← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:23433

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/8035 uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 november 2024 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. M.J.G. Schroeder), en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder (gemachtigde: Z. Kahveci). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek tegen het besluit van 24 juni 2024, waarbij verweerder verzoeker ambtshalve heeft uitgeschreven uit de Brp. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 24 juni
  2. 1.
  3. Verzoeker heeft het verzoek ingetrokken omdat het spoedeisend belang is komen te vervallen nu hem met ingang van 23 oktober 2024 een briefadres is toegekend en hij daarmee weer staat ingeschreven in de Basisregistratie personen (Brp). 1.
  4. De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om een proceskostenveroordeling. Verweerder heeft de voorzieningenrechter meegedeeld dat er geen aanleiding bestaat om over te gaan tot vergoeding van de proceskosten. 1.
  5. De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen. Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
  7. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. 3.
  8. In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt. Is verweerder aan het verzoek tegemoetgekomen? 3.
  9. Verweerder is niet tegemoet gekomen aan het verzoek om een voorlopige voorziening. Het besluit om verzoeker een briefadres toe te kennen is genomen nadat verzoeker zich op 23 oktober 2024 heeft gemeld bij het Dak- en Thuislozenloket in Den Haag. Het besluit van 24 juni 2024 is niet herroepen. Het gaat om hernieuwde inschrijving in de Brp met ingang van 23 oktober
  10. Het is dan ook niet aan verweerder te wijten dat verzoeker een voorlopige voorzieningsprocedure heeft moeten voeren. Verzoeker heeft het verzoek ingetrokken, omdat het belang om een voorlopige voorziening te treffen voor hem na de inschrijving op het briefadres is komen te vervallen. Van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb is daarom geen sprake. Dat betekent dat geen aanleiding bestaat verweerder te veroordelen in de proceskosten van verzoeker. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Y.E de Loos, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 november
  11. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure. Vergelijk de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.