RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL23.28601 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M.S. Nizamoeddin), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.J. Versteeg). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het terugkeerbesluit en zijn signalering in het SIS. 1.
- Verweerder heeft met het besluit van 16 februari 2023 (het eerste besluit) de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken en aan hem een terugkeerbesluit opgelegd. Bij brief van 31 maart 2023 heeft verweerder eiser geïnformeerd dat hij per 7 maart 2023 in het SIS gesignaleerd is. Met het bestreden besluit van 11 augustus 2023 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag, het terugkeerbesluit en de SIS-signalering gebleven.
- De rechtbank heeft het beroep op 30 mei 2024 op zitting behandeld. Mr. M.J.A. Bakker is als waarnemend gemachtigde van eiser ter zitting verschenen, evenals de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over?
- Eiser is geboren op [geboortedatum] 1998 en heeft de Bengalese nationaliteit. Eiser had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de beperking studie. Verweerder heeft deze verblijfsvergunning per 14 april 2022 ingetrokken, omdat eiser niet meer voldeed aan de voorwaarden voor die vergunning. Aan eiser is tevens een terugkeerbesluit opgelegd. Vanwege het terugkeerbesluit heeft verweerder eiser gesignaleerd in het SIS. Wat vindt eiser in beroep?
- Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort gezegd – het volgende aan. Aan eiser mocht geen terugkeerbesluit worden opgelegd, nu hij zich op dat moment al in Portugal bevond en daar al een vorm van toestemming tot verblijf had. Eiser mocht om die reden ook niet in het SIS gesignaleerd worden. Tegen de SIS-signalering kan ook worden opgekomen, nu dit op rechtsgevolgen is gericht. Vanwege die signalering is er ook sprake van strijd met het verbod van reformatio in peius. Eiser was bij het eerste besluit nog niet in het SIS-gesignaleerd, maar bij het besluit op zijn bezwaarschrift wel. Wat is het oordeel van de rechtbank?
- De rechtbank geeft eiser in deze zaak geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen. Terugkeerbesluit
- De rechtbank overweegt dat eiser in de bezwaarprocedure geen gronden of stukken heeft overlegd waaruit zou blijken dat eiser een vorm van rechtmatig verblijf had in Portugal. Ook heeft eiser op 31 oktober 2022 aan verweerder medegedeeld dat hij beter is geaard in Nederland en dat hij zijn studie in Nederland wenst voort te zetten. Daarnaast stond eiser ten tijde van het bestreden besluit ingeschreven in het BRP. Er waren aldus ten tijde van het bestreden besluit geen feiten of omstandigheden bekend die voor verweerder aanleiding gaven om te onderzoeken of te motiveren of eiser in het bezit was van een door een andere lidstaat afgegeven verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser ter zitting aangegeven dat pas toen eiser in het SIS werd gesignaleerd, eiser belang had bij het opkomen tegen de oplegging van het terugkeerbesluit en daarom pas in beroep stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat eiser in Portugal verblijft. Wat hier verder ook van zij – eiser had immers tussen de SIS-signalering op 7 maart 2023 en het bestreden besluit stukken kunnen indienen – dit doet niet af aan het feit dat ten tijde van het besteden besluit er geen feiten en omstandigheden bekend waren om te onderzoeken of eiser in het bezit was van een door een andere lidstaat afgegeven verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf waardoor een terugkeerbesluit niet had mogen worden opgelegd. 6.
- Gelet op voorgaande heeft verweerder terecht aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd. SIS-signalering
- De rechtbank overweegt dat in artikel 3, eerste lid van de Verordening 2018/1860, dwingend is voorgeschreven dat de lidstaten verplicht zijn een vreemdeling tegen wie een terugkeerbesluit is uitgevaardigd te signaleren in het SIS. Verweerder was dus ook in het geval van eiser verplicht om het terugkeerbesluit te registreren en had dit dus ook gedaan als eiser geen bezwaarschrift had ingediend. Daarmee is de latere SIS-signalering ook niet in strijd met het verbod op de reformatio in peius. De stelling van eiser – met daarbij de verwijzing naar een uitspraak van de hoogste bestuursrechter (de Afdeling) – dat de SIS-signalering wel op rechtsgevolgen is gericht, volgt de rechtbank niet. De Afdeling heeft in die uitspraak overwogen dat de inwilliging van het verzoek van een vreemdeling om opheffing van de SIS-signalering op rechtsgevolgen is gericht. Daar is in onderhavige zaak geen sprake van. De rechtbank merkt in dit kader nog op dat eiser reeds een verzoek tot opheffing van de SIS-signalering heeft gedaan en dat verweerder hierop nog moet beslissen. 7.
- Gelet op voorgaande mocht verweerder eiser vanwege het terugkeerbesluit in het SIS signaleren. Conclusie en gevolgen
- De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Daarmee is zijn beroep ongegrond en blijven het terugkeerbesluit en de signalering in het SIS bestaan. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Schengeninformatiesysteem. Basisregistratie Personen. Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam van 8 december 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8761 Uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX0048