← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:23412

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL24.22832 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. S.N. Arikan), en de Minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Inleiding 1.

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser gericht tegen het inreisverbod. 1.
  2. Met het besluit van 2 mei 2024 heeft verweerder een terugkeerbesluit aan eiser uitgereikt waarbij eiser is aangezegd dat hij Nederland, het grondgebied van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte en Zwitserland onmiddellijk moet verlaten. Ook heeft verweerder met dit besluit aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd. 1.
  3. Eiser heeft tegen het inreisverbod beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
  4. De gemachtigde van eiser heeft voorafgaand aan de zitting aangegeven dat eiser en hijzelf niet op zitting zullen verschijnen. Vervolgens heeft verweerder desgevraagd toestemming gegeven om de uitspraak buiten zitting af te doen. De rechtbank heeft daarom de zaken niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten. Beoordeling door de rechtbank
  5. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht een inreisverbod heeft opgelegd aan eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
  6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
  7. De rechtbank overweegt dat eiser geen gronden heeft aangevoerd tegen het terugkeerbesluit. Is het inreisverbod in strijd met artikel 9 van de Associatieovereenkomst en de standstill-bepaling? 5.
  8. Eiser stelt zich – kort gezegd – op het standpunt dat het opleggen van een inreisverbod in strijd is met artikel 9 van het Associatieovereenkomst en de standstill-bepaling zoals verwoord in artikel 41 van het Aanvullend Protocol. Het inreisverbod vormt een aanscherping van de voorwaarden voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning en daarmee een nieuwe beperking hetgeen in strijd moet worden geacht met de standstill-bepaling. 5.
  9. De rechtbank stelt vast dat eiser als werknemer arbeid heeft verricht in strijd met de Wet Arbeid Vreemdelingen bij een kapperszaak. Verder heeft eiser tijdens het gehoor aangegeven dat hij kan beginnen als compagnon in een bedrijf. In beroep heeft hij deze enkele stelling niet nader onderbouwd. Niet gebleken is aldus dat eiser is aan te merken als Turkse zelfstandige. Dit brengt met zich mee dat eiser niet valt binnen de reikwijdte van artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol zodat eiser aan dit artikel geen rechten kan ontlenen. Het inreisverbod kan in de gegeven omstandigheden dan ook geen strijd opleveren met voornoemde bepaling, zodat het betoog van eiser reeds om die reden faalt. De overige gronden die zien op het Associatierecht behoeven daarom geen verdere bespreking. Is het besluit in strijd met het evenredigheidsbeginsel, proportionaliteitsbeginsel en effectiviteitsbeginsel? 6.
  10. Eiser voert aan dat er in strijd wordt gehandeld met het effectiviteitsbeginsel en proportionaliteitsbeginsel. De dwingende koppeling van een inreisverbod aan de juridische onmogelijkheid om rechtmatig verblijf te hebben zolang dat inreisverbod van kracht is, laat onvoldoende ruimte voor een individuele toetsing aan het belang van eiser. Voorts worden de belangen van eiser als Turkse onderdaan niet, althans onvoldoende, meegewogen. 6.
  11. Eiser heeft de beweerdelijke schendingen niet geconcretiseerd, reeds om die reden slaagt deze beroepsgrond evenmin. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat eiser geen zwaarwegende belangen heeft aangevoerd waardoor verweerder van het opleggen van het inreisverbod had kunnen afzien. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, rechter, in aanwezigheid van mr.C. Simonis, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije, Ankara, 12 september
  12. Aanvullend Protocol bij de op 12 september 1963 te Ankara ondertekende Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.