een bachelor of master. 4.
  21. De rechtbank begrijpt dat eiseres het jammer vindt dat zij geen studiefinanciering krijgt voor de opleiding waar zij zoveel kan leren en zoveel voldoening uit haalt en waarvan de kwaliteit verder ook niet ter discussie staat, maar verweerder heeft zich bij zijn besluitvorming aan de Wsf 2000 te houden en stelt zich terecht op het standpunt dat artikel 2.14 van die wet in dit geval geen ruimte biedt voor toekenning van studiefinanciering. Verweerder heeft ter zitting overigens aangegeven dat hij eiseres in dit specifieke geval niet zal tegenwerpen dat zij te laat is met haar aanvraag als zij alsnog – ook voor het studiejaar 2023/2024 – een aanvraag studiefinanciering indient voor het volgen van een mbo-opleiding in Duitsland. In het kader van die aanvraag kan worden beoordeeld of de opleiding die eiseres volgt aan de [school] in [plaats] als mbo-opleiding kan worden aangemerkt. Conclusie en gevolgen
  22. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Maas, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 december
  23. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Kamerstukken II 2006/07, 30 933, nr. 3 p. 7-8 en 25.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.