← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2024:23453

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL23.37472 (beroep) en NL23.37473 (voorlopige voorziening) uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. A.G.P. de Boon), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.K.L. Hu). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de blijvende weigering zijn paspoort te retourneren en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van eiser om een voorlopige voorziening. 1.
  2. Met het besluit van 6 juli 2022 heeft verweerder het paspoort van eiser tijdelijk in bewaring genomen. Met het bestreden besluit van 2 november 2023 op het bezwaar van eiser heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. 1.
  3. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
  4. De rechtbank heeft het beroep op 7 mei 2024 op zitting behandeld. Aanwezig waren de gemachtigden van eiser en verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over?
  5. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1996 en heeft de Poolse nationaliteit. Op 1 juli 2022 heeft verweerder de beëindiging van eisers verblijfsrecht, de oplegging van een terugkeerbesluit en de ongewenstverklaring gehandhaafd. Op 6 juli 2022 heeft een buitengewoon opsporingsambtenaar van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) het paspoort van eiser tijdelijk in bewaring genomen. Eiser heeft op 22 augustus 2023 bezwaar gemaakt tegen de invordering van zijn paspoort en het niet teruggeven ervan. In de brief van 28 september 2023 heeft eiser nader toegelicht dat zijn bezwaar zich richt tegen de voortdurende weigering zijn paspoort terug te geven dat volgens hem als een feitelijke handeling dient te worden aangemerkt.
  6. Verweerder heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift niet vermeld tegen welk besluit het bezwaar is gericht. Het blijvend weigeren zijn paspoort te retourneren, zoals eiser heeft gesteld, ziet verweerder niet als feitelijke handeling die gelijk gesteld wordt met een beschikking waartegen een bestuursrechtelijke procedure open staat. Wat vindt eiser in beroep?
  7. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit van verweerder en voert – kort samengevat – het volgende aan. Het bezwaar is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft duidelijk gemaakt tegen welke feitelijke handeling zijn bezwaar richt, namelijk voortdurend weigeren zijn paspoort terug te geven van. De teruggave is tot op heden uitgebleven. Dat betekent dat de handeling nog steeds voortduurt en het bezwaar daarom tijdig is ingediend. De AVIM heeft enkel mondeling medegedeeld dat hij zijn paspoort niet terugkrijgt. Wat is het oordeel van de rechtbank?
  8. De rechtbank geeft eiser in deze zaak geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
  9. Op grond van artikel 52, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) zijn de ambtenaren belast met het toezicht op de vreemdelingen bevoegd om ter vervulling van hun taken, reis- en identiteitspapieren van personen in te nemen, tijdelijk in bewaring te nemen alsmede om hierin aantekeningen te maken. Op grond van artikel 72, derde lid, van de Vw wordt voor de toepassing van die afdeling gelijkgesteld een handeling van een bestuursorgaan ten aanzien van een vreemdeling als zodanig. Op grond van artikel 77, eerste lid, van de Vw kan tegen een ter uitvoering van deze wet genomen beschikking, die niet door of namens Onze Minister is genomen, bij Onze Minister administratief beroep worden ingesteld. Bezwaar tegen tijdelijke inbewaringneming van paspoort
  10. Op 6 juli 2022 is het paspoort van eiser tijdelijk in bewaring genomen. Tegen het tijdelijk in bewaring nemen van het paspoort staat administratief beroep open. Voor zover het bezwaarschrift, dat als administratief beroep dient te worden aangemerkt, zag op het tijdelijk in bewaring nemen van het paspoort op 6 juli 2022, stelt de rechtbank vast dat de termijn om op te komen tegen een dergelijk besluit vier weken bedraagt. Het bezwaarschrift van eiser is na deze termijn ingediend. Daarmee is eiser te laat met het indienen van zijn bezwaarschrift. Dat eiser zijn paspoort nog altijd niet heeft teruggekregen, is geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding. Bezwaar tegen blijvend weigeren het paspoort terug te geven
  11. Voor zover het bezwaar zag op de voortdurende weigering het paspoort terug te geven, overweegt de rechtbank als volgt. 9.
  12. Tegen de weigering van het verzoek om teruggave van het paspoort staat eveneens administratief beroep open. In dit geval is niet gebleken dat eiser een dergelijk verzoek heeft ingediend en dat dit verzoek al dan niet mondeling is geweigerd. Weliswaar heeft de gemachtigde van eiser ter zitting gesteld dat eiser zich heeft gewend tot de politie met het mondelinge verzoek om teruggave en dat dit verzoek mondeling is geweigerd, maar is hiervan geen enkele onderbouwing of aanknopingspunt te vinden in het dossier. Ook is niet duidelijk geworden wanneer dit verzoek is ingediend, zodat ook niet beoordeeld kan worden of tegen de weigering van dat verzoek tijdig administratief beroep is ingesteld. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat zolang hij zijn paspoort niet terug krijgt, er sprake is van een voortdurende weigering en hij dus – zo begrijpt de rechtbank – op elk moment administratief beroep kan instellen. Immers, dan zou de bepaling over binnen welke termijn bezwaar of beroep kan worden ingesteld een dode letter zijn. De stelling van eiser dat zijn bezwaarschrift van 22 augustus 2023 als een verzoek om teruggave dient te worden opgevat, volgt de rechtbank evenmin. Zoals hierboven is overwogen, is het bezwaarschrift gericht tegen de invordering van zijn paspoort en de voortdurende weigering het paspoort terug te geven.
  13. Gelet op bovenstaande, heeft verweerder het bezwaarschrift van eiser niet-ontvankelijk mogen verklaren. Conclusie en gevolgen
  14. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Daarmee is zijn beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand.
  15. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.
  16. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter verklaar het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open. Artikel 69, eerste lid van de Vw. Artikel 6:11 van de Awb. Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.