← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:23418

RECHTBANK Den Haag Team handel Zaaknummer: C/09/637436 / HA ZA 22-915 Vonnis van 3 januari 2024 in de zaak van [eiser] , handelend onder de naam [handelsnaam] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: voorheen mr. G.M.S. Heutinck-Gomes te Den Haag, thans mr. O.R. van Hardenbroek van Ammerstol, tegen [gedaagde] B.V., te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. P.T.F. Langerak te Alphen aan den Rijn. 1De procedure 1.1. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: het tussenvonnis van 31 mei 2023 en de daarin genoemde stukken; de akte uitlaten deskundige van [eiser] van 28 juni 2023; de akte uitlaten deskundige en eisvermeerdering van [gedaagde] van 28 juni 2023; de nadere akte uitlaten deskundige van [eiser] van 30 augustus 2023; de akte uitlaten deskundige van [gedaagde] van 30 augustus 2023; de aanvullende nadere akte uitlaten deskundige van [eiser] van 13 september 2023; de akte uitlaten deskundige van [gedaagde] van 13 september 2023; het bericht van 15 november 2023 dat [eiser] akkoord gaat met de kostenbegroting van DEKRA; het bericht van 15 november 2023 van [gedaagde] dat zij akkoord is met de kostenbegroting van DEKRA, maar niet met de benoeming van DEKRA als deskundige. 1.2. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op 11 november 2021 heeft [eiser] een tweedehands auto gekocht van [gedaagde] . Het betrof een Bentley Flying Spur uit 2014 met een kilometerstand van 105.922. De aankoopsom bedroeg € 99.895. De aankoopsom is onder meer voldaan door inruiling van een gebruikte BMW van [eiser] voor een bedrag van € 45.945. 2.2. Op 15 december 2021 is de Bentley APK goedgekeurd. 2.3. Op 18 december 2021 heeft [eiser] voor het eerst melding gemaakt van gebreken aan de Bentley. [gedaagde] heeft vervolgens herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Medio maart 2022 heeft [gedaagde] de Bentley aan [eiser] terugbezorgd. 2.4. Bij brief van 29 maart 2022 heeft de voormalig gemachtigde van [eiser] , de heer [naam 1] van Achmea Rechtsbijstand, [gedaagde] ervan op de hoogte gesteld dat de Bentley nog steeds gebreken kent en [gedaagde] gesommeerd om de gebreken uiterlijk op 15 april 2022 te herstellen. Bij brief van de heer [naam 1] van 20 april 2022 is deze termijn verlengd tot 6 mei 2022. 2.5. Bij e-mail van 26 april 2022 heeft de heer [gedaagde] namens [gedaagde] gereageerd op de brieven van de heer [naam 1] . Daarin heeft hij opgemerkt dat [gedaagde] de auto naar [bedrijfsnaam 1] , een Bentley-specialist (hierna: [bedrijfsnaam 1] ) heeft gebracht en dat, kort gezegd, zowel [gedaagde] als [bedrijfsnaam 1] van mening zijn dat de gebreken verholpen of niet-waarneembaar zijn. De factuur van [bedrijfsnaam 1] , waaruit de bevindingen van [bedrijfsnaam 1] blijken, is als bijlage bij de e-mail gevoegd. 2.6. Bij e-mail van de heer [naam 1] van 29 april 2022 heeft de heer [naam 1] namens [eiser] aangekondigd voornemens te zijn een deskundige in te schakelen en [gedaagde] verzocht mee te denken met de selectie daarvan. In reactie daarop heeft [gedaagde] bij e-mail van 2 mei 2022 laten weten geen reden te zien tot medewerking aan het verzoek. 2.7. Bij e-mail van 11 mei 2022 heeft de advocaat van [gedaagde] zich namens [gedaagde] op het standpunt gesteld dat een conforme auto is geleverd en aangeboden het gebrek ten aanzien van het motorlampje te verhelpen. 2.8. Bij e-mail van 22 juni 2022 heeft de heer [naam 1] namens [eiser] de koopovereenkomst van 11 november 2021 (hierna: de overeenkomst) buitengerechtelijk vernietigd op grond van dwaling. Bijlage bij die brief is een rapport van 22 juni 2022 van CED techniek (hierna: CED), een door [eiser] ingeschakelde deskundige. Dit rapport bepaalt, voor zover relevant, als volgt: "Gezien het vermoeden van schadeherstel heeft een collega met een lakdiktemeter de carrosserie opgemeten. Het bleek dat de auto rechtsachter schadeherstel heeft gehad. De rechterzijkant achter bleek hierbij, gezien de lakdikte van meer dan 236 um of dikker tot 830 um, duidelijk overgespoten. Hetgeen onze eerste visuele waarneming bevestigd. SCHADE-OORZAAK EN CONCLUSIE Naar aanleiding van ons technisch onderzoek zijn wij van mening dat de klachten van de cliënt ook door ons zijn waargenomen. - Er zijn door ons bijgeluiden geconstateerd bij het remmen; schuren bij heel zacht remmen. - Er zijn door ons bijgeluiden geconstateerd bij het veren van met name de voortrein op kleine oneffenheden; rammelend geluid alsof er iets los zit. - Bij het verdraaien van het stuur zijn er krakende geluiden hoorbaar. - Het motorstoringslampje brandt en dit wordt vermoedelijk veroorzaakt door een niet goed functionerende katalysator gezien de uitlezing. - De speakers maken een krakend geluid. - De rolgordijnen in het linker en rechter achterportier rollen niet goed op. - Er zijn krakende geluiden en resonanties hoorbaar in het interieur, van interieurdelen. - Bij vooruit en vervolgens achteruit rijden en andersom is er een klonk hoorbaar. - De rechter achterzijkant van de Bentley heeft duidelijk schadeherstel gehad." 2.9. Bij e-mail van 15 juli 2022 heeft de advocaat van [gedaagde] de mogelijkheid tot vernietiging van de overeenkomst betwist. Bijlage bij de e-mail van 15 juli 2022 betrof een e-mail van dezelfde dag van [bedrijfsnaam 1] aan [gedaagde] , waarin [bedrijfsnaam 1] het standpunt heeft ingenomen dat de door CED geconstateerde gebreken zijn gerepareerd of niet-waargenomen, althans een producteigenschap van de Bentley betreffen. 2.10. Op 5 augustus 2022 heeft CED een aanvullend rapport uitgebracht, waarin zij heeft gereageerd op de e-mail van [bedrijfsnaam 1] van 15 juli 2022 en daarin, kort gezegd, opgemerkt dat vrijwel alle geconstateerde gebreken nog steeds waarneembaar zijn. 2.11. Op 22 december 2022 is de Bentley APK afgekeurd. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert bij dagvaarding - samengevat - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: a. primair: I. te verklaren voor recht dat de koopovereenkomst rechtsgeldig is vernietigd; II. [gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van de aankoopsom ad € 99.895 althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente ex artikel 6:119(

  1. a)BW vanaf de datum van verzuim, althans de datum van dit exploot tot aan de dag der algehele voldoening; III. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de deskundigenkosten van CED; subsidiair: I. de koopovereenkomst te vernietigen op grond van dwaling dan wel bedrog; II. [gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van de aankoopsom ad € 99.895 althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente ex artikel 6:119(
  2. a)BW vanaf de datum van verzuim, althans de datum van dit exploot tot aan de dag der algehele voldoening; III. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de deskundigenkosten van CED; Meer subsidiair: I. de koopovereenkomst te ontbinden; II. [gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van de aankoopsom ad € 99.895 althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente ex artikel 6:119(
  3. a)BW vanaf de datum van verzuim, althans de datum van dit exploot tot aan de dag der algehele voldoening; III. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de deskundigenkosten van CED; Primair, subsidiair en meer subsidiair: I. De zonnebril van het merk Dita en/of (wandel)stok binnen een termijn van twee weken na datum van het wijzen van het vonnis in de onderhavige zaak af te geven aan [eiser] op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50 per dag met een maximumbedrag van € 900; II. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de betekening van het te dezer zake te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. 3.2. Ter zitting heeft [eiser] zijn eis vermeerderd. In het kader van de vorderingen op grond van dwaling vordert hij tevens vergoeding van de kosten van de verzekering van de Bentley ad in totaal € 874,88 en de wegenbelasting ad in totaal € 1.928,04. In het kader van de vordering op grond van ontbinding vordert hij tevens vergoeding van de kosten die hij heeft moeten betalen om een vervangende auto te kopen met dezelfde leaseconstructie van in totaal € 10.593,89. 3.3. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten en nakosten van deze procedure. In de akte uitlaten deskundige en eisvermeerdering voert [gedaagde] ten aanzien van de gemaakte kosten voor een vervangende auto nog aan dat zij tevergeefs meermaals vervangend vervoer heeft aangeboden dat voldeed aan de daaraan redelijkerwijs te stellen eisen (een voor normaal gebruik geschikte auto). De beweerdelijke schade van de kosten van vervangend vervoer dient op grond van de door [eiser] niet in acht genomen schadebeperkingsplicht ex artikel 6:101 BW dan ook voor zijn rekening te komen. Met betrekking tot de kosten voor de verzekering en de wegenbelasting voert [gedaagde] tot slot aan dat deze te laat zijn ingediend en voor rekening van [eiser] dienen te blijven, omdat dit geen schadeposten zijn die voortvloeien uit de beweerdelijke dwaling c.q. non-conformiteit van de auto. Deze kosten had [eiser] sowieso gehad, aldus [gedaagde] . 4De verdere beoordeling Dwaling 4.1. In het tussenvonnis van 31 mei 2023 is geoordeeld dat sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 6:228 lid 1 sub a BW, omdat als vaststaand wordt beschouwd dat de verkoper [naam 2] in reactie op een vraag van [eiser] naar het schadeverleden van de auto, aan [eiser] heeft medegedeeld dat de Bentley geen schadeauto is. 4.2. In het tussenvonnis is voorts geoordeeld dat de vervolgvraag die de rechtbank moet beantwoorden de vraag is of [gedaagde] , met het verstrekken van de mededeling dat de auto geen schadeauto is, een onjuiste voorstelling van zaken aan [eiser] heeft gegeven. Partijen verschillen hierover van mening en de rechtbank begrijpt de discussie tussen partijen over de vraag of de Bentley een schadeauto is zo dat zij verschillen van mening over de omvang van de schade die in het verleden aan de auto is aangebracht en waarvan nadien herstel heeft plaatsgevonden. Volgens [eiser] heeft de auto aanzienlijke of zeer aanzienlijke schade geleden (als gevolg van een aanrijding of anderszins); volgens [gedaagde] is dit niet het geval en betrof het slechts schade van een geringe of zeer geringe omvang (het lakken of spuiten van een kleine kras). 4.3. Voor de beantwoording van vragen over de omvang van de schade die in het verleden aan de auto is aangebracht heeft de rechtbank behoefte aan voorlichting door een deskundige, omdat zij zelf niet deskundig is op dit gebied en de deskundigenberichten van partijen hierover geen uitsluitsel bieden. Ontbinding 4.4. Ook ten aanzien van het meer subsidiaire beroep van [eiser] op ontbinding van de overeenkomst omdat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door een non-conforme auto te leveren heeft de rechtbank behoefte aan voorlichting door een deskundige. De deskundigen van partijen zijn immers ieder een andere mening toegedaan over de vraag of de auto gebreken bezit en of dit gebreken zijn die [eiser] mocht verwachten van dit type auto. Benoeming deskundige 4.5. Partijen hebben zich meermaals bij akte mogen uitlaten over een te benoemen deskundige. Omdat [eiser] zich aanvankelijk had gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank heeft de griffier in eerste instantie Bentley Rotterdam, die door [gedaagde] was aangedragen, benaderd om als deskundige op te treden. Dit bedrijf heeft vervolgens aangegeven niet vrij te staan van partijen om als deskundige benoemd te worden. Tegen benoeming van de door [gedaagde] voorgestelde [bedrijfsnaam 1] als deskundige heeft [eiser] bezwaar gemaakt. Gelet daarop en op het feit dat [gedaagde] [bedrijfsnaam 1] al had ingeschakeld om de auto te beoordelen en te repareren acht de rechtbank benoeming van [bedrijfsnaam 1] niet wenselijk. 4.6. Vervolgens heeft de griffier het door [gedaagde] aangedragen bedrijf [bedrijfsnaam 2] B.V. benaderd. Zij bleek niet in staat en bereid te zijn om als deskundige benoemd te worden en adviseerde om contact op te nemen met DEKRA, omdat zij een onafhankelijke expertiseorganisatie is die hierin is gespecialiseerd. Naar aanleiding hiervan en mede omdat [eiser] inmiddels DEKRA had voorgedragen als te benoemen deskundige heeft de griffier contact opgenomen met DEKRA. DEKRA heeft aangegeven het gewenste onderzoek aan de auto te kunnen uitvoeren en dat het daarbij van belang is dat zij de carrosserie van de auto kunnen controleren, de lakdikte kunnen opmeten en dat zij mogelijk een proefrit met de auto moeten maken. De rechtbank gaat ervan uit dat dit niet op bezwaren stuit en heeft dit al aan partijen bericht. De kosten van het onderzoek begroot DEKRA op € 2.117,50 inclusief BTW. Partijen hebben aangegeven tegen deze kostenbegroting geen bezwaar te hebben. Het bezwaar van [gedaagde] om DEKRA te benoemen als deskundige, omdat zij niet kundig genoeg zou zijn om de onderhavige auto (een Bentley) te onderzoeken en daarover een oordeel te geven wordt gepasseerd. Niet alleen bleken twee van de drie door [gedaagde] aangedragen gespecialiseerde autobedrijven niet in staat of bereid als deskundige benoemd te worden, maar ook heeft één van deze gespecialiseerde autobedrijven juist op DEKRA gewezen als onafhankelijke expertise organisatie die hierin is gespecialiseerd. De rechtbank zal DEKRA dan ook benoemen als deskundige. Vragen aan deskundige 4.7. In het tussenvonnis van 31 mei 2023 heeft de rechtbank de volgende te stellen vragen aan de te benoemen deskundige voorgesteld. In het kader van het beroep op dwaling: Heeft de auto schadeherstel gehad? Zo ja, waar en hoe heeft u dit kunnen constateren? Wat is de (mogelijke) oorzaak van de schade aan de auto? Hoe zou u de omvang van de schade kwalificeren op een schaal van 1 tot 5, waarbij 1 zeer gering is, 2 gering, 3 niet gering en niet aanzienlijk, 4 aanzienlijk en 5 zeer aanzienlijk? Graag uw antwoord motiveren. Staat de auto als schadeauto geregistreerd? Zo ja, wat betekent dit? Zijn er nog andere punten die u in dit verband naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? In het kader van het beroep op ontbinding: 6. Zijn de gebreken die CED heeft geconstateerd in het rapport van 22 juni 2022 waarneembaar? 7. Voor zover de gebreken waarneembaar zijn, zijn dit gebreken die volgens u normaal zijn bij een Bentley van dit type, uit 2014 met een kilometerstand van 105.922? 8. Zijn er nog andere punten die u in dit verband naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? 4.8. [eiser] stelt in zijn akte uitlaten deskundige van 28 juni 2023 voor om vraag 1 aan te vullen met de vraag hoe groot de schade/impact moet zijn geweest. Deze vraag komt al aan de orde onder vraag 3 en is overbodig. Verder verzoekt [eiser] om de vraag op te nemen of [gedaagde] de schade dan wel de omstandigheid dat schadeherstel heeft plaatsgevonden heeft kunnen en moeten opmerken. Deze vraag is niet relevant, want ziet op de situatie van artikel 6:228 lid 1 sub b BW, terwijl hier aan de orde is de situatie van artikel 6:228 lid 1 sub a BW (zie 4.1). Voorts verzoekt [eiser] een nadere specificatie van de schade aan de linkerzijde van de auto, maar dit ligt al besloten in de vragen 1 tot en met 3. In het kader van het beroep op ontbinding verzoekt [eiser] tot slot om bij vraag 6 alle rapporten van CED van 22 juni en 5 augustus 2022 en de verklaring van de heer Legen in de e-mail van 19 april 2023 te betrekken. De rechtbank zal hieraan voldoen op na te melden wijze. 4.9. [gedaagde] verzoekt in haar akte uitlaten van 28 juni 2023 om aan de vragen toe te voegen de vraag wat volgens de deskundige in het maatschappelijk verkeer wordt begrepen onder het begrip ‘schade auto’ en of deze auto als zodanig (niet geschikt voor normaal gebruik) kwalificeert. Dit ligt al besloten in vraag 3 in combinatie met hetgeen is overwogen onder 4.2, zodat geen aanleiding bestaat een dergelijke vraag toe te voegen. Volgens [gedaagde] dient de deskundige bij de beoordeling van de schade het vermoedelijke defect aan de katalysator en het hierdoor gaan brandende motormanagementlampje buiten beschouwing te laten nu dit reeds bekend was bij [eiser] en hij weigerde dit te laten oplossen. Een toe te voegen vraag is dan ook volgens [gedaagde] of de auto geschikt was voor normaal gebruik met inachtneming van het verrichte en aangeboden doch geweigerde herstel door [eiser] . Aan de deskundige wordt verzocht de totale schade en de gebreken die CED heeft geconstateerd te beoordelen, de schade te kwalificeren naar oorzaak en omvang en de gebreken naar type auto, ouderdom en kilometerstand. Het is dan vervolgens aan partijen om (eventueel) in een conclusie na deskundigenbericht te vermelden wat volgens hen wel en niet mee kan wegen voor de juridische beoordeling van de zaak. Op voorhand defecten van de auto buiten beschouwing laten is dus niet aan de orde en toevoeging van een vraag in voormelde zin voegt in dit kader niets toe aan de al vermelde vragen. Tot slot vermeldt [gedaagde] dat zij recent ervan op de hoogte is geraakt dat de vorige eigenaar van de auto deze heeft laten keuren door PON in het jaar voorafgaand aan de verkoop aan [eiser] en dat de deskundige deze keuring eventueel kan opvragen en mee kan nemen in de beoordeling. De rechtbank laat dit ter beoordeling aan de deskundige over. 4.10. De rechtbank zal de hoogte van het voorschot vaststellen op € 2.117,50 inclusief BTW. Dit voorschot moet [eiser] betalen. In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen. 5De beslissing De rechtbank: 5.1. beveelt een onderzoek door een deskundige; 5.2. benoemt tot deskundige: DEKRA Claims and Expertise BV t.a.v. mw. [naam 3] (medewerker service center) Postbus 1041 1810 KA Alkmaar 5.3. verzoekt de deskundige een onderzoek in te stellen en een schriftelijk en met redenen omkleed antwoord te geven op de volgende vragen: In het kader van het beroep op dwaling: Heeft de auto schadeherstel gehad? Zo ja, waar en hoe heeft u dit kunnen constateren? Wat is de (mogelijke) oorzaak van de schade aan de auto? Hoe zou u de omvang van de schade kwalificeren op een schaal van 1 tot 5, waarbij 1 zeer gering is, 2 gering, 3 niet gering en niet aanzienlijk, 4 aanzienlijk en 5 zeer aanzienlijk? Graag uw antwoord motiveren. Staat de auto als schadeauto geregistreerd? Zo ja, wat betekent dit? Zijn er nog andere punten die u in dit verband naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? In het kader van het beroep op ontbinding: 6. Zijn de gebreken die CED heeft geconstateerd in het rapport van 22 juni 2022 waarneembaar? Wilt u daarbij eveneens het volgende betrekken: - het rapport van CED van 5 augustus 2022 (als bijlage verzonden bij e-mail van 17 april 2023 door [eiser] ); - de e-mail van [bedrijfsnaam 1] van 15 juli 2022 (productie 6 conclusie van antwoord); - de e-mail van [naam 4] van 19 april 2023 (productie 20 van [eiser] ). 7. Voor zover de gebreken waarneembaar zijn, zijn dit gebreken die volgens u normaal zijn bij een Bentley van dit type, uit 2014 met een kilometerstand van 105.922? 8. Zijn er nog andere punten die u in dit verband naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? 5.4. bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden; het voorschot 5.5. bepaalt dat [eiser] als voorschot op de kosten van de deskundige een bedrag van € 2.117,50 (inclusief btw) dient te deponeren na ontvangst van een desbetreffende factuur van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR); 5.6. bepaalt dat de deskundige de rechtbank zal verzoeken om vaststelling van een nader voorschot indien en zodra hem in de loop van het onderzoek blijkt dat dit meer gaat kosten dan oorspronkelijk begroot; 5.7. bepaalt dat het voorschot en in het voorkomend geval het nadere voorschot binnen drie weken na ontvangst van de factuur dient te worden voldaan en dat, indien de voorschotten niet tijdig worden voldaan, de zaak wordt verwezen naar de rol voor conclusie wegens niet ontvangen deskundigenbericht; 5.8. bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden pas hoeft aan te vangen nadat de griffier van deze rechtbank hem zal hebben bevestigd dat het in 5.5 vermelde voorschot door het LDCR is ontvangen; het onderzoek 5.9. bepaalt dat de advocaat van [eiser] binnen twee weken na de datum van dit vonnis een afschrift van het procesdossier aan de deskundige zal toesturen; 5.10. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats; 5.11. wijst de deskundige erop dat: - de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl); - de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk rapport vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken; 5.12. bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten; het schriftelijk rapport 5.13. draagt de deskundige op om uiterlijk 30 april 2024 een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank (Prins Clauslaan 60, postbus 20302, 2500 EH te Den Haag) in te leveren, met een gespecificeerde declaratie; 5.14. wijst de deskundige erop dat: - uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd; - de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve aan de griffie van de rechtbank te zenden rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden; 5.15. bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren; overige bepalingen 5.16. bepaalt dat twee weken nadat het schriftelijk rapport bij de griffie van deze rechtbank is ingeleverd en nadat de griffier exemplaren daarvan heeft toegezonden aan partijen, de zaak op de rol wordt gebracht voor uitlaten partijen over conclusie na deskundigenbericht dan wel het vragen van vonnis, met bepaling dat indien partijen kiezen voor een conclusie na deskundigenbericht, zij gelijktijdig dienen te concluderen; 5.17. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Hoefnagel en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.